Opinie

Sinterklaasje kom maar binnen, maar wel de schoenen uit

Van Sinterklaas was als kind niet onder de indruk. ‘Wij zagen elke week vriendelijke mannen met baard in de moskee.’

In 2008 viel het Offerfeest op 5 december. In Vianen werden de feesten samengevoegd. Foto Robert Vos/ANP

Een vriend vroeg mij onlangs of de Marokkanen zich ook gaan roeren rond het sinterklaasfeest, nu Amsterdam heeft besloten om in plaats van Zwarte Pieten Spaanse edellieden uit de zestiende eeuw als assistenten van de Sint op te voeren. Waren het niet diezelfde Spanjaarden die op gewelddadige wijze de Moren uit Spanje verdreven? Het had gekund, zei ik, maar het sinterklaasfeest wordt niet zo serieus genomen binnen de Marokkaanse gemeenschap. Althans, dat was niet zo in mijn jeugd.

Zo is de ‘ontmaskering’ van het sinterklaasgeheim geen onderdeel van de Marokkaans-Nederlandse opvoeding. Dat de goedheiligman niet bestond, werd er vroeg ingepeperd door de oudere kinderen in de buurt. Mijn ouders deden ook weinig moeite het verhaal in stand te houden, want Sinterklaas was ‘hun’ feest, net als Kerst. Toch kregen we elk jaar de waarschuwing niet aan de baard van Sinterklaas te trekken, want je moest wel respect hebben voor andermans cultuur, hoe raar die ook was.

Of hij nou bestond of niet, de Sint kwam vertrouwd over. In de moskee zagen we namelijk elke week vriendelijke, oude mannen met witte baarden in witte djellaba’s en met rode hoofddeksels op. Zwarte Piet daarentegen vonden we maar een vaag figuur. Waarom de overduidelijk geschminkte autochtone Nederlander met een dik aangezet Surinaams accent sprak, was ons een raadsel. Alsof wij, afkomstig uit een multiculturele buurt, nog nooit een Surinamer hadden horen spreken. Het dreigement van Zwarte Piet om stoute kinderen in een zak naar Spanje mee te nemen, maakte ook weinig indruk. Marokkaanse vaders dreigden immers elke zomer onderweg naar Marokko ons in Spanje te dumpen als we ons in de auto misdroegen. Bang voor de roe waren we evenmin, want de corrigerende tik behoorde tot een van de weinige pedagogische vaardigheden die Marokkaanse ouders achter de hand hadden.

Al met al werd het sinterklaasfeest vooral als een last beschouwd, met name wanneer er voor school een surprise gemaakt moest worden. Mijn ouders hadden daar nooit echt zin in en stelden het altijd uit tot het laatste moment. Dan werden een bananendoos en wat oude kranten geregeld om een kartonnen televisietoestel te fabriceren. Wat goedkoop speelgoed van de Zeeman erin en voilà, een surprise. Creatief was het niet, want de volgende dag liepen in de klas nog tien Marokkaanse kindertjes met rommelige tv-toestellen rond. Een enkeling maakte het nog bonter; die kwam met een ‘flatgebouw’ – een doos met vluchtig geknipte gaten erin.

Deze week kwam mijn vrouw thuis met de verontrustende boodschap dat de kleine op de crèche kennis heeft gemaakt met het sinterklaasverhaal. „We moeten eraan geloven”, zei ze. „Ja”, antwoordde ik. „Maar het wordt gewoon weer een doos met een antenne erop. Lekker retro.”