Recensie

Oscar and the Wolf in een spagaat tussen melancholie en feestmuziek

Pop

Max Colombie danste een parmantige ganzenpas en liet zijn afhangende kleding wapperen in een wulpse pirouette.

Oscar and the Wolf op Pinkpop in 2015.

Een dikke glycerinetraan rolt over de bezwete wang van zanger Max Colombie, op de hoes van het tweede album Infinity van het Belgische elektropopfenomeen Oscar and the Wolf. Melancholie en edelkitsch zijn de centrale onderdelen in de muzikale praktijk van Colombie’s éénmansproject dat in de afgelopen vier jaar als een komeet omhoog schoot. Hij is een geboren frontman, maar niet de grootste zanger ter wereld. Zijn stem is vlak en nasaal, soms op het temerige af. Colombie is androgyn en stoer tegelijk, met een stevige baardgroei en zijden designerkleding die hem in staat stelt te dansen als een Disneyprinses.

„What a fun night”, stelde Max Colombie een beetje wijfelend vast nadat er op de eerste van twee uitverkochte avonden in de Afaszaal een franjekanon, een confettiregen en bellenblaasmachines op het publiek waren losgelaten. Het waren nuttige effecten om Oscar and the Wolf een feestgevoel mee te geven, want muzikaal maakten mineurtoonladders de dienst uit. Met een dubstep-achtige soundtrack van diep zoemende bassen debiteerde Colombie zijn smachtende oneliners: „Is there someone?” in ‘Moonshine’ en „Don’t you wanna have a little bit of fun?” in ‘Exotic’.

Op de lichtere momenten schemerde er iets van cheesy synthesizermuziek door in Oscar and the Wolfs elektropop. ‘Fever’ is stiekem ‘Don’t Let Me Be Misunderstood’ van The Animals met een iets aangepaste notenreeks. Max Colombie danste een parmantige ganzenpas en liet zijn afhangende kleding wapperen in een wulpse pirouette. Op den duur wreekte het zich dat zijn stem niet de expressie heeft die zijn showmanschap voldoende had kunnen ondersteunen. Voor een zanger die zo’n groot beroep doet op het medeleven van de luisteraar, ontbreekt hem het vermogen om te ontroeren. Maar een feestje werd het, met alle armen in de lucht.