Driftbuien had hij niet; hij implodeerde

Ber van Hirtum (1933-2017) was een veelgevraagd costumier en ontwerper. Hij lette op alles, ‘van de schoenen tot het licht’.

Ber van Hirtum aan het werk, links begin jaren 80 met actrice Josine van Dalsum in Mata Hari-kostuum.

Klassiek toneel, grote tv-shows, musicals, cabaret en ballet: de lijst van producties waar kostuumontwerper Ber van Hirtum gedurende zijn bijna vijftigjarige loopbaan aan meewerkte is zo divers dat hij alomtegenwoordig lijkt. Voor Het Nationale Ballet ontwierp hij losse herenmouwen, waardoor de mannelijke dansers eindelijk hun armen vrij konden bewegen; voor tv-presentator Ted de Braak tientallen bonte gilets; voor Adèle Bloemendaal de korsetten die ze droeg in de Theo en Thea-film. Zelf bleef Van Hirtum in de luwte. Geprezen werd hij graag, maar hij deinsde terug voor applaus.

Niet dat ‘Ber’, zoals bevriende collega’s hem memoreren, geen trots had. „Hij had een sterk artistiek geweten”, zegt Ted de Braak, die Van Hirtum onder meer inschakelde voor de aankleding van zijn maandelijkse Ted Show (1977-1984). „Elke Ted Show had een musicalblokje dat gebaseerd was op een klassieker: My Fair Lady, Annie Get Your Gun. Ber huurde in Londen de kostuums, completeerde die met exact kloppende accessoires, en dan moesten kapsels en grime ook in het tijdsbeeld passen. Toen de danseressen van het showballet een keer hun pruikjes niet op wilden, was hij not amused.”

Driftbuien had hij niet; hij implodeerde. „Dan kwamen de kieuwen”, zegt naaister Tonnie van Dijk, die hem twintig jaar assisteerde. „Zo noemde ik het als zijn neusvleugels begonnen te trillen.” De spanningen rond de producties waar ze aan meewerkten waren groot. „Bij grote tv-shows zaten we in de studio tot vlak voor opnametijd alles te vermaken. Anders werkten we bij Ber thuis, in zijn zolderatelier in de Eerste Constantijn Huygensstraat. Heel stil, geconcentreerd. Als er dan weer een opgewonden producent opbelde, nam ik de telefoon aan en zei dat meneer Van Hirtum helaas niet thuis was.”

Ber van Hirtum werd in 1933 geboren in Den Haag, als jongste van vier kinderen in een hecht, rooms-katholiek gezin. Zijn vader was een kleine zakenman met een schuchtere inborst; zijn levenskunst en Schwung erfde Ber van zijn moeder. Na de mulo en de kleermakersvakschool ging hij naar de kunstacademie om zich verder in de mode te bekwamen. Toen een Italiaanse vakantieliefde hem in 1960 een vliegticket naar Rome aanbood, vertrok Van Hirtum en bleef er drie jaar wonen.

„Luigi Rossi was beveiligingsofficier in het Vaticaan”, vertelt Herman Spoelstra, in wie Van Hirtum in 1972 zijn partner voor het leven vond. „In Italië ontwikkelde hij zijn smaak op kunstgebied en leerde hij het belang van etiquette, van hoffelijkheid. Ber kon veel hebben, maar als iemand in zijn ogen over de schreef ging, zoals de toneeldiva die bij ons thuis doodleuk een halfuur naar Zuid-Afrika ging bellen, dan was het afgelopen. Zo iemand weigerde hij nog te kleden. Hij negeerde ze gewoon.”

Zijn eerste geld verdiende Van Hirtum met een bedrijfje in damesrokken. Schilder Herman Gordijn, met wie Van Hirtum en keramist Jan van der Vaart al sinds hun jeugd in Den Haag een ‘kunstenaarsclubje’ vormden, bezorgde hem in 1965 zijn eerste toneelopdracht: het vervaardigen van de kostuums voor Brechts Driestuiversopera bij de Nederlandse Comedie. Van Hirtum stopte met confectie en werd een veelgevraagd costumier en ontwerper, beeldbepalend voor onder andere Reconstructie van de Nederlandse Opera (1969), cabaretgroep Tingel Tangel en de tv-serie Toen was geluk heel gewoon (1994-2000).

„Ber was uniek”, zegt regisseur en acteur Aus Greidanus sr., die Van Hirtum tussen 1994 en 2003 vroeg voor al zijn klassieke regies bij Toneelgroep De Appel. „Hij ontwierp prachtige pakken, had een feilloze smaak en lette op alles, van de schoenen tot het licht. Ik gaf hem totale vrijheid.”

„Zijn werk ging voor alles”, zegt Spoelstra. „Als hij weer ergens tot diep in de nacht moest kleden en sjouwen en inpakken maakte ik me wel zorgen. Die tomeloze werkdrift ging ten koste van zijn lijf. Op zijn 49ste kreeg hij zijn eerste hartinfarct. Gedotterd, medicijnen, maar minderen? Niks ervan. Onze vakanties in Italië werden steevast onderbroken. Pas na 2000 ging hij het rustiger aan doen.”

Op vrije avonden kookte Van Hirtum graag; hij stond bekend als een gulle, Bourgondische gastheer. Vorige maand overleed hij na een kort ziekbed, net 84 jaar oud. Tot het laatst was hij actief als mantelzorger voor zijn oude vrienden.