Als de simpelste beweging ineens niet meer lukt

Darteritus

Darter Berry van Peer blokkeerde onlangs en kreeg de pijl niet uit zijn hand. De oorzaak: darteritus. Andere sporters kennen een soortgelijk kwaal. Deskundigen zoeken naarstig naar de oorzaak.

Illustratie Michael Waraksa

Berry van Peer veegt met zijn middelvingers de tranen uit zijn ogen. Op het moment dat hij naar voren wil lopen, fluistert zijn tegenstander Gary Anderson wat in zijn oor. Hij snikt en haalt diep adem.

Nog eens. Een paar meter verder schuift hij zijn rechtervoet tegen het balkje, drie meter van het dartbord. Hij stapt weer naar achteren en veegt met zijn rechterhand de tranen langs zijn ogen en neus weg. Weer haalt hij diep adem. Hij leunt voorover en krult zijn vingers om de pijl, zoals hij dat al jaren doet. Hij trekt zijn arm terug en laat hem hangen. Daarna schudt hij hem en slaat ermee tegen zijn zij. Nog een keer: naar voren, daarna weer de arm terug. Diepe ademhaling. Naar voren, naar achteren. De camera zoomt in op zijn gezicht, zijn ogen zijn troebel. Weer die arm naar voren, weer terug.

Het duurt dertig seconden voor zijn eerste pijl in het bord klieft, de tweede en derde smijt hij er achteloos achteraan. Volgende beurt: veertien seconden. Daarna zeventien seconden. Het publiek dat daarvoor nog plagerig had gejoeld, snapt inmiddels wat er aan de hand is. De zaal in Wolverhampton scandeert zijn naam. 33 seconden voor weer een eerste pijl. Met een dubbel-twintig voor Anderson is het eindelijk voorbij.

Van Peer was waarschijnlijk liever een bekende sporter geworden vanwege zijn talent. Want dat heeft-ie, ontegenzeggelijk. 21 jaar pas, vorig jaar verliezend finalist op het jeugd-WK van profbond PDC. Hij stond immers ook op dat podium in Wolverhampton, tegen iemand als Anderson, nummer drie van de wereld. De Grand Slam of Darts: zijn grootste toernooi tot nu toe. Maar nu kent de dartwereld en iedereen die live naar televisie keek hem van een ongekende, emotionele worsteling met zichzelf. Darteritus: het onvermogen je pijlen op het juiste moment, of überhaupt los te laten. Het is geen unicum: vijfvoudig wereldkampioen Eric Bristow kreeg er last van en werd nooit de oude. Maar nooit was het in deze heftigheid te zien geweest.

Een zoektocht naar antwoorden over een mysterieuze kwaal die het darten overstijgt.

Berry van Peer in de wedstrijd tegen Gary Anderson:

Vermoeidheid

Kevin Doets moest werken, dus had hij de martelgang van een van zijn beste vrienden niet live gezien. „Maar ik zag de herhaling en die raakt me. Zo’n goede vriend die zoiets meemaakt, dan voel ik me ook rot.” Doets (19) is zelf darter. Van Peer en hij zaten samen in het Nederlands jeugdteam dat in 2013 en 2014 Europees kampioen werd. Hij wist ook dat Van Peer al eerder last had van darteritus, maar het leek net weer weg. Zo heftig had hij het nog nooit gezien.

Hij weet hoe het voelt. Twee jaar terug kreeg hij tijdens een toernooi opeens zijn eerste pijl niet of moeizaam weg. Toen begon het nadenken en ging het steeds slechter. „Ik kwam op een punt dat ik die eerste pijl bijna niet meer kon loslaten. Ik dacht eerst dat het vermoeidheid was, maar dat bleek al snel niet het geval. Ik probeerde daarna alles: boos zijn, kalmeren, doen alsof het me niet boeit. Niets werkte. Ik bleef er maar aan denken, en dan weet je dat het niet goed zit.”

Het onderwerp fascineert, omdat de mensen die er hinder van ondervinden zelf amper snappen wat er aan de hand is. Laat staan de mensen die er van afstand naar kijken. De een heeft er sterker last van dan de ander. De een zoekt het bij zichzelf en vraagt geen hulp, de ander probeert juist alles.

Darteritus wordt vaak geschaard onder de parapluterm ‘yips’: spontane en onverklaarbare motorische uitval bij sporters. De term komt uit het golf, bedacht door drievoudig Major-kampioen Tommy Armour. Daar doet het zich vooral voor tijdens het putten. De Duitser Bernhard Langer is het bekendste voorbeeld.

Andere sporten hebben hun eigen versie: handboogschieters kunnen ‘target panic’ (rozenvrees) krijgen, zevenvoudig wereldkampioen snooker Stephen Hendry kon door zijn ‘keuïtis’ niet goed meer de bal stoten. Honkballers als Chuck Knoblauch, Steve Sax en Rick Ankiel konden opeens niet meer fatsoenlijk een bal werpen; de roman The Art of Fielding van Chad Harbach is op het fenomeen in het honkbal gebaseerd.

Geen droog brood te verdienen

Er was een tijd dat Philipp Phillippen zichzelf Dr. Yips noemde. Maar de Duitse psycholoog, die ook in Nederland werkte, heeft de website met die naam opgedoekt. Er valt geen droog brood te verdienen als dat je specialisatie is, zegt hij. Hij promoveerde na drie jaar onderzoek op het onderwerp, met de focus op het golf. Maar de vraag wat de yips nou precies zijn, kan hij en volgens hem de wetenschap in haar geheel nog niet beantwoorden. Hij heeft alleen twee voorzichtige verklaringen: de één psychologisch, de ander neurologisch.

Hij begint over ‘choking’, het onder druk niet meer kunnen presteren. „Als je iets heel goed kunt, hoef je daarover niet meer na te denken. Maar als je goed wílt presteren, doe je dat juist en verstoor je het automatisme. Daardoor maak je makkelijker fouten.” De yips zouden volgens hem echter ook lijken op iets waarmee muzikanten en chirurgen te maken kunnen krijgen: focale dystonie, kort gezegd een soort verkramping. „Als je in het golf met één hand gaat putten, zie je meteen of je de yips hebt of niet.”

Zo ontdekte Erik van Wensen dat hij er last van had. Hij weet nog het precieze moment: een jaar of vijftien geleden, hole één van de Rosendaelsche golfclub. Opeens een schok door zijn arm. „Je moet naar mijn YouTube-kanaal gaan, ik heb het een keer kunnen opnemen.” In slowmotion is te zien hoe hij met alleen zijn rechterhand putt en de club, voordat die de bal raakt, opeens draait. Het ziet er bijna overdreven uit. „Ik had ook niet verwacht dat het zo duidelijk te zien was. Daar was ik heel blij mee.”

Van Wensen heeft handicap acht, dan kun je aardig golfen. Maar het is een hobby, hij is zelf neuroloog. Met de focus op bewegingsstoornissen ook nog. „Mijn vader had het ook. Toen hij overleed, zei ik op de uitvaart dat ik die yips zou gaan oplossen.” Hij maakt zijn fascinatie voor zijn eigen yips tot zijn specialisatie.

De video Van Wensen van zichzelf maakte om de yips te laten zien:

Hij zegt wat de meeste ervaringsdeskundigen zeggen: dat het vrijwel uitsluitend gebeurt onder druk, en uit angst. Maar hij vindt als neuroloog vanzelfsprekend het neurologische aspect het interessantst. Ook hij bestempelt het als dystonie. Waar je met Parkinson te weinig beweegt, doe je dat met dystonie, net als de tics bij Gilles de la Tourette, te veel. „Maar zeg dat maar eens tegen sporters van wie dit het grootste talent is, die tonnen kunnen verdienen, en zo hun carrière zien knakken.”

Verrot gescholden

Oud-honkballer Jeffrey de Vrieze (31) wil er niet te lang bij stilstaan of hij meer uit zijn carrière had kunnen halen. Hij moet vijftien of zestien jaar zijn geweest toen hij namens Almere als catcher mocht invallen in de Hoofdklasse, ze speelden tegen de Amsterdam Pirates. Van achter de slagplaat moest hij de bal teruggooien naar de heuvel, maar tot twee keer toe zeilde de bal over het hoofd van zijn werper. „Hij heeft me toen voor alle spelers en het publiek verrot gescholden. Dat is blijven hangen, vanaf dat moment werd het erger.”

Naar de honken gooien, dus eigenlijk als het er écht toe deed, kon hij nog steeds heel goed. Zijn talent bracht hem nog bij de Florida (nu Miami) Marlins, waar hij onder in de minor leagues uitkwam, drie jaar lang. Maar hij kreeg de bal tijdens wedstrijden niet meer terug naar zijn eigen werper. Het is de onschuldigste, meest routineuze worp, en het lukte niet meer. Soms kwam de bal niet uit zijn hand, soms ging het met een grote boog. Soms te zacht, soms te hard.

Het is mijn droom een therapie te vinden die alle sporters kan helpen.

Erik van Wensen, neuroloog

Hij praatte weleens met een psycholoog, maar dat werkte niet. Steun van de clubs had hij niet echt, Amerika is wat dat betreft genadeloos: voor hem tien anderen. Hij herinnert zich nog een wedstrijd toen hij weer in de Hoofdklasse speelde, nu voor de Hoofddorp Pioniers. Hij werd belachelijk gemaakt door het publiek, nota bene fans van zijn eigen club. Zat hij met tranen achter de plaat. „Mensen zeiden altijd: hoe kan zoiets nou? Ik vroeg liever: hoe kom ik ervan af?”

Er blijkt geen eenduidig antwoord op. „Het is mijn droom een therapie te vinden die alle sporters kan helpen”, zegt Van Wensen. Eric Bristow ging destijds zijn pijlen op een andere manier gooien, Kevin Doets probeerde dat ook, maar vond zijn oplossing in acupunctuur. Van Wensen zelf putt nu vrijwel alleen met zijn linkerhand, zodra de rechter te veel betrokken wordt, gaat het fout. De Vrieze hielp het door steeds een paar stappen naar voren te zetten en de werper te vragen hetzelfde te doen.

Van Peer haalde ondanks zijn darteritus nog de achtste finale op de Grand Slam of Darts. Na zijn uitschakeling zei hij volgens het Algemeen Dagblad dat hij talloze adviezen had gekregen, maar dat hij zijn kwaal zelf wil oplossen. „Ik denk dat wat er is gebeurd goed voor hem is”, zegt zijn vriend Doets. „In de eerste wedstrijd weet niemand er nog vanaf en krijg je spanning omdat je niet weet hoe ze zullen reageren. Nu hij ziet dat hij zoveel steun heeft, zal het beter gaan. Daar geloof ik heilig in.”

    • Frank Huiskamp