Bij de houtkachel loopt hij door een virtueel bos

zoekt de Gewone Nederlander. In deel 7 luistert ze met een echtpaar uit het Brabantse Boxtel naar Tom Waits.

Het staat in mijn agenda, maar ik lees eroverheen en dus kom ik niet opdagen op de eerste afspraak met de Gewone Nederlanders. Ik stuur ze duizendmaal excuses via de mail. Ik krijg 999 excuses weer terug, en natuurlijk ben ik nog welkom. De koffie staat klaar, „we hebben geen Senseo-apparaat”.

De Gewone Nederlanders wonen in een groot wit huis. Hij bracht er een deel van zijn jeugd door en kocht het later van zijn vader. Een lange gang, veel deuren. Op een ervan een sticker: Woonkamer. Ik mag op de groene leren stoel zitten, met mijn rug naar – geloof het of niet – de tv-kast. De vensterbank staat vol. Beeldjes, potten, planten, versierde wijnglazen souvenirs van reizen. Er staan kunstobjecten in de hoek en aan de muur hangen schilderijen. Hij verzamelt ze. Aan een van de muren hangt een kruis. De Gewone Nederlander is katholiek opgevoed.

De Gewone Nederlanders ontmoetten elkaar tijdens een EHBO-cursus. Bij hem een vonk, maar die sloeg niet over naar haar. Hij stuurde haar kerstkaarten, vijf jaar lang. Pas na het vijfde jaar stuurde zij een brief terug. Kort daarna trouwden ze, inmiddels achtenvijftig jaar geleden.

We maken een korte wandeling door de buurt, hij heeft wat moeite met lopen. Zij wijst het verpleeghuis aan waar ze op zondag vrijwilligerswerk doet. Dan rijdt ze de bewoners die de dienst mee willen maken in hun rolstoel naar de kapel, en weer terug. Ze werkt ook als vrijwilliger in de Wereldwinkel. Hij schrijft boeken, tien tegelijkertijd. „Over dingen die oudere mensen bezighouden”, zegt hij. Zijn vrouw verbetert hem: „Dingen die jóú bezighouden.” Hij belooft er thuis meer van te laten zien.

Terwijl zij de lunch klaarmaakt, zitten wij bij de oude houtkachel in de keuken. Het wordt langzaam warm, grote glazen deuren geven uitzicht op de tuin. Dit moet toch fantastisch zijn als er sneeuw ligt? Heerlijk, zegt hij. Dan zit hij graag met een glas wijn bij de kachel naar buiten te kijken, met wat muziek op de achtergrond. Klassiek of Tom Waits. Ik heb geen idee wie dat is, even later klinkt ‘Goin’ Down Slow’.

We eten soep van courgette uit eigen tuin. Er is zelfgebakken brood, rookkaas, jonge kaas, geitenkaas. We zijn omringd door de vier kinderen en elf kleinkinderen van de Gewone Nederlanders. Althans, door hun foto’s. De keuken hangt er vol mee.

Al twintig jaar lang eten de Gewone Nederlanders elke maandag met twee vriendinnen, waarvan een haar man verloor en de ander verlaten werd. Ze koken om de beurt, de vierde week gaan ze naar de Chinees. Een van de vriendinnen heeft hen ooit verteld dat die etentjes haar hebben gered. Ze snappen niet waarom andere, eenzame ouderen dat niet doen.

De Gewone Nederlander heeft een Oculus Rift, een virtual reality bril die in Nederland nog niet te krijgen is. Zijn zoon die in Californië woont, stuurde hem op. Het kostte nogal wat geld en tijd om het ding aan de praat te krijgen. Hij schafte speciaal een computer aan waar de gemiddelde gamer flink jaloers op zou zijn. Ik mag de bril op. Eerst vlieg ik door het heelal, een spel later loop ik door een horrorziekenhuis. De Gewone Nederlander gebruikt het om wat steeds moeilijker wordt in leven te houden, bijvoorbeeld een wandeling door een virtueel bos.

Even later zitten we achter zijn laptop. Het bureaublad telt tien boeken. Hij heeft liever niet dat ik de titels deel. Niemand leest ze, ook zijn vrouw niet. Op een boek staat een slotje, dat mag echt niemand lezen. Hij wees zijn oudste zoon aan als executeur, die mag later bepalen wat er met de boeken gebeurt. Ik vraag hem waarom hij er zo geheimzinnig over doet. Hij is bang, zegt hij, dat mensen hem zullen zien als een bazelende, oude man. Ook zijn eigen kinderen. Hij raakt er geëmotioneerd door. Die boeken, zegt hij, maken hem kwetsbaar.

Ik kwam binnen via de voordeur, en ga weg via de achterdeur. In Brabant, zo zegt zij, is het heel gewoon om via de achterdeur bij elkaar naar binnen te lopen. De volgende keer mag ik daar gebruik van maken.