‘Als het regent valt er tenminste wat te zien op de foto’

NRC Fotowedstrijd Cyril Wermers wint in de NRC Fotowedstrijd met ‘Herfststorm’ de vakjuryprijs van de maand oktober, met als thema ‘Herfst’.

Foto Cyril Wermers

Het is inmiddels een jaarlijkse traditie: de ‘Nederland Fotografeert’-avond van NRC. In een volle zaal in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam vertelde hoofdredacteur Peter Vandermeersch over ethische afwegingen bij nieuwsfotografie. Wilfried de Jong interviewde Zilveren Camera-winnares Ilvy Njiokiktjien, en Sacha de Boer vertelde over de foto’s die zij wereldwijd maakt. En uiteindelijk de finale: de live-verkiezing door de vakjury van de winnaar van de fotowedstrijd van de maand oktober, onder leiding van NRC’s chef fotoredactie Natalia Toret.

Van de duizenden inzendingen voor de fotowedstrijd was al een voorselectie gemaakt, waardoor er nog 50 foto’s over waren. Met opmerkingen als „te kalenderachtig”, „te regulier” en „bah, net een filmset” werd de stapel foto’s al snel gereduceerd tot een top drie. „Mooi, die regen, die beweging. Deze foto barst van de dynamiek!”, pleitte een bezoeker uit de zaal voor zijn favoriet.

De jury bleek het daar uiteindelijk volkomen mee eens. „Hier is niks geposeerds aan. Dit is helemaal echt en juist daarom vaak zo moeilijk te fotograferen”, zei voorzitter Toret. „Je ziet aan de vrouw dat ze zich geen raad weet met die plotselinge regen”, voegde Wilfried de Jong daaraan toe. „Dit geeft perfect het thema aan: het herfstweer wint het hier van alles en iedereen.”

Duidelijk en onbetwist: ‘Herfststorm’ van fotograaf Cyril Wermers is de winnende foto van de vakjuryprijs van de maand oktober.

Fotogeniek

„Dit is op de markt in Enschede”, vertelt een blij verraste Cyril Wermers een dag later. „Ik stond zelf te schuilen onder het afdakje van de Primark. Als het gaat regenen ga ik daar wel vaker staan. Wachten op voorbijgangers. Het beeld voor de achtergrond is daar mooi. Ineens begon het keihard te regenen. Toen kwam die vrouw eraan lopen en dacht ik: nu heb ik de voorgrond ook!”

Wermers is gek op slecht weer. „Ik zeg ook altijd: ik hoop dat het vandaag gaat regenen. Mensen vinden mij dan een pessimist. Maar zo is het niet. Regen is heel fotogeniek, vooral als het plotseling gebeurt. Dan zie je iedereen in paniek vluchten. Wapperende paraplu’s, spiegelingen op de grond… Dan valt er tenminste wat te zien op de foto.”

Stadsfotograaf

In Enschede noemen ze Cyril Wermers de stadsfotograaf. Eigenlijk een beetje tegen zijn zin. „Ik vind het leuk dat ze mijn foto’s waarderen, maar ikzelf hoef niet zo op de voorgrond.” Wat hij zo mooi vindt aan zijn stad? „Niets”, zegt hij resoluut. „Enschede is mooi van lelijkheid. Gelukkig maar, anders viel er weinig te fotograferen. Als ik een mooie stad wil zien, ga ik wel naar Arnhem of Amsterdam. Maar dat beeld kent iedereen wel, daar hoef ik geen foto van. Dan koop ik wel een ansichtkaart.”

Vrijwel dagelijks is Wermers wel ergens met zijn camera in de stad te vinden. Dure spullen heeft hij niet. „Mijn apparatuur kost in totaal minder dan 300 euro, inclusief lenzen en twee analoge camera’s. Geweldig spul. Deze foto heb ik gemaakt met een tweedehands Fuji, digitaal. Ach, ik koketteer er ook wel een beetje mee. Ik heb kennissen die hebben apparatuur van duizenden euro’s. Dan zeg ik: ‘Ik heb net een lens gekocht van 17 euro op Marktplaats. Hartstikke mooi.’”

Een stukje waardering

Wermers had ooit een weblog, ‘Enschede aan zee’, met tekst en beeld over de stad. De teksten verdwenen naar de achtergrond, de foto’s bleven. Zo is het begonnen. Inmiddels heeft hij meerdere exposities en fotomagazines op zijn naam staan. En vorig jaar hingen er doeken van acht meter hoog met stadsgezichten van Enschede van hem in de binnenstad. Daar was hij trots op.

Maar misschien wel het grootste compliment dat hij ooit kreeg vond plaats tijdens een expositie in een opvanghuis van een serie portretten van ‘randgroepmensen’ uit de stad. „Toen zijn er drie foto’s van me gestolen. Ik was daar eerst wel kwaad over. Maar toch, dat ze daar zoveel moeite voor doen, daar spreekt wel een stukje waardering uit.”