Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Als de overheid op zoek is naar de ‘verborgen emoties’ van de burger

Deze week: waarom Buma, Pechtold en Segers zich gedragen als ontluikende Samsommetjes. Ofwel: als de overheid op zoek wil naar ‘verborgen emoties’ van burgers.

Het was geen comfortabele week voor de coalitie. Maandagmorgen had je nog mensen die zeiden: geen idee waar we aan het einde van de dag staan.

Maandagmiddag zei iemand: het zou ook kunnen dat we later in de week gaan onderhandelen over gedoogsteun van de SGP.

Het had alles te maken met het nieuws in deze krant over CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt, die een nepgetuige had gesouffleerd die verwarring over de Russische rol bij MH17 verspreidde.

Geen sinecure, in meer opzichten.

Het is een publiek geheim dat prominente VVD’ers, inclusief Rutte, zich ergeren aan de rol van Omtzigt in het MH17-dossier. Er kwam bij dat Rutte zich vorige week ook ergerde aan Omtzigts uitspraak over de dividendbelasting: die maatregel zou hij zelf nooit bedacht hebben. En CDA-leider Buma botste eerder evengoed met Omtzigt.

Zo was het maandag voor direct-betrokkenen lastig taxeren hoe het zesenzeventigste Kamerlid zich zou gedragen. Zelfs na coalitie-overleg – het achtkoppige van Rutte III – stond niet vast hoe dit zou aflopen.

Het was een hele opluchting dat Omtzigt ’s middags bereid was zijn woordvoerderschap tijdelijk neer te leggen.

Daarna zag je de prijs die coalitiepartijen voor regeringsdeelname betalen. Drie weken terug zeiden de nieuwe partners van Rutte alle drie dat ze in de Kamer hun ‘eigen verhaal’ gingen vertellen.

Deze week werden ze genoodzaakt – inzake Omtzigt, inzake dividendbelasting – alleen nog het coalitieverhaal te vertellen: Buma, Pechtold en Segers als de ontluikende Samsommetjes van Rutte III.

Het debat verplaatste zich, zoals dat gaat, naar de wereld buiten het Binnenhof. Oud-VVD-Kamerlid Boekestijn, destijds buitenlandwoordvoerder, zei in Dit is de Dag (EO-radio) dat Omtzigt moest opstappen. Voorzitter Joustra van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, ook VVD’er, zei tegen de NOS dat Omtzigts handelen zijn MH17-onderzoek geschaad kan hebben. En oud-CDA-Kamerlid Van Hijum, tot 2015 Buma’s financieel woordvoerder, zei in Trouw dat afschaffing van de dividendbelasting „niet is uit te leggen” aan het mbk.

Het was guur buiten Den Haag, maar in het kabinet waren ze toen al door de onzekere fase heen: doorregeren, en proberen routine te ontwikkelen. In de Kamer oefenden ze intussen op vaderlandsliefde: een timide Hollands vlaggetje.

Kajsa Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken, haakte dinsdag onbedoeld aan bij de discussie over Omtzigt door haar zorgen over Russische inmenging met de Kamer te delen.

De term nepnieuws viel al snel – de slechtst denkbare invalshoek bij dit vraagstuk. Het stelt iedereen in staat anderen van nepnieuws te beschuldigen: ‘Kijk naar je eigen.’ Dat niveau.

Maar bij campagnes van de Russen draait het om de combinatie van hacken, nepnieuws en trollen (beroepsontregelaars) en bots (computergestuurde debatdeelnemers) die de discussie op vooral sociale media sturen.

Het werkt zo. Je hackt andermans systemen, je zorgt dat dit bekend wordt, op een anonieme website publiceer je gehackt materiaal, je voegt daar verzinsels aan toe, en die verzinsels maak je groot op sociale media.

Je kunt daar mensen online mee vernietigen. Dus dit soort ondergrondse systemen, mits later grootschalig toegepast, zijn levensgevaarlijk voor onze openbare orde.

Voorbeelden te over. Een Amerikaanse conservatief die zich zomer 2016 tegen Trump keerde, schetste in National Review hoe hij werd bedreigd, en op sociale media eindeloos belaagd met foto’s van zijn Ethiopische adoptiekind, een minderjarig meisje, dat omgeven door nazi’s en slaven werd afgebeeld. In Frankrijk werd TV5Monde in 2015 kort na de aanslag op Charlie Hebdo gehackt, waarna urenlang beelden van een IS-achtige strijder werden uitgezonden: Britse media onthulden dat de Russen erachter zaten. Journalisten van het Amerikaanse ProPublica lieten vorige week zien hoe hun online identiteit werd mishandeld en, uiteindelijk, weggevaagd nadat ze onthullingen deden over verdiensten van techgiganten aan online radicalisering en mishandeling.

Dus dit is zeker geen zaak van alleen Russen. Deze technieken bestaan, techgiganten verdienen eraan. Niet alleen wordt het Westen hier aangevallen: het Westen valt óók zichzelf aan.

En de kolossale vraag voor de komende tijd is: hoe kunnen wij dit soort misbruik tegengaan?

Ingrepen in internetvrijheden zouden nu niet geaccepteerd worden. Tegelijk is dit ook een thema dat zich zeer goed leent voor plotselinge omwenteling van de publieke opinie.

Politici hebben daar hun eigen oplossing voor, ook wel bekend als de kunst van de politieke verdwijning: het vermogen om, als groep, of als groep partijen, opvattingen te laten verdwijnen die je tien jaar of langer geleden nog had.

De techniek werd schitterend toegepast door Republikeinen in de VS over de oorlog in Irak. Hun toenmalige leider, president Bush, begon die oorlog in 2003, en kreeg de hartstochtelijke steun van zijn hele partij.

Trump zei, valselijk, dat hij die oorlog altijd afwees en verweet Hillary Clinton dat zij voor de invasie stemde. En bij dat verwijt, dat was het bijzondere, had hij de support van Republikeinen die lieten verdwijnen dat zij de aanval op Irak zelf hadden toegejuicht.

In Nederland zien we nu ook zoiets met de Russen. Verdwenen is dat links in de jaren tachtig vertrouwen had in de vredeswil van Rusland. Verdwenen is dat rechts in de jaren tachtig wist dat de Russen zich heimelijk mengden in onze debatten.

Nu wil een groot deel van rechts detente met Poetin. Nu wil het grootste deel van links robuust verzet tegen Russische inmenging. Beide flanken hebben hun toenmalige opvattingen laten verdwijnen.

Het lijkt me geen gewaagde gedachte dat de stelligheid waarmee mensen zich nu nog keren tegen inperking van internetvrijheid, de stelligheid waarmee zij de vrije meningsuiting voorop stellen, door aanhoudend misbruik van al die internetvrijheden de komende jaren óók zal verdwijnen.

Het lijkt me zelfs waarschijnlijk dat rechts, juist rechts, zal gaan verlangen naar meer openbare orde op het internet – en naar verminderde mogelijkheden om ons massaal met trollen, bots en hacks te misleiden.

Intussen moeten overheden zich staande zien te houden in deze tijd van nieuwe communicatie, nieuw misbruik en oude politiek.

Toen ik er deze week over sprak met hoge ambtenaren, wees iemand me op de Academie voor Overheidscommunicatie. Ik had er nooit van gehoord: de site van dit ‘kennis- en expertisecentrum’ voor overheidscommunicatie is alleen toegankelijk voor rijksambtenaren.

Een van de ambtenaren liet me meekijken, en wat bleek: de academie heeft over twee weken haar jaarlijkse conferentie. Het thema: omgaan met emoties.

Een van de aangekondigde sprekers is Job Boersma, wiens bijdrage aan de conferentie op de site staat samengevat met: ‘Ontdek de verborgen emotie’.

Ik zocht telefonisch contact, en Boersma legde me uit dat hij ambtenaren kan leren hoe ze emoties van burgers – zoals lichaamstaal en ‘micro-expressies’ van korter dan een kwart seconde – kunnen leren zien en interpreteren.

„Ik train mensen om te lezen hoe andere mensen zich voelen.” Van belang is, zei hij, dat beleidsmakers leren dat ze „een risico lopen als ze op emoties reageren met rationele tegenargumenten.”

Ik had het idee dat Boersma de beste bedoelingen had. Maar ik dacht ook: dit zijn de onprecieze noties waarin politici en overheden terechtkomen als ze, door de opkomst van online media, en het groeiende misbruik daarop, niet meer weten hoe ze moeten handelen.

Dan maken ze van de communicatie over politiek en beleid een emotie: een gevoel, een woede, een verlangen. Een onbestemd idee – omdat ze zelf hun bestemming niet meer kunnen definiëren.

    • Tom-Jan Meeus