Advocaat Korver scoort maximaal

Zaak Mitch Henriquez

Nabestaanden hebben, via hun advocaat Richard Korver, een fors aandeel in de rechtszaak over de dood van Mitch Henriquez.

De camera’s buiten staan al klaar als advocaat Richard Korver donderdag met groot gevolg de extra beveiligde rechtbank op Schiphol verlaat. In een pleidooi van ruim twee uur heeft hij de rechter ervan willen overtuigen dat de twee agenten verdacht van betrokkenheid bij de dood van Mitch Henriquez, schuldig zijn. De aanklager, normaal uitvoerder van deze taak, hoorde in stilte aan hoe Korver als advocaat namens de nabestaanden zijn pleidooi eindigde met een klapstuk. Het onderzoek in deze zaak, zei hij, was zó ondeugdelijk dat hij dacht in een „spookproces” te zijn beland. Daarna liep hij met een groot deel van de nabestaanden weg.

Het proces tegen de twee Haagse agenten is nu halverwege en vooral Korver wist de aandacht op zich te vestigen. Al op de eerste dag, maandag, stond de camera vooral op hem gericht. De rechter wilde beginnen, maar Korver vroeg meteen de zaak uit te stellen. Hij had van de gewelddadige arrestatie in 2015 in het Haagse Zuiderpark veel scherpere beelden weten te bemachtigen dan door de Rijksrecherche waren aangeleverd in het dossier. „Hoe kan dat”, vroeg hij zich – terecht – af. Keer op keer moest de rechter schorsen om over de wensen van Korver te oordelen.

Dag twee hetzelfde patroon. De scherpere beelden van Korver werden getoond en de rechter ondervroeg enkele deskundigen over de doodsoorzaak van Henriquez: verstikking door een nekklem of bezwijken aan een ‘acuut stresssyndroom’. Ook Korver en Gerald Roethof, eveneens advocaat van enkele nabestaanden, wilden die deskundigen hierover aan de tand voelen. En weer moest de rechter schorsen om uit te zoeken of dat wettelijk mag. Nee, was het antwoord daarop, want nog altijd zijn nabestaanden slechts deelnemer en geen partij in een strafproces.

Maar ook de dag erna deed Korver in deze zaak anders vermoeden. Hij was het met de deskundigen niet eens over de doodsoorzaak en dus had hij zelf maar een deskundigenrapport opgesteld. Hij had twee liplezers bereid gevonden de verscherpte beelden van de arrestatie te beoordelen. Zij zouden tot de conclusie zijn gekomen dat de twee agenten die terechtstaan al meteen na de arrestatie wisten dat Henriquez nagenoeg overleden was – en adequate hulpverlening hadden ze nagelaten. Korver bleef erbij dat het onderzoek door de Rijksrecherche naar het incident onvoldoende was uitgevoerd en ook nu vroeg hij om uitstel van het proces. Tevergeefs, maar zijn rapport werd wél gevoegd bij het dossier.

Of en hoe de rechter dit alles in zijn oordeel op 21 december zal wegen, is nog een grote vraag. Maar zou op basis van beeldvorming worden rechtgesproken, dan hebben Korver en zijn collega Roethof halverwege dit proces alvast maximaal gescoord.

Niet vaak is het aandeel van nabestaanden in een rechtszaak groter geweest dan in dit proces. Het tekent de groeiende rol die ‘het slachtoffer’ sinds de jaren negentig heeft verworven in het strafrecht. Nabestaanden kregen sindsdien de mogelijkheid schade te verhalen op de dader en het spreekrecht voor slachtoffer en nabestaanden is nu een ingeburgerd begrip. Elke kans om zulke rechten te benutten – en liefst nog ietsje op te rekken – lieten Korver en Roethof de afgelopen dagen niet onbenut.

Natuurlijk, de zaak leent zich ervoor. De verdachte agenten zitten anoniem in een afgesloten cabine en hún twee advocaten hebben zich tot nu toe alleen nog op de rug laten zien. Zij verdwijnen bij elke schorsing samen met de officier van justitie door de achterdeur terwijl de nabestaanden van Henriquez zich in de volle breedte van de rechtszaal tonen en hun advocaten gewillig op de gang verschijnen voor de camera.

Het is ze gegund, denkt de verdediging misschien. Alleen op deze manier kan maatschappelijke woede over een onmiskenbaar gewelddadige arrestatie worden gekanaliseerd. Komende week is het de beurt aan hén, en aan het Openbaar Ministerie, om zich te roeren.