Recensie

Wijs worden uit de wirwar van het leven

Martin Michael Driessen

De winnaar van de ECI-prijs 2016 schreef een knappe roman in de vorm van een klassieke, verrassende tragikomedie.

Illustratie Paul van der Steen

Alsof je een oude Rus leest. De pelikaan van Martin Michael Driessen (1954) doet niet hedendaags aan: Tsjechov, dat roept deze roman op, en ook Ibsen, dankzij de kraakheldere, fijne stijl, taal die oneigentijds voelt, zonder dat er een gecraqueleerd vernislaagje overheen ligt. En het menselijk tekort waarover die groten schreven is Driessens voornaamste onderwerp. Rivieren, waarvoor hij vorig jaar de ECI Literatuurprijs ontving, getuigde daar al van: in die roman-uit-drie-verhalen werd gestreefd, gesparteld, gestreden en misverstaan.

Zo ook in De pelikaan. Als een klassiek verteller plaatst Driessen ons en zijn personages in het decor van de roman, met een licht sardonische introductie: een kleine kuststad op de Balkan, eind jaren tachtig van de afgelopen eeuw, ‘er was een kabelspoorweg, en het stadje kon op een klokkenmuseum zonder weerga bogen’, maar ‘ondanks deze bijzondere kwaliteiten’ (!) was het ‘een muurbloempje van de Europese geschiedenis’. Het mag duidelijk zijn dat De pelikaan, zoals op het titelblad staat, een komedie is.

In het stadje leven twee mannen die elkaar naar het leven staan: de postbode Andrej en de operateur van de kabelspoorweg Josip. De eerste taalt naar een einde aan ‘de totale ontkenning van zijn bestaan’, de tweede zit zijn dagen uit onderaan de steeds irrelevanter wordende kabelspoorweg – totdat deze Josip een buitenechtelijke affaire begint. Andrej komt daar bij stom toeval achter en besluit hem anoniem te chanteren. Het verkregen geld vergokt hij, dus gaat hij door met de afpersing. ‘Het was’, houdt hij zich voor, ‘niet te verteren dat er zoveel geld mocht worden besteed aan een niet eens meer zo jonge geblondeerde del uit de grote stad terwijl hij, Andrej, met een klein deel ervan – hij dacht aan het bedrag dat hij nog overhad – iets zinnigs en goeds kon doen.’

Zinnig en goed? Jaja. De pelikaan wordt een komedie, eentje van de vileine soort, wanneer Josip ontdekt, ook bij toeval, dat postbode Andrej bankbiljetten uit de post vist en ze in eigen zak steekt. Ha! De gechanteerde gaat de chanteur chanteren, maar zonder dat ze het van elkaar weten.

Driessens vakmanschap is een weldaad: als een poppenspeler laat hij de personages om elkaar heen draaien, net te veel vermoeden en te weinig doorzien, zoals wij lezers wél doen dankzij ingenieuze perspectiefwisselingen. Dat kan alleen maar uitmonden in een tragedie, denk je, maar de literaire onvoorspelbaarheid die Driessen in petto heeft maakt de roman nog weldadiger. Andrej en Josip veranderen van komediepersonages in echte mensen, wanneer de schrijver ze bevriend laat raken. Uiteraard omdat een goede verstandhouding hun dekmantel helpt, maar ergens ook, krijg je de indruk, omdat geen van beiden weerstand kan bieden aan zijn eigen menselijkheid.

De mens is eerst speelbal van zijn verlangens, dan slachtoffer van zijn beperkingen en ten slotte onderworpene van zijn omstandigheden – die lijn kun je in De pelikaan wel trekken, waarmee de structuur overigens verrassend dicht de route van Rivieren blijkt te volgen. Daar ging het van de overmoedige arrivé uit het eerste verhaal naar de zich concentrerende en weer verwijderende broederschap uit het tweede verhaal, tot aan de alles overtreffende ondergeschiktheid aan de loop van de geschiedenis uit het slotverhaal.

Dat laatste zwaard van Damocles hangt ook boven De pelikaan: de Balkanoorlog is nabij. Niemand ontkomt aan dat conflict, ook Andrej en Josip niet, en zelfs de pelikanen niet, die jaarlijks neerstrijken aan de kust. Als de oorlog het strand overspoelt, raken zij verstrikt in de olie.

Zulke symbolen zijn talrijk in Driessens roman, die ook daarom klassiek aandoet. Maar de pelikaan staat nog voor iets anders, zo memoreren de personages: de vogel is het christelijke symbool voor ‘zelfopoffering en wederopstanding’. Al berust dat op een misverstand: ze zouden hun jongen voeden met bloed uit hun borst – in feite gewoon vis uit hun keelzak.

Wat dat te betekenen heeft? De betekenis van de pelikaan dringt pas bij de ook weer onvoorspelbare, tamelijk triomfantelijke ontknoping tot je door. Tot je daar aanbelandt heeft Driessen je op het verkeerde been gezet over wat je nu eigenlijk hebt zitten lezen. Uiteindelijk is De pelikaan méér dan een tragikomisch verhaal over menselijke overmoed of het onontkoombare lot. Het gaat juist over de vervlechting van die twee. Over hoe de mens wijs moet worden uit die wirwar, die nog eens gecompliceerd worden door toeval en misverstand. Zo bouwt Driessen voort op de klassieken en Rivieren, maar zet hij ook een stap verder: hij zet de klassieke thema’s met een nieuw, eigen verhaal geweldig naar zijn hand.