Column

‘Wij vliegen een stukje ziekenhuis naar een noodgeval’

Nachtwerkers, een fotorubriek van Lars van den Brink Wie werken er ‘s nachts? Hendrik de Vries vliegt op de traumahelikopter van VUmc in Amsterdam. „Het liefst ben ik in touw.”

Foto Lars van den Brink

Twintig seconden. Zo lang kost het verpleegkundige Hendrik de Vries (40) om, opgeschrikt door zijn pieper, zijn bed uit te springen, zijn schoenen dicht te ritsen – veters zijn te langzaam – en zich te melden bij het verzamelpunt voor de crew van de traumahelikopter. Binnen enkele minuten stijgen ze op.

Tijdens de vlucht fungeert De Vries als co-piloot. Navigeren, het weer monitoren, de landingsplaats checken. Daarna wisselt hij van rol en assisteert hij de dokter met de patiënt. Reanimeren, bloed toedienen, een adembuis inbrengen. „Wij vliegen een stukje ziekenhuis naar een noodgeval.”

De nachtdienst duurt van half zeven ’s avonds tot kwart over zeven ’s ochtends. De Vries: „Het liefst ben ik de hele nacht in touw. Dat vind ik minder pittig dan tussendoor telkens drie kwartier slapen.”

De ene helft van zijn tijd is hij ambulanceverpleegkundige, de andere helft is hij lid van dit Mobiel Medisch Team.

Een „prachtvak”, vindt hij. De Vries houdt van overzicht houden, overleggen met de arts, de politie, de brandweer. En natuurlijk ook van het zorgen voor patiënten. „Je bent samen met een goed geolied team bezig mensenlevens te redden.”

Vliegen blijft „een feestje”. Hoe vaak hij het ook doet. „De nacht is extra spannend. Het navigeren is dan complexer.”