Column

Wij strooien Russisch zout in eigen wonden

Toeval of niet – op de dag dat minister Kajsa Ollongren de Tweede Kamer haar brief over fake news zond, hield premier Theresa May in Londen een harde toespraak over Russische propaganda. Ze beklaagde zich over „schaal en aard” van de aanvallen en zei: „Ik heb een simpele boodschap voor Rusland: we weten wat u doet en het zal u niet lukken.”

Ollongren noemde de Moskouse inmenging in de Amerikaanse verkiezingen en een gefingeerde website met MH17-nepnieuws; May refereerde aan cyberaanvallen op de Duitse Bondsdag en het Deense defensieministerie, en tweets met gefotoshopte beelden om verdeeldheid te zaaien. Maar de Britse premier ontweek de heikele vraag of Moskou in het Brexit-referendum de Leave-campagne hielp; oppositiepartij Labour vermoedt van wel en vraagt om diepgravend onderzoek. In het debat over de regeringsverklaring was ook de Tweede Kamer benieuwd naar Russische steun voor Brexit; Ollongren gaat er niet op in.

Hoewel ze een serieus probleem aansnijdt, is Theresa Mays ongekende aanval op Rusland ook een binnenlandse afleidingsmanoeuvre. Haar regering is verdeeld en verzwakt; behalve met de weer innig plottende ministers Boris Johnson & Michael Gove, die een ‘harde Brexit’ eisen, kampt ze op de andere flank met 40 rebellen die juist een ‘zachte’ willen (en deze week met succes een parlementaire stemming over de finale echtscheidingsdeal met de EU afdwongen).

May overleeft enkel omdat de Conservatieven beseffen dat een leiderschapsstrijd tot interne burgeroorlog zal leiden en zelfs Labourleider Corbyn aan de macht kan helpen. Intussen is het land onregeerbaar omdat het Britse publiek nog steeds niet wordt voorbereid op de harde economische en politieke keuzes waartoe het vertrek uit de EU leidt. Telkens als de minister van Financiën, Philip Hammond, iets mompelt over risico’s, wordt hem verweten „onpattriotisch” te zijn. In zo’n sfeertje ben je snel landverrader.

Zonder Russische cyberpraktijken te willen bagatelliseren: als het Britse opinieklimaat is verziekt, komt dat eerder door een andere foreign agent: Rupert Murdoch. De Amerikaan, geboren Australiër, heeft via zijn krantenimperium (The Sun, The Times en The Sunday Times) al decennia greep op de Britse politiek. Zijn titels voeren een permanente leugen- en haatcampagne tegen ‘Brussel’, een métier waarin Johnson (als EU-correspondent voor The Daily Telegraph) en Gove (columnist voor The Times) groot werden. Zoals we na 9/11 moesten wennen dat islamterroristen ook uit Slotervaart of Leicester kwamen, zo moeten we vandaag niet vergeten dat veel desinformatie van eigen bodem komt. Homegrown nepnieuws.

Toen het Murdoch-imperium in 2011 onder vuur lag – journalisten van News of the World tapten de voicemail van een vermist, vermoord meisje af – stelde het Britse parlement een zware onderzoekscommissie in naar „cultuur, praktijk en ethiek van de pers”, inclusief „inaccuracies”, zoals fantasieverhalen toen nog heetten. Deze Leveson Inquiry bracht na pittige hoorzittingen eind 2012 een dik rapport uit met aanbevelingen tegen nieuwe misstanden. Binnen uren besloot premier Cameron er niets mee te doen. Het geplande vervolgonderzoek werd afgeblazen; niet nodig, aldus de Conservatieven nog in hun verkiezingsmanifest dit voorjaar.

In Spanje woedt het debat of en hoe Rusland zich met nepnieuwscampagnes mengt in de Catalaanse zaak. La Vanguardia citeerde een EU-diplomaat: „Rusland geniet ervan zout te strooien in de wonden van onze democratieën.” Geen slechte metafoor. Russisch zout, maar wel onze eigen wonden.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve). Onlangs verscheen zijn boek De nieuwe politiek van Europa.