Recensie

Weg met de ‘afvink-regels’

Zorg zonder regels

Bij thuiszorgorganisatie Opella in Ede bedenken ze steeds alternatieven voor de vele regels. Ze kijken zelf wat mensen nodig hebben. Dat werkt.

Een paar keer per week ging de oude man naar een activiteitenmiddag. Hij lijdt aan dementie en kwam zo toch nog wat buiten. Eerst ging hij met zijn vrouw. Toen met de taxi. Maar sinds kort zit hij in een rolstoel. Op een dag zat hij gewassen en aangekleed klaar in zijn nieuwe rolstoel, op vijf hoog. Maar zijn vrouw kon hem de lift niet induwen en de rolstoel-taxichauffeur kwam maar niet. Wat bleek? Hij mag volgens de regels niet naar boven. Als hij iedereen moet gaan halen binnen is hij te veel tijd kwijt.

Van dit soort regels hebben ze bij Opella in Ede schoon genoeg. Opella verzorgt en ondersteunt 4.500 thuiswonende ouderen in Ede, Wageningen en omstreken. Sinds kort hebben ze een experiment dat ‘thuis geven’ heet. Het tegenovergestelde van ‘niet thuis geven’, legt programmaleider Ineke Wever uit. Wever: „We luisteren goed naar wat de klant wil en kijken dan wie dat zou moeten betalen. De gemeente of de verzekeraar. De klant merkt er niks van en we gebruiken ons gezond verstand.”

Ze zijn begonnen met een experiment in Bennekom, een dorp vlakbij Ede. Daar brengt Yvonne Drost, als vast aanspreekpunt, per oudere in kaart welke zorg hij of zij nodig heeft. Ze praat met hen, hun partner, familie, buren. Ze ‘indiceert’ zelf wat er nodig is: hulp in de huishouding, begeleiding, verpleging of verzorging. Dat ze alles zelf doet, is essentieel.

Thuiszorg wordt sinds 2015 betaald op grond van drie wetten: de WMO (gemeenten), de Zorgverzekeringswet (zorgverzekeraars) en de Wet Langdurige Zorg (het rijk). Met de gemeente Ede heeft Opella nu afgesproken dat het oordeel van de deskundige wordt gerespecteerd. Want dat ís Yvonne Drost. Ze is van oorsprong wijkverpleegkundige en weet alles over dementie. De gemeente accepteert haar ‘indicatie’ en stuurt dus niet alsnog een WMO-consulent langs. WMO-consulenten zijn ambtenaren die namens de gemeente beoordelen welke hulp iemand nodig heeft. Met andere gemeenten hoopt Opella ook zulke afspraken te maken.

Voor de man in de rolstoel heeft Ineke Wever een oplossing bedacht. Iemand van de thuiszorg is er op de ochtenden dat hij naar de ‘dagbesteding’ gaat. Zij helpt hem met aankleden en duwt de rolstoel de lift in. Zijn vrouw wacht beneden met hem op de rolstoel-taxichauffeur.

Er zijn meer regels. Zo mag de huishoudelijke hulp – die doorgaans laag is opgeleid en dus weinig kost – alleen schoonmaken. ‘Moeilijke taken’ worden gedaan door mensen met meer opleiding, die ook weer meer kosten. Maar Drost kwam thuis bij een „deftige dame” die nooit meer wilde douchen. „Haar man kon haar niet overtuigen, de thuiszorgmensen niet, ik niet. En dus ging ze stinken.” De vrouw kan goed opschieten met een hulp die elke week bij haar schoonmaakt. Die heeft haar, op verzoek van Drost, langzaam naar het douchen gecoacht. „Eerst een keer de haren wassen. Toen het gezicht. Nu helpt ze haar elke week helemaal in de douche. Geweldig. Dat moet toch kunnen? Ze is er niet voor opgeleid, maar als je je eigen moeder kunt helpen met douchen, kun je ook iemand anders helpen. Dan maar wat minder uren schoonmaak in huis.”

Bij Opella hadden ze al heel wat afvink-regels geschrapt. Tot een paar jaar geleden moesten ze in de verpleeghuizen (die Opella ook heeft) elke dag de temperatuur van de ijskast meten, bijvoorbeeld. „Want er zou wel eens iets kunnen bederven. Maar je kunt ook gewoon af en toe ruiken aan wat er nog in de ijskast ligt”, zegt Drost.

Na 2015 kwam er weer een berg nieuwe regels bij. Die hebben te maken met uren en kosten en beheersbaarheid van die kosten. Zoals de rolstoel-taxichauffeur die niet naar binnen mag om iemand op te halen. Wever: „ De kosten moesten we verantwoorden op verschillende manieren. Het verschilt per gemeente en per zorgverzekeraar. Onze mensen hebben nu een i-pad bij zich waarop ze alleen maar hoeven te klikken bij binnenkomst en bij vertrek. Ze hoeven dus niet meer elke handeling op te schrijven. Dat scheelt.” Hoe legt Wever de rekening dan uit aan de gemeentes en de zorgverzekeraars? „Aan de achterkant passen wij het bij de juiste wetten. Dat lukt, hoor. Ik wil in elk geval niet dat het primaire proces iets van die administratie merkt.”

Het primaire proces? „Dat ben ik”, zegt Drost met opgestoken vinger. Een collega van haar heeft bijvoorbeeld gezorgd dat een oude man samen met zijn vrouw naar de dagactiviteiten gaat. „Hij wilde niet alleen, dat vond hij eng. Zijn vrouw mocht niet mee omdat ze dan een stoel bezet hield, een kop koffie dronk en mee deed aan een activiteit. Dat kost geld. Nu gaan ze samen.”