Was de Profeet een voorbeeldig mens of bovenmenselijk?

In de wereld dragen zo’n 150 miljoen mannen en jongens de naam Mohammed. Als we de varianten Muhammad, Mehmet en Mamadou en afgeleide vormen als Ahmed en Mahmud meetellen, is het op dit moment de populairste voornaam voor nieuwgeboren jongetjes, niet alleen in het Midden-Oosten, maar ook in de grote steden van West-Europa. De Profeet geldt bijna veertien eeuwen nadat de historische Mohammed is gestorven onder moslims nog steeds als een voorbeeldig personage.

De historische Mohammed, jawel, want zelfs voor de meest sceptische onderzoekers van de geschiedenis van de islam staat wel vast dat hij aan het begin van de zevende eeuw werkelijk heeft geleefd. De gepensioneerde Nederlandse arabist en islamoloog Wim Raven zei het zo: „[Hij] zal zeker hebben bestaan: immers, het is aannemelijker dat verhalen groeien rondom een kern dan helemaal vanuit het niets, maar verder weten we niet zoveel.”

Inderdaad, wie Mohammed werkelijk was, blijft in veel opzichten een raadsel. Wat we weten over zijn levensloop laat zich samenvatten op één A4-tje. Maar de voorstellingen die moslims zich later van hem maakten en de verhalen over hem vullen hele bibliotheken.

Dat enorme oeuvre is nu glashelder samengevat door Christian Lange, hoogleraar Arabistiek en Islamologie aan de Universiteit Utrecht. Hij schreef een essay in zeven beknopte, rijk gedocumenteerde hoofdstukken met de titel Mohammed – Perspectieven op de Profeet. Het vertelt niet ‘wie Mohammed werkelijk was’, maar wat hij in de loop van die veertien eeuwen na zijn dood is gaan betekenen, voor moslims, maar ook voor westerlingen. Een groot doek in een klein boekje.

Opgestaan

Lange begint zijn verhaal met de vraag of Mohammed, die volgens de overlevering stierf in Medina in het jaar 632, werkelijk dood is. Daarmee zitten we meteen middenin een levendig debat binnen de geloofsgemeenschap. Volgens de dominante geloofsleer verhoedt God dat het lichaam van de Profeet ontbindt en is zijn ziel zowel binnen als buiten zijn lichaam actief. Volgens de 15de-eeuwse Egyptische moslimtheoloog Soejoeti is Mohammed na zijn dood opgestaan en reist hij in een oogwenk rond de wereld. Daarmee diende Soejoeti meteen het christelijke verhaal over Jezus’ verrijzenis van repliek.

In de loop der eeuwen hebben gelovigen verteld dat zij de levende Mohammed in visoenen hebben gezien. Een 12de-eeuwse Irakese mysticus, Ahmad ar-Rifai, beweerde dat Mohammed vanuit zijn graf een hand naar hem uitstak.

Louter mens

Salafisten, geloofszuiveraars bij uitstek, verzetten zich tegen de sacralisering van het profetenpersonage, die zich na diens dood onmiskenbaar heeft voltrokken. Zij houden zich strikt aan de Koran, de goddelijke openbaring waarvan Mohammed het medium was, en zien hem louter als mens. Het bewind in Saoedi-Arabië, dat zich baseert op een salafistische versie van de islam, bemoeilijkt daarom het bezoek aan Mohammeds graf in Medina. Er staat nu een hek omheen en politieagenten verdrijven pelgrims die er te lang blijven hangen met de wapenstok.

Wat heb je aan islamologen in het ‘islamdebat’ dat al vijftien jaar woedt in onze streken? Wie de islam in bescherming neemt tegen onredelijke aanvallen, wordt al snel weggezet als apologeet. En wie meehuilt met de wolven, verliest zijn academische objectiviteit. Lange is geen apologeet, hij is een kenner van de materie. En die materie is zó veelkleurig dat de zwart-witschema’s van het ‘debat’ er in de verste verte geen recht aan doen. Lange’s boekje doet dat wel. Hulde.