Waarom Sara uit Spanje is vertrokken

Spaanse diaspora

Bij het uitbreken van de crisis in 2008 begon in Spanje een exodus van jonge werknemers die nog steeds gaande is.

Sollicitanten doen examen om in aanmerking te komen voor een baan in de zorg in de provincie Galicië. Foto Lavandeira JR/EPA

Maria Torres Simon schudt haar hoofd als ze langs schoenenwinkel Glori aan de Calle de Alcalá loopt. De 29-jarige Spaanse kijkt met enige wrok terug op de tijd die ze als verkoopster doorbracht in deze Madrileense zaak. „Ik deed het werk met ziel en zaligheid, maar mijn baas kneep zijn personeel alleen maar uit. Meer dan 1.000 euro in de maand kreeg ik nooit. Na zes jaar hield ik het voor gezien. Direct stond er een ander klaar om mijn baan over te nemen. Ik werd niet eens bedankt”, zegt Torres Simon. „Als werknemer heb je vandaag de dag nauwelijks rechten in Spanje.”

Hoewel de economie van het Zuid-Europese land de voorbije jaren met bijna 3 procent fors groeide, zag de gemiddelde Spanjaard zijn positie op de arbeidsmarkt nauwelijks verbeteren. De werkloosheid is met 17 procent nog altijd veel hoger dan het gemiddelde in Europa, dat volgens cijfers van Eurostat onder de 10 procent ligt. Voor jongeren is het nog veel lastiger werk te vinden. In het zuiden zit meer dan de helft van de Spanjaarden onder de 25 jaar zonder baan. Dat heeft consequenties. Sinds 2015 worden er minder Spanjaarden geboren dan er doodgaan. Het aantal geboortes is teruggelopen van gemiddeld twee kinderen per vrouw in 1975 naar 1,3 nu.

Lees ook het artikel van correspondenten Stéphane Alonso en Tijn Sadée over ongelijkheid in de EU: Kan Europa zijn achterblijvers hulp bieden?

Weinig toekomst

Wie er wel in slaagt werk te vinden in Spanje, moet het doorgaans doen met een bescheiden inkomen en heeft daarbij weinig zicht op een stabiele toekomst. Volgens onderzoeksbureau Barceló en partners ligt het gemiddelde bruto salaris op 1.636 euro per maand. Zo’n 47 procent van de beroepsbevolking verdient netto 1.000 euro per maand of minder. En 13 procent van de werkende Spanjaarden komt volgens recente cijfers van Eurostat nog niet tot 60 procent van het gemiddelde inkomen. Daarmee laat Spanje binnen de Europese Unie alleen landen als Roemenië en Griekenland achter zich.

Het contrast met Noord-Europa is enorm. Voor Sara Higuera Del Moral was het sombere perspectief reden haar geluk buiten Spanje te zoeken. Daarmee volgde ze de meer dan twee miljoen van haar landgenoten die in een ander land wonen. Sinds het uitbreken van de economische crisis in 2008 is een ware Spaanse exodus op gang gekomen, die vooralsnog niet te stoppen lijkt. De 24-jarige Higuera Del Moral is na de zomer op de bonnefooi vanuit Madrid naar het Schotse Edinburgh vertrokken. Daarmee behoort ze nu tot een Spaanse diaspora die in het Verenigd Koninkrijk uit meer dan honderdduizend mensen bestaat.

Lees ook het artikel dat correspondent Koen Greven eind 2015 schreef: Zo goed gaat het echt nog niet met Spanje

Higuera Del Moral heeft geen spijt van haar vertrek. „Ik ben vooral weggegaan omdat het uitzicht op een vaste, goed betaalde baan er in Spanje eigenlijk niet was. Met mijn universitaire opleiding kwam ik niet verder dan een veredelde stageplaats op een administratiekantoor. Ik verdiende er 300 tot 400 euro per maand. Daarmee kan je onmogelijk op jezelf wonen. Ik heb geen zin om mijn ouders nog jarenlang tot last te zijn. Ik hoop in Schotland boven alles goed Engels te leren zodat ik mijn kansen op goed werk vergroot”, legt Higuera Del Moral via de telefoon uit.

Voorlopig werkt Higuera Del Moral in een hotel waar ze ’s ochtends het ontbijt serveert en vervolgens de bedden opmaakt. Ze verdient er bijna 1.000 euro in de maand mee. „Ik kon aanvankelijk niet veel meer zeggen dan hello en how are you, dus dan mag je blij zijn als je iets vindt. Je krijgt hier op basis van je leeftijd een minimumbedrag per uur. Als je een keer een fout maakt, sta je niet direct op straat. Ik zie dit als een investering in mezelf. Ik zou later graag een gezin hebben. In Spanje. Niet in Schotland. Al zijn de voorzieningen voor moeders hier veel beter. Er zijn drie verschillende toeslagen.”

Lees ook: In exclave Spanje is werk een droom

Kantoorbaan

Terug naar Spanje, waar Maria Torres Simon na haar vertrek bij de schoenenwinkel een kantoorbaan heeft gevonden. Ze verdient bijna 1.200 euro in de maand en daarmee prijst ze zichzelf gelukkig en voelt ze zich rijk. Ze kan samenleven met haar echtgenoot, die in de slagerij van een supermarkt in het plaatsje Villacañas werkt, maar haar kinderwens is voorlopig niet vervuld. „We hebben een woning in Madrid gekocht met een hypotheek van 500 euro in de maand. Daarnaast hebben we een twaalf jaar oude auto. Het is iedere keer weer een opluchting als we het einde van de maand hebben gehaald. Je probeert wat te sparen voor de toekomst, maar dat zit er eigenlijk niet in.”

Maria Torres Simon en Sara Higuera Del Moral behoren tot de hoogst opgeleide generatie Spanjaarden ooit. Toch ligt hun levensstandaard lager dan die van hun ouders. Maria Torres Simon zegt: „Mijn vader en moeder hebben altijd hard gewerkt, opdat ze hun kinderen konden laten studeren. Ze hoopten dat wij daardoor een betere toekomst zouden krijgen. Zo is het nu nog niet. Mijn zusje van 25 heeft geen geld om samen te wonen met haar vriend. En de jongste van veertien is ervan overtuigd dat ze alleen kans maakt met een eigen bedrijf.”

„Ik zou zo bij haar in dienst treden”, zegt Torres Simon lachend. „Ze zou haar oudere zus toch wel goed behandelen?”

    • Koen Greven