Vraag naar lokale én groene stroom neemt snel toe

Energiecoöperatie

Zo’n 60.000 Nederlanders zijn aangesloten bij een energiecollectief. Steeds vaker verhandelt die de opgewekte stroom zelf.

Het hoofdkantoor van Greenchoice heeft zonnepanelen op het dak. Foto ANP

Een snel groeiend aantal burgers investeert samen in energie. Al zo’n 60.000 Nederlanders zijn aangesloten bij een ‘energiecoöperatie’. Zij financieren bijvoorbeeld samen zonnepanelen op het dak van een kantoorpand, of in een windpark. Het aantal coöperaties nam in 2017 toe tot 392. Dat zijn er 60 meer dan vorig jaar.

Dat blijkt uit de deze vrijdag verschenen Lokale Energie Monitor, een jaarlijkse inventarisatie in opdracht van kennisplatform HIER Opgewekt.

Tot 2011 bestonden er in Nederland slechts enkele tientallen energiecoöperaties. Daarna is hun aantal sterk gaan groeien, en er is geen teken dat het plafond is bereikt. Vooral het aantal coöperaties dat in zonne-energie investeert, groeit. „Er is een groeiende vraag naar groene stroom waarvan je weet dat die lokaal geproduceerd is”, zegt onderzoeker Anne Marieke Schwencke.

Opvallend is dat er steeds meer collectieven ontstaan die de opgewekte stroom ook zelf verhandelen op de vrije markt. Dat levert meer op dan simpelweg leveren aan het net. Schwencke: „De coöperaties delen in de winst, en ze beslissen samen over de bestemming ervan.” Dat kan niet zomaar; er is een vergunning voor nodig. Sommige bestaande leveranciers, zoals Greenchoice, werken samen met coöperaties. Maar er zijn ook twee ‘coöperatieve energieleveranciers’ uit de gemeenschap voortgekomen.

De grootste is Noordelijk Lokaal Duurzaam. Daarbij zijn inmiddels 77 coöperaties in Friesland, Groningen en Drenthe aangesloten. Schwencke: „Het geld vloeit terug naar de dorpsgemeenschap, zodat bijvoorbeeld de buurtbus kan blijven rijden.” Er zijn ook coöperaties die samen energie inkopen, of aan energiebesparing doen.