Opinie

Vóór Zwarte Piet? Zo kennen we de eens zo progressieve Dokkumers niet

„Laten ze met dat gesodemieter in Amsterdam blijven”, verkondigde een Fries toen hij hoorde over een protest tegen Zwarte Piet. In de jaren vijftig konden Surinamers juist op symphatie rekenen in Friesland, schrijven Mitchell Esajas en Nienke Venema.

Het Friese Dokkum maakt zich klaar voor de landelijke intocht van Sinterklaas, komende zaterdag. Foto Kees van de Veen

De afgelopen dagen komen regelmatig berichten voorbij waarin Friezen hun weerstand uiten tegen het geplande protest tegen het racistische karakter van Zwarte Piet in Dokkum aanstaande zaterdag. De Facebookpagina van ‘Project P’ bijvoorbeeld roept elke ‘oprechte Fries’ op om de bussen met demonstranten met wapperende vlaggen tegen te houden. „Laten ze met dat gesodemieter in Amsterdam blijven”, verkondigt een van de initiatiefneemsters, die zich identificeert als opstandige Fries.

Wellicht kent u Dokkum van de moord op missionaris Bonifatius in 754. Hij haalde zich de woede van de inwoners op de hals toen hij hen tevergeefs probeerde te bekeren tot het christendom. Maar wie denkt dat stugge vijandigheid dit stadje nu eenmaal eigen is, heeft het mis. Want hoe vooruitstrevend klonk Dokkum in 1952, toen vooraanstaande dichters en schrijvers een uitgave van het daar gedrukte literaire tijdschrift De Tsjerne geheel wijdden aan Surinaamse vakgenoten. Gemotiveerd door herkenning in de strijd van de jonge Surinamers, die ze naar eigen zeggen met groot genoegen volgden, werd tal van poëzie en proza van Sranantongo vertaald naar het Fries.

Friese schrijvers herkenden zich toen in de strijd van jonge Surinamers en vertaalden hun poëzie naar het Fries

Het initiatief voor deze bijzondere, ideologische uitgave kwam van linguïst Jan Voorhoeve en werd samengesteld onder de bezielende leiding van dichter Fedde Schurer en schrijver Anne Wadman in samenwerking met Eddy Bruma. Bruma was leider van de culturele vereniging ‘Wie Eegie Sani’ (Ons Eigen Ding), die ernaar streefde de Surinaamse taal en cultuur te herwaarderen. Door het koloniale regime werd deze als inferieur en primitief beschouwd. Als Friezen sympathiseerden Schurer en consorten bij uitstek met de Surinaamse strijd voor erkenning van de eigen taal, cultuur en identiteit. Deze speciale uitgave was, schreven zij, dan ook bedoeld als een getuigenis van wat de jonge Surinamers dreef. Ze publiceerden het als Friese groet aan Suriname en in de hoop dat de Surinaamse intelligentsia nu ook in Friesland gehoord zou worden.

Deze bijzondere uitgave verscheen in een tijd waarin Suriname nog ver van onafhankelijkheid was verwijderd. In de rest van Nederland konden Surinamers rekenen op keiharde discriminatie en uitsluiting. Maar niet bij deze Friese redacteuren. Zij waren juist trots dat zij op deze manier dit Surinaamse stemgeluid voor het eerst in het openbaar in Nederland konden presenteren. „Meer dan waar dan ook in Nederland kunnen de Surinamers in Friesland op begrip en sympathie rekenen”, schreven ze in hun voorwoord.

Het vreedzame protest dat aanstaande zaterdag in Dokkum zal plaatsvinden, wordt sterk gedreven door Surinaamse, Caribische en Ghanese Nederlanders. Vele sympathisanten van Nederlandse origine zullen aan hun zijde staan. Zij staan op tégen de pijnlijke restanten van een wreed koloniaal regime en vóór verandering en erkenning. Wij hopen dat de Dokkumers het idealisme van De Tsjerne ter harte zullen nemen en deze demonstranten aanstaande zaterdag verwelkomen met vlaggen die wapperen van begrip, sympathie en oprechte Friese solidariteit.