‘Veel meer burgers dood bij aanvallen tegen IS’

Hoe precies zijn de luchtaanvallen tegen IS in Irak? ontdekte veel meer burgerdoden dan officieel wordt gemeld: volgens de krant vallen bij één op de vijf bombardementen burgerdoden.

Rook boven de stad Mosul, Noord-Irak. Foto EPA

De luchtaanvallen op IS door de internationale coalitie leiden tot veel meer burgerslachtoffers dan de coalitie tot nu toe heeft beweerd. Volgens The New York Times vielen sinds het begin van de campagne in 2014 bij één op de vijf bombardementen burgerdoden.

Dat gegeven staat in schril contrast met de gegevens die de coalitie, die onder leiding staat van de Verenigde Staten, zelf communiceert. De luchtaanvallen in Irak zouden de “meest precieze ooit” zijn. In de officiële cijfers staat dat bij de 14.000 bombardementen op burgerdoelen in heel Irak 89 doden vielen onder de bevolking, oftewel bij 1 op 157 aanvallen. De coalitie publiceert maandelijks over de bombardementen.

Burgers tellen als ‘strijders’

The New York Times deed zelf uitvoerig onderzoek naar de zogeheten nauwkeurigheid van de militaire campagne: gedurende achttien maanden bezochten twee verslaggevers de locaties van meer dan honderd luchtaanvallen in Noord-Irak. Ze spraken met slachtoffers, hielden interviews met getuigen en fotografeerden de kraters van de bommen. Voor de longread ‘The Uncounted‘ die de krant donderdag publiceerde wrikten de journalisten de verhalen van zeven getroffen families los uit het puin dat de luchtaanvallen veroorzaakten.

Zoals het verhaal van Basim Razzo uit Mosul. De bom die op een normale doordeweekse avond in september 2015 op zijn huis viel, doodde zijn vrouw en dochter. Bij een tweede inslag kwamen ook zijn broer en schoonzus om. Daags na de aanval verscheen een video op het YouTube-kanaal van de Amerikaanse luchtmacht, waarop te zien is hoe twee gebouwen in een klap opgaan in dikke, zwarte rook. Razzo herkende in één oogopslag video de huizen van zijn broer en hemzelf. In het onderschrift meldde de legerleiding echter dat te zien was hoe een “autofabriek van IS” met de grond gelijk werd gemaakt. De familieleden die Razzo verloor, werden derhalve ook niet als “burgerslachtoffer” opgetekend, maar als “getroffen IS-strijders”.

Slechte informatie

Hoe kan zo’n grote discrepantie bestaan tussen de officiële cijfers en de gegevens die de verslaggevers verzamelden? Behalve met Iraakse slachtoffers spraken de journalisten met Amerikaanse consulaire medewerkers, dronepiloten en ambtenaren. Ze vergeleken de getuigenverklaringen over de 103 bombardementen die ze zelf hadden vergaard met de informatie die door het commandocentrum van de Amerikaanse luchtmacht wordt bijgehouden.

Hoewel de aanvallen met precisie worden gepland, schort het volgens de journalisten aan de juiste informatie over de doelwitten. Zo blijken militaire of civiele IS-locaties vaak gewone woningen. Volgens de Amerikaanse luchtmacht ligt de “bewijslast” voor hun eigen onschuld op de schouders van de Iraakse burgers.