‘Toen we trouwden kon ze nog geen ei bakken’

Spitsuur Ziad Asaad (45) en Majd Deb (27) komen uit Syrië en wonen sinds een jaar in Amsterdam-Noord. Onlangs begonnen ze een eigen cateringbedrijf. „Als we een opdracht hebben, sta ik soms twee dagen non-stop in de keuken.”

Foto David Galjaard

Majd: „Kamil is geboren in Nederland.”

Ziad: „Een echte Amsterdammer!”

Majd: „Asaad zit nu twee jaar op school. Nederlands praten is nog steeds lastig.”

Ziad: „Misschien komt het ook omdat hij op zoveel verschillende plekken heeft gewoond: Egypte, Turkije en toen via Libanon naar Nederland. Of door de bommen die om hem heen neerploften toen hij met zijn moeder achterbleef in Syrië. Ze woonden nog een jaar in Homs en Damascus toen ik vertrok. Dat is verwarrend voor een kind. Hij werd erg in zichzelf gekeerd. Het was geen reis om kinderen mee te nemen. We zijn in een rubberbootje de zee overgestoken. Ik heb de hele reis gehuild. De boot maakte water en de reddingsvesten van sommige kinderen werkten niet. Het water kwam tot hun middel. Ga ik hen redden of red ik mezelf, vroeg ik me af. In Syrië waren we allemaal gezond. Nu heeft iedereen wel psychische problemen. Maar Asaad is vriendelijk en open. Hij gaat naar logopedie en naar een speciale talenschool. Hij heeft tijd nodig, maar hij komt er wel.”

Opgekrabbeld

Ziad: „Syrië is net de hof van Eden. De seizoenen zijn heel gunstig, iedere groente die je verbouwt is lekker. Het leven is er goed. In mijn leven ben ik drie keer opgekrabbeld van de goot naar de top. Als we terug konden, ging ik morgen terug.”

Majd: „In Egypte leefden we een beschermd leven. We woonden in een ommuurd complex. Er was een auto met chauffeur. Maar ik ging in Kairo nooit zomaar alleen de straat op, dan word je beroofd.”

Ziad: „De nieuwe Egyptische president zei dat Syriërs het oude regime steunden. Er was veel vijandigheid. Waarom zou ik blijven in een land dat niet veilig is, vroeg ik me af. We hebben het nog drie maanden in Turkije geprobeerd, daar wilde ik een bedrijf beginnen in toerisme. Maar de maffia eiste geld.”

Majd: „Ziad heeft mij op een illegale taxi gezet, terug naar mijn familie in Syrië. Hij is toen naar Nederland gevlucht. Een week voor IS naar Palmyra kwam, belde hij me. Je moet daar weg, zei hij. Toen ben ik naar zijn familie in Damascus gegaan. Er was geen elektriciteit meer, er waren overal bommen.”

Ziad: „Vroeger woonde ik drie maanden per jaar in mijn hotel in Palmyra in het hoogseizoen en drie maanden reisde ik op en neer tussen Damascus en mijn andere huis in Dubai. In het hotel waren huwelijken en grote evenementen. We hadden een superluxe leventje. Met mijn vader had ik ook nog een bedrijf in auto-onderdelen. IS heeft alles vernietigd. De stad is verlaten, het hotel hebben ze leeggeroofd.”

Alles op de fiets

Majd: „Ziad en ik zijn verre familie.”

Ziad: „Haar moeder is mijn nicht. Dat scheelt, we delen dezelfde achtergrond.”

Majd: „Twee jaar geleden zijn we begonnen met een cateringbedrijf, gewoon hier, vanuit onze keuken. Na een jaar hadden we onze eerste klus voor honderd mensen.”

Ziad: „Al Taza, zo heet ons bedrijf, dat betekent ‘het verse’.”

Majd: „Ziad was chef in Syrië, hij zat al in de horeca.”

Ziad: „Toen we trouwden kon ze nog geen ei bakken. Maar nu is ze een betere kok dan mijn moeder.”

Majd: „We koken alles hier. Ziad brengt het eten naar de locatie met de fiets.”

Ziad: „Of soms neem ik de metro en trek ik een trolley achter me aan. Onze grootste klus tot nu toe was voor de gemeente. Toen hebben we in de A’DAM Toren achter het centraal station een koud buffet voor 200 man gecatered. Er was daar geen keuken, dus we namen alles mee. We hadden zelfs onze kinderen meegenomen.”

Majd: „Ik maakte de bordjes op met Kamil in een draagzak op mijn rug. Tot een week voor zijn geboorte was ik ook nog aan het werk.”

In Nederland

Ziad: „We zijn begonnen in de oude Bijlmerbajes, bij Lola Lik, een creatieve broedplaats. Daar hadden we een keuken en een werkplek. Via Refugee Company, een bedrijf dat vluchtelingen koppelt aan ondernemers en bedrijven, kregen we onze eerste grote klanten.”

Majd: „Af en toe doen we een huwelijk, of een kleiner evenement. Als we een opdracht hebben sta ik soms twee dagen non-stop in de keuken.”

Ziad: „Om klanten te vinden, heb je een netwerk nodig. Mensen moeten je vertrouwen. En je moet genoeg personeel hebben. Vrijwilligers helpen ons nu soms bij een grotere klus. Mijn droom is een eigen restaurant of een foodtruck. Uiteindelijk wil ik een keten van Syrische restaurants.

Majd: „Zolang Ziad nog naar inburgeringscursus gaat, blijf ik thuis. Daarna wil ik een kappersopleiding doen.”

Ziad: „Nederlanders zijn wel open, maar Amsterdammers zijn druk. Je voelt dat hun tijd kostbaar is, die gaan ze niet per se aan ons besteden.”

Majd: „’s Avonds skype ik vaak met mijn familie. Ik zou hen graag in de buurt hebben. De bevalling van Kamil was bijvoorbeeld heel zwaar. Ik had een keizersnede en lag in het ziekenhuis. Ik kon niet bewegen. Ziad zat alleen thuis met een huilende baby en een huilend kind. Op zo’n moment mis je je familie echt.”

    • Rolinde Hoorntje