Tegen babysterfte en bodemloze jongeren

Aanpak babysterfte

Tien jaar geleden stierven in Rotterdam meer pasgeboren baby’s dan in de rest van het land. Medische hulp alleen bleek niet voldoende. Een speciale aanpak voor de problemen van zwangere vrouwen in kwetsbare situaties was de oplossing.

Foto iStock/Getty Images

Een jonge moeder zit op de bank in haar kale appartement in Rotterdam. Ze heeft een zwart petje op, dat diep over haar hoofd is getrokken, waardoor haar ogen verborgen blijven onder de klep. Haar blik houdt ze gefixeerd op haar telefoon. Haar dochtertje van bijna een jaar staat in de box en zwaait naar de tv. Deze moeder is van ver gekomen. Ruim een jaar geleden, toen ze in verwachting was van dit meisje, dreigde ze met haar eerste kind, een jongetje van zeven, op straat te worden gezet. De jonge moeder was bang en agressief. Een alerte verloskundige in het ziekenhuis meldde haar aan bij het project Moeders van Rotterdam.

Sindsdien krijgt de vrouw intensieve begeleiding. Ze mocht in haar huis blijven wonen en kreeg hulp bij het uitzoeken van haar schulden. Casebegeleider Charlotte van der Kolk neemt met haar de lopende zaken door. Is haar DigiD geregeld? Vergeet ze de afspraak bij de gemeente niet? „Je moet aantonen waarom je de vorige keer niet op bent komen dagen.” De ogen van moeder flitsen fel. „Waarom? Ik heb toch gezegd dat ik mijn zoontje van school moest halen? Ze kunnen toch zelf naar school bellen?” Van der Kolk, geduldig: „Het gaat over jouw uitkering. Jij wilt toch niet gekort worden?”

De hulpverleners van Moeders van Rotterdam zijn wel wat gewend. Ze kennen de donkere kant van de stad: zwangere vrouwen die kampen met een verslaving, huiselijk geweld en financiële problemen; vrouwen die amper voor zichzelf kunnen zorgen. „Stress verlamt. Deze vrouwen zijn aan het overleven en niet altijd bezig met de komst van die baby”, zegt Van der Kolk.

Schuldenproblematiek

Het is tien jaar geleden dat Rotterdam hardhandig werd wakker geschud. De sterfte en ziekte van pasgeboren baby’s bleek hier een stuk hoger dan elders in het land. De alarmerende cijfers brachten de stad in beweging. Eric Steegers, hoogleraar en afdelingshoofd Verloskunde & Gynaecologie in het Erasmus MC, weet het nog goed. „De hoge babysterfte bleek het effect van armoede”, zegt hij. „Met name in de achterstandswijken waren de sterftepercentages hoog. Een postcode zegt soms meer over de kansen van een kind in Nederland dan de genetische code van de ouders.”

Alleen medische hulp voor zwangere vrouwen is niet voldoende, zegt Steegers, die aan de wieg stond van de nieuwe aanpak ‘Klaar voor een kind’. Artsen en verloskundigen kijken inmiddels verder dan alleen de buik. De lijntjes met andere hulpinstellingen zijn sindsdien korter, of het nu om schuldenproblematiek gaat of om relatieproblemen. „De verloskundige die vroeger met een zorgelijk gevoel wegging bij een gezin, weet nu wie ze kan bellen.” Die nieuwe aanpak heeft resultaat. In tien jaar tijd is de Rotterdamse babysterfte teruggelopen van 11.6 naar 8.3 per 1.000 geboren kinderen.

De meest kwetsbare vrouwen komen sinds 2014 terecht bij Moeders van Rotterdam. Elke dag meldt zich een nieuwe wanhopige vrouw. Projectleider Jantine de Jong van bureau Frontlijn, dat het project uitvoert: „Er is vaak sprake van een crisis. Onze eerste acties zijn erop gericht om de stress te verlagen. We helpen op alle terreinen.”

Burgemeester Aboutaleb zelf zorgde ervoor dat er nieuwe afspraken met de gemeente kwamen over de behandeling van kwetsbare zwangere vrouwen: die horen niet in de nachtopvang thuis en worden desnoods in een hotel opgevangen. Ook mogen zwangere vrouwen in Rotterdam niet meer vastgezet worden wegens verkeersboetes.

Onveilige hechting

De begeleiders helpen niet alleen de moeders, maar schenken ook aandacht aan de pasgeboren baby’s. De Jong, die eerder met criminele jongeren in Rotterdam werkte, weet uit de praktijk hoe cruciaal die eerste levensjaren zijn. Ze wijst op een onderzoek eind jaren negentig onder jongeren in de justitiële behandelingsinrichting OC Helderingstichting. Van deze jongeren was 93 procent slecht gehecht. ‘Bodemloze kinderen’ worden ze ook wel genoemd. Het gebrek aan sensitieve aandacht, aan knuffels, aan veiligheid, laat zich niet eenvoudig herstellen. De kans dat deze jongeren later ontsporen is groot. Dat besef wint in Nederland terrein. Ook de Gezondheidsraad doet momenteel onderzoek naar het effect van onveilige hechting en jeugdtrauma’s op de latere gezondheid.

De Jong: „Het is toch heel vreemd dat er op kinderen tussen de 0-2 jaar, de kwetsbaarste tijd, nauwelijks wordt toegezien? Natuurlijk is er het consultatiebureau, maar dat komt niet bij gezinnen thuis.” Ze vertelt over een moeder die met haar kinderen in een soort kraakpand met allerlei schimmige figuren woonde. „Ze liet haar dochtertjes in hun blootje rondlopen.”

De hulpverlening van Moeders van Rotterdam is intensief, de coaches gaan met de moeders naar de verloskundige, de dokter en naar school. Ze trekken twee uur uit voor elk huisbezoek. Het programma wordt, net als het wetenschappelijke onderzoek van het Erasmus MC naar de aanpak, gefinancierd door stichting De Verre Bergen, een filantropische organisatie die zich inzet voor een ‘sterker en beter’ Rotterdam’.

De toekomst van de stad zit ’m in de zwangerschappen van nu

De Rotterdamse aanpak trok de aandacht in Den Haag en leidde inmiddels tot het landelijke project Healthy Pregnancy 4 All, waaraan zeventien gemeenten deelnemen. Gynaecoloog Steegers zegt met klem: „We hebben het hier niet alleen over de gezondheid van het pasgeboren kind. Een kind dat te vroeg wordt geboren, of met een te laag gewicht, ontwikkelt zich vaak minder goed en is dus later in het leven ook minder productief. De toekomst van de stad zit ’m in de zwangerschappen van nu.”

Terug naar de kale huiskamer, waar de moeder met het zwarte petje praat met haar begeleider. Het gesprek gaat over haar toekomst. Over de opleiding tot verzorgende die ze wil oppakken, over haar dochter die begint te kruipen en over het spiraaltje dat ze heeft laten plaatsen. Nog een kind lijkt haar voorlopig geen goed idee.