Sluwe en meedogenloze capo dei capi

Salvatore Riina (1930-2017)

Hij schoot iedereen dood die in zijn weg stond en werd zo, vanuit zijn geboortedorp Corleone, de baas der bazen. Nooit eerder zocht de maffia zo duidelijk de frontale confrontatie met de staat.

Salvatore "Totò" Riina achter de tralies tijdens een proces in 1993 in Rome. Foto Giulio Broglio/AP

‘Het beest’ is dood. De geslepen en meedogenloze maffiabaas Totò Riina, de man die als geen andere peetvader zijn bloedige stempel heeft gedrukt op de recente Italiaanse geschiedenis, is donderdagnacht vroeg, een paar uur na zijn 87ste verjaardag, overleden in de gevangenis van Parma.

Bijna een kwart eeuw zat hij al vast, volgens het uiterst strenge regime voor topmaffiosi dat werd ingesteld nadat hij maffiarechter Giovanni Falcone had laten vermoorden, in mei 1992. Maar nog steeds zagen de Italiaanse maffiabestrijders hem als de „capo dei capi”, de baas der bazen. „Ik ben een fenomeen”, zei hij in 2010 tegen zijn oudste zoon Giovanni, die een levenslange gevangenisstraf uitzit wegens moord – Riina zelf kreeg 26 keer levenslang. „Wanneer ik er niet meer ben, moeten jullie zeggen en weten dat jullie een vader hebben zoals er geen één andere is op aarde.”

Lees ook het nieuwsbericht: Beruchte Siciliaanse maffiabaas Riina overleden

Wraak

Riina is de man achter de bloedige bende-oorlog waarmee hij zich begin jaren tachtig naar de macht moordde – in één jaar tijd vielen toen tweehonderd doden. Hij is ook de man die wraak wilde nemen toen, eind jaren tachtig, de maffia serieus werd aangepakt in het zogeheten maxiproces in Palermo – bij de opening ervan, in 1986, stonden 475 mensen terecht.

In een nooit eerder vertoonde directe confrontatie verklaarde de maffia onder regie van Riina de oorlog aan de Italiaanse staat. Eerst werd, in maart 1992, de politicus Salvo Lima vermoord, de rechterhand van oud-premier Andreotti op Sicilië, de man die ervoor had moeten zorgen dat de veroordelingen in cassatie ongedaan zouden worden gemaakt. Daarna, twee maanden later, onderzoeksrechter Giovanni Falcone. Daarna, weer twee maanden later, Falcones collega Paolo Borsellino.

Riina werd in januari 1993 gearresteerd, maar zijn bondgenoten zorgden ervoor dat de oorlog tegen de staat doorging. In mei en juli volgden bomaanslagen ver buiten Sicilië: op het wereldberoemde museum Uffizi in Florence (vijf doden), op een museum voor moderne kunst in Milaan (vijf doden), op twee beroemde kerken in Rome. In oktober mislukt een poging om een aanslag te plegen op het Olympisch stadion in Rome.

De staat moest wel reageren. Oude, al dan niet stilzwijgende akkoorden, werden opgezegd: zo kwam de arrestatie van Riina nadat hij bijna een kwart eeuw voortvluchtig was geweest – volgens velen onmogelijk zonder dat iemand een oogje toekneep. Het gevangenisregime werd sterk verscherpt, zodat celstraf echt pijn deed en het veel moeilijker was om, zoals in het verleden, vanuit de cel bevelen te geven. Bezittingen van maffiosi werden geconfisqueerd en vaak ter beschikking van de samenleving gesteld. Eén voor één werden andere kopstukken opgepakt – al duurde het nog tot 2006 voordat Bernardo Provenzano, een leven lang bevriend met Riina, kon worden gearresteerd. Provenzano is vorig jaar overleden.

Door de reactie op de moorden en bommen van Riina heeft de Siciliaanse Cosa Nostra veel aan macht en invloed ingeboet.

Macht ingeboet

Cosa Nostra is door toedoen van Riina in een nieuwe fase terechtgekomen. De Siciliaanse maffia heeft veel aan macht en invloed ingeboet – de Calabrese maffia, de ’ndrangheta, is nu met het geld van de cocaïnehandel heer en meester, met steeds diepere vertakkingen ook in de ‘gewone’ economie in Noord-Italië en in andere Europese landen.

Riina heeft nooit willen praten. Ook in de gesprekken met andere gevangenen liet hij merken dat hij in de gaten had dat hij werd afgeluisterd. Veel nooit volledig ontrafelde gebeurtenissen, vooral waar het gaat om akkoordjes met politici, gaan met hem het graf in.

Lees ook over ndrangheta: Stilletjes infiltreert de maffia in Noord-Italië

Riina was een kleine man, 1m58, die door sluwheid en wreedheid aan de top van de maffia was gekomen. Zijn machtsbasis is Corleone, een dorp in het binnenland van Sicilië. Eind jaren vijftig schiet Luciano Leggio zich daar naar de macht. Riina is zijn rechterhand, en als Leggio (door een schrijffout van justitie vaak aangeduid als Liggio) in 1974 wordt gearresteerd, wordt Riina de leider van de corleonesi. Hij gaat de strijd aan met rivaliserende bendes, vooral met de machtige peetvaders in Palermo. De één na de ander wordt vermoord. Ook christen-democratische politici die in de weg staan: regionaal secretaris Michele Reina (1979), regiopresident Piersanti Mattarella (de broer van de huidige president, 1980). Of politiecommandanten: Giorgio Boris Giuliano (1979), Carlo Alberto dalla Chiesa (1982). Riina gaat zo meedogenloos te werk dat Vito Ciancimino, de maffiose burgemeester van Palermo, hem la belva noemt, het wilde beest. Na de moord in april 1981 op de Palermitaanse peetvader Stefano Bontate, de man die zich graag in de beau monde van Palermo bewoog, is Riina de absolute alleenheerser. Provenzano, minder geslepen dan Riina, speelt tweede viool.

Roberto Saviano schreef over camorra in Italië en was zijn leven niet zeker. Lees het interview met hem: Ik heb te veel gezien, ik vertrouw niemand meer

Waardige dood

Riina was al enige tijd ziek en bewoog zich in een rolstoel. Deze zomer was er discussie of het strenge regime niet moest worden verlicht. Zijn advocaten vroegen of hij niet kon worden vrijgelaten en beriepen zich op „het recht op een waardige dood’’. Dat verzoek werd verworpen. Rosy Bindi, voorzitter van de parlementaire anti-maffiacommissie, zei dat er „geen recht bestaat op de dood buiten de cel’’. Na twee spoedoperaties eerder deze maand werd Riina in coma gehouden. Hij is rond half vier donderdagnacht overleden.

De belangrijkste voortvluchtige maffiabaas is nu Matteo Messina Denaro. Zijn machtsbasis is in het westen van Sicilië, in Trapani en omgeving. Na de arrestatie van Riina in 1993 is er, voor zover de mafia-onderzoekers hebben kunnen nagaan, nooit een echte nieuwe leider gekomen. Provenzano was belangrijk, maar hij miste de sluwheid en het gezag van Riina. Deze heeft wel zelf een suggestie gedaan voor zijn opvolger, in een gesprek dat in 2013 is afgeluisterd: „Ik ken wel een verantwoordelijk figuur en dat is Messina Denaro.”

Lees ook de necrologie van Bernardo Provenzano: Zijn bijnaam was ‘de geestverschijning’
    • Marc Leijendekker