Opinie

    • Maarten Huygen

Seksuele paranoia is de andere kant van #metoo

Onderwijsblog Aan Amerikaanse scholen en universiteiten werd de bewijslast voor een aanklacht van seksuele intimidatie lichter. Die kant moet Nederland niet opgaan.

De Middeleeuwse wijsgeer Abélard moest zijn affaire met studente Eloïse bekopen met castratie.

Houd altijd de deur open bij overleg met een leerling of een student. Het eerst hoorde ik van die regel begin jaren negentig van een Amerikaanse hoogleraar die zich altijd bewust was van een mogelijke beschuldiging van seksuele intimidatie. Zolang de deur openstond, was hij juridisch gedekt tegen beschuldigingen van studenten of studentes. De Amerikaanse toneelschrijver David Mamet schreef in 1993 al een toneelstuk over een aanklacht van een studente tegen een hoogleraar: ,,Oleanna’’. Aan het einde van het stuk mocht het publiek stemmen wie van beide partijen gelijk had. Altijd heeft de klager gelijk, zegt #metoo, maar is dat wel zo?

Inmiddels heeft die opendeurregeling ingang gevonden in het Nederlandse onderwijs. Iedereen moet kunnen controleren of er iets verkeerds voorvalt tussen docent en pupil en eigenlijk zo’n beetje kunnen horen of zien wat er wordt gezegd in de docentenkamer. Veel leraren zijn ook bang voor het troostend in de armen pakken van een gevallen kleuter. Het kan verkeerd worden geïnterpreteerd. Dat gebeurt als er te gemakkelijk van uit wordt gegaan dat de klager altijd gelijk heeft.

In de Verenigde Staten zijn de juridische gevaren voor aangeklaagde docenten alweer een stapje verder met de zogenoemde Title IX procedure een uitvloeisel van de burgerrechtenwetgeving. In 2011, onder president Obama, is de bewijslast voor seksueel misbruik verlicht zodat docenten en studenten gemakkelijker konden worden beschuldigd en van de instelling konden worden verwijderd. In een ,,geachte collega’’ brief van het Amerikaanse ministerie van onderwijs werden onderwijsinstellingen die federaal geld ontvingen aangespoord om harder op te treden tegen seksuele intimidatie.

Het moest gemakkelijker worden om studenten of docenten te veroordelen. ,,De school moet de norm van ,,overwegend bewijs’’ gebruiken (het is meer wel waarschijnlijk dan niet dat seksuele initimidatie of geweld heeft plaatsgevonden)’’, aldus de brief. Het zou volgens het ministerie verkeerd zijn als scholen de hogere drempel van ,,helder en overtuigend bewijs’’ zouden hanteren. Dat lijkt meer op juridisch bewijs bij strafzaken en dat wil zeggen ,,het is heel waarschijnlijk of redelijk zeker dat seksuele intimidatie of geweld heeft plaatsgevonden’’.

Lichtere bewijslast

Dat er een lichtere bewijslast is voor een burgerrechtenprocedure tegen de discriminerende praktijk van een instelling is begrijpelijk. Maar wat is de reden om de bewijslast te verlichten bij een aanklacht tegen een persoon? Waarom heeft een verdachte van seksueel misbruik minder rechten dan een verdachte van een ander vergrijp?

Met de lichtere bewijsstandaard belandden docenten of studenten in onduidelijke procedures, waarbij de aangeklaagden vaak niet wisten wat de klacht of wie de klager was. De sanctie was verwijdering of ontslag. Met het stigma van zedendelinquent konden ze nergens anders meer als student of docent terecht. Besturen van scholen en universiteiten wilden zo snel mogelijk af van de onrust om te voorkomen dat de instelling een slechte naam kreeg bij financiers en aankomende studenten.

Explosie van zaken

Zo ontstond een explosie van aanklachten en rechtszaken. Er zijn notoire gevallen van machtsmisbruik en wangedrag bij, met veel getuigen, maar ook zaken zonder getuigen met alleen he says, she says. Twee studenten die na een paar glazen bij elkaar in bed ploffen en van wie er één achteraf spijt heeft. Beiden geloven sterk in hun eigen verhaal maar wat is juist? Hier deed zich het zogenoemde Rashomon-effect voor, genoemd naar de beroemde film Rashomon van Kurasawa uit 1950, waarin vier sterk verschillende geloofwaardige versies van de zelfde verkrachting worden gegeven. Het menselijke geheugen is gebrekkig en wordt aangevuld met verhalen. Naarmate de gebeurtenis langer geleden is, valt die slechter te reconstrueren.

Nog steeds loopt er in de VS een schadevergoedingszaak tegen het tijdschrift Rolling Stone over een vermeende groepsverkrachting door een aantal fraternity-leden van de University of Virginia. De verslaggeefster had alleen het vermeende slachtoffer gehoord en niet de verdachten. Volgens een extern onderzoek van de Columbia School of Journalism waren er grote fouten gemaakt. Zij is ontslagen, de hoofdredactie heeft zijn excuses gemaakt maar het tijdschrift dreigt ten onder gegaan aan de enorme schadebedragen.

Daartegenover zijn er docenten of studenten die zelf hun wangedrag en machtsmisbruik toegaven of tegen wie wel ,,helder en overtuigend’’ bewijs werd geleverd. Tegen hen werd terecht opgetreden en dat is vooruitgang. Helaas kan niet alle wangedrag worden bewezen. Maar dat is geen reden om daarom maar het risico te nemen om onschuldigen te straffen. Vorige maand heeft de nieuwe minister van onderwijs, Betsy Devos, onder veel protest de bewijslast voor seksueel misbruik weer verzwaard, dat wil zeggen net zo zwaar gemaakt als voor andere vergrijpen. Begrijpelijk.

En moet een klunzige kus al meteen tot de ultieme sanctie leiden van verwijdering of ontslag? Of is er ook onderscheid mogelijk met zwaardere vergrijpen? Er moet in een onbevangen sfeer gepraat kunnen worden over seksuele etiquette. Dat is belangrijk. Anders ontstaat seksuele paranoia, de andere kant van #metoo.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs.

    • Maarten Huygen