opinie

    • Marcel van Roosmalen

Saamhorigheid

In de Tweede Kamer staat sinds deze week een Nederlandse vlag. Tot tevredenheid van de overgrote meerderheid, hoewel Thierry van het Forum liet aantekenen dat hij de vlag te klein vindt. „Teleurstellend Madurodam-gedoe.” De gedachte achter de vlag werd een tijdje terug geformuleerd door staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) in haar column in het Nederlands Dagblad, waarin ze tevens aankondigde dat ze aan haar partijgenoot Michel Rog, een Kamerlid dat altijd een speldje met de Nederlandse vlag op zijn revers draagt, ging vragen om ook zo’n speldje.

Het betoogje droop van vaderlandsliefde en pathetiek. Een Nederlandse vlag maakt een verjaardag volgens Mona „extra feestelijk” en Koninginnedag dient gevierd met veel vlaggen. En oranje wimpels!

„Met de fanfare voorop lopen rijen kinderen naar gemeentehuizen, waar dan het Wilhelmus gezongen wordt. Daarna oranje tompoezen mee naar huis – mijn favoriete taartje.”

Het belangrijkste argument voor meer vlagvertoon en vaderlandsliefde: saamhorigheid.

„Het koesteren van het Nederlanderschap zou nog wel een onsje meer kunnen.”

Je zou ook het omgekeerde kunnen beargumenteren: dat er meer samenhorigheid ontstaat door eens wat minder Nederlander te zijn. Dat dat er bij Mona Keijzer niet ingaat kun je haar eigenlijk niet kwalijk nemen.

Ik schreef het al eens eerder: Mona Keijzer werd in haar jeugd door haar vader gedwongen om vis te verkopen op de stoep voor de Hema in Velp, het dorp waar ik opgegroeide.

Veel vis verkocht ze niet, maar mijn bejaarde moeder herinnerde zich nadat ze mijn stukje had gelezen – ze herinnert zich de dingen tegenwoordig net zo makkelijk op afroep als dat ze andere, haar minder welgevallige gebeurtenissen vergeet – Mona Keijzer als een uitmuntend visverkoopster.

Gisteren noemde ze haar over de telefoon zelfs „de beste visvrouw die Velp ooit gehad heeft”.

„Ze stak in iedere vis die ze verkocht een vlaggetje.”

Velp was echt zo’n plaats waar ze dat waardeerden, sterker: die vlaggetjes werden na gebruik in de jaszak gestopt. Bij ons thuis staken er uit iedere plantenbak wel een paar vlaggetjes van Mona Keijzer en mijn ouders waren ook van het slag dat op de nationale feestdagen de vlag uitstak.

Voor de saamhorigheid binnen het gezin en buurt hielp al dat gevlag niet, extra feestelijke verjaardagen kan ik me ook niet herinneren.

„We deden het omdat je vader vond dat het zo hoorde”, zei mijn moeder, die ontkende nationalistisch te zijn.

„Kom nou, wij kwamen uit Brabant. We hadden net zo’n hekel aan de Hollanders als de Vlamingen.”

Van de nieuwe vlag in de Tweede Kamer vond ze niets.

„Ik denk dat heel veel mensen daar niets van vinden.”

Dat is ook saamhorigheid.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen