Recensie

Oriëntaals paleis aan de Nieuwe Maas

Foto Walter Herfst

De verbazing slaat meteen bij binnenkomst toe, en allicht is dat te zwak uitgedrukt. Van buitenaf oogt restaurant Helai (zwaan) alsof je zo dadelijk een andere wereld instapt – en dat is binnen niet anders. Een paleis in een sultanaat, opper ik, of dan toch de sprookjesvariant daarvan uit Duizend-en-een-nacht. Mijn gezelschap op deze dinsdagavond herkent het ‘typisch Afghaanse’ restaurant ook niet helemaal uit de jaren dat ze in Kabul woonde. Maar ze ziet wel degelijk parallellen tussen de oriëntaalse deftigheid in dit enorme Rotterdamse etablissement en de smaak en leefstijl van de midden- en bovenklasse in Afghanistan.

Ze is in 1998 uit dat land gevlucht, en haar herinneringen stemmen in weinig overeen met het beeld dat wij er in Nederland van hebben. Krijgsheren, Taliban, onderdrukking van vrouwen? Nee, uit het nog tamelijk mondaine Kabul van de jaren negentig zijn haar vooral de pompeuze feesten, de gezelligheid, de matriarchale traditie en niet in de laatste plaats de fantastische eetcultuur bijgebleven.

Vooraf ben ik dus al ruimschoots lekker gemaakt met wat in Helai allemaal op de kaart staat. Want wie eenmaal Afghaans heeft gegeten, wil voortaan niet meer anders. Zij kookt thuis nog steevast elke week enkele schotels uit die keuken.

Al haar favorieten komen in Helai voorbij. We beginnen er met een mantu, een veelbelovend gerechtje van met gestoomd gehakt en geraspte uitjes gevuld deeg, overdekt met een saus van linzen, tomaat, pepertjes en yoghurt. Zij drinkt er een potje thee met kardemom bij, zoals gebruikelijk in Afghanistan, waar alcohol bij wet verboden is. In Helai kun je er wel bier, wijn of desnoods een mojito bij bestellen. Een andere knieval aan de Hollandse gast is het onbestemde, westerse muziekbehang dat sfeer in die enorme ruimte zou moeten brengen. „Maar dat komt doordat de iOS-applicatie de tracks met volksmuziek per ongeluk uit the system heeft gedelete”, legt de Afghaanse serveerster uit. Aha.

Na de mantu kiezen we voor de Afghaanse rijsttafel (28,95 euro p.p.). Die kennen ze in het land van herkomst onder deze naam overigens niet, maar het principe komt overeen met de lokale gebruiken aldaar: gewoon alles in één keer in kommetjes op tafel, in het midden daarvan een grote schaal rijst (Kabuli palau) met wortelschilfers en rozijnen. Het mozaïek omvat verder onder andere kadoe (kruidige pompoen met knoflook), banjan (aubergine in romige tomatensaus), sabzie lubja (doorgekookte spinazie die met knoflook weer wordt opgebakken), en vier kurma’s ofwel Afghaanse curry’s met aardappelen, gehaktballetjes, kalfsvlees met koriander en kip. Er kan een tekka-kebabspies (van lam in mijn geval; 7,50 euro) met plat brood worden bijbesteld. Er komt, menu-gewijs, dan nog een westers toetje van mousse en roomijs achteraan.

Het is veel, zo’n Afghaanse rijsttafel – zeker voor een ensemble dat dus eigenlijk niet bestaat – waardoor lang niet elk kommetje leeg raakt. Mijn tafelgenote heeft er een eigen excuus voor: geen Afghaanse matriarch of beroepskok die het zich kan permitteren om mantu-deeg, groenten of kurma niet vers bereid aan gasten te presenteren. Terwijl ze in Zwaan toch onmiskenbaar proeft dat we in een mega-restaurant zitten, waarin veel om snelheid en daarmee om efficiëntie draait. Dat de bediening zich laat aansturen door op hun onderrug aangebrachte zendertjes mag er een bewijs voor vormen.

Dat zal zo zijn, maar een belevenis is Helai hoe dan ook. Bij mijn weten laat geen restaurant in Rotterdam zich er in aankleding en sfeer mee vergelijken. En de Rotterdamse Afghanen die er zich sinds anderhalf jaar aan de grote ronde tafels verzamelen, boffen bovendien: anders dan in Kabul en wijde omstreken hoeven mannen en vrouwen hier niet gescheiden te dineren.