Opinie

Opvoeden is niet leuk

Ouders twijfelen voortdurend of ze hun kinderen te veel verwennen of dat ze juist te streng zijn. „Voed op als een filosoof en maak twijfel constructief”, raden Stine Jensen en Frank Meester aan.

„Moderne ouders twijfelen voortdurend of ze de juiste beslissing nemen.” Getty Images

Het is een misvatting te denken dat opvoeden leuk moet zijn. Voor al de ouders die krampachtig proberen om het leuk te hebben met hun kinderen, is het misschien een verademing te weten dat Plato ruim drie eeuwen voor Christus al liet zien dat opvoeden niet leuk is en opgevoed worden ook niet.

Maar in deze tijd, waarin we geen kinderen meer krijgen, maar nemen zijn we dat devies vergeten. Door voorbehoedsmiddelen, maar ook door de grote kans dat onze kinderen zullen overleven, kunnen we bewust kiezen voor een klein aantal kinderen.

En op die paar kinderen richten we al onze liefde. Het liefst zouden we die schatjes eindeloos verwennen. Dat zou ook kunnen, we hebben er vaak de middelen voor. Toch weten we dat het niet goed is. Het is niet leuk, maar we moeten ook streng zijn, regels stellen: ‘nee’ zeggen als ze om snoep vragen en hun tijd achter de computer inperken. Juist omdat we zo van ze houden, kunnen we niet alleen lief voor ze zijn: we willen dat ze slagen en niet als verwende, ongeïnteresseerde vetzakken eindigen.

Daardoor lijden wij als moderne ouder collectief aan het ‘schippersyndroom’. We twijfelen voortdurend of we de juiste beslissing nemen: zijn we even streng geweest, dan vragen we ons direct af of het niet té streng was, zijn we toeschietelijk, dan zijn we bang dat we ze te veel verwennen.

Lees ook de recensie van het boek Alles wat ik voel van Stine Jensen: Met Stine Jensen peinzen over waarom je voelt wat je voelt.

En dus kijken we naar opvoedprogramma’s of kopen opvoedboeken van moderne opvoedgoeroes. Gaan we naar voorstellingen als de Lastige kinderen? Heb jij even geluk Omdenkshow. Opvoeding is infotainment geworden, waarbij het prettig lijkt als iemand zegt: „En zo moet het.” Of: „U heeft helemaal geen probleem. Maakt u zich niet druk om die jas op de grond, pick your battles.” Alle oplossingen lijken even voortreffelijk.

Maar het is met opvoedadviezen net als met zelfhulpadviezen: eenmaal overstag, blijf je ze nodig hebben. Ze helpen soms wel en soms niet. Ze hebben aanhangers en critici. Ze getuigen in ieder geval van onstuitbaar optimisme en vertrouwen in de maakbaarheid als het om de opvoeding gaat: er ís een eenduidige methode, het kan beter. Maar zoals het ‘zelf’ zich bij zelfhulp niet gemakkelijk laat definiëren, zo is het ook met opvoeden bij een opvoedmethode. Het is een proces en de definitie van het opvoeden staat vaak zelf op het spel.

Zo maken de boeken die het geschipper willen wegnemen, het eigenlijk alleen maar erger, waardoor de behoefte aan houvast toeneemt en daarmee de opvoedstress. Wil je van die stress af, gooi dan al die boeken in de prullenbak.

Wil je van die stress af, gooi dan al die opvoedboeken in de prullenbak

Maar hoe moeten we dan ons schippersyndroom te lijf gaan? Misschien op de filosofische manier. Voor filosofen is twijfel een gezonde conditie die het hart van het vak vitaal houdt. Wie twijfelt, ziet meerdere perspectieven op één kwestie, en dat is een gezond en democratisch uitgangspunt. Precies daar waar je aarzelt, komt de botsing van verschillende waardesystemen in beeld. Die waardesystemen zijn niet alleen die van de ouder, maar ook die van de samenleving.

‘Schippervraagstukken’ gaan dus niet alleen over hoe laat een kind nu precies naar bed moet en hoe je dat voor elkaar krijgt, maar ook over waar je je kind toe opvoedt en welke waarden centraal staan in een opvoeding. Het schipperen is niet alleen een lastpost, maar toont het breukvlak van de tijdgeest waarop ouders van nu opereren. Iedere tijd reageert op het voorgaande opvoeddogma. Na de strengere jaren vijftig kwamen de jaren zestig waar autoriteit onder vuur werd genomen en waarden als luisteren en empathie sterker gewaardeerd werden. Nu is daar weer een tegenreactie opgekomen (meer autoriteit!). Terwijl de opvoeder nog met het ene been in het luisterende kindgerichte tijdvak staat, dompelt hij/zij het andere been in het andere bad om te onderzoeken of dat niet toch beter is.

Voor veel ouders geeft schipperen stress. Wellicht kun je die stress laten varen als je beseft dat schipperen goed is. Schipperen komt voort uit redelijke twijfel en als je die serieus neemt, ben je op weg naar weten. Maak de twijfel constructief. Maar hoe? Als we een eenduidig antwoord zouden geven, doen we hetzelfde als de opvoedboeken die we net allemaal in de prullenbak hebben gegooid. Iedere specifieke ouder, met zijn specifieke kinderen, in zijn specifieke situatie moet daarover schipperen.

We kunnen een voorbeeld geven, geïnspireerd door de tijd van Plato, over hoe je ruimte kunt scheppen voor geschipper. In Plato’s tijd heette het huishouden oikos. Ons woord economie komt ervandaan. De oikos was een klein bedrijf: een zelfvoorzienende boerderij, met slaven en vee. Om dat in goede banen te leiden moest er vergaderd worden. Dat zouden we nu ook kunnen invoeren: een familievergadering. Een gestructureerd en structureel schippermoment. Daarin leg je bijvoorbeeld vast wie waar verantwoordelijk voor is, bespreek je hoe de rolverdeling bevalt en kan elk lid van het gezin zijn agendapunten inbrengen. Er wordt naar iedereen geluisterd en zo praat je dingen door in een rustige setting en niet pas als ze escaleren. Zo’n familievergadering is een van de vele manieren om het schipperen constructief te maken.