Recensie

Nieuw dubbelconcert mist opwinding en visie

Twee Nederlandse topensembles gaan op tournee met een divers, slim samengesteld programma, inclusief een wereldpremière. Dat stuk van Tabakova viel helaas nogal tegen.

Arthur en Lucas Jussen vroegen compoist Roukens om in nieuw stuk In Unison moeilijke passage voor vader, paukenist, te schrijven

Het was op voorhand iets om vrolijk van te worden: twee Nederlandse topensembles die samenspannen in een bont programma met een twintigste-eeuwse klassieker (Bartók), een dubbelconcert van Bach én een wereldpremière met de pianobroers Jussen. Origineel, slim samengesteld. Jammer genoeg viel de première, van de Bulgaars-Britse Dobrinka Tabakova (1980), nogal tegen. Het werk gaat overigens niet de hele tournee mee.

Muzikale vertelkracht

Het concert begon magisch en schemerachtig. In Luccicare van Ron Ford stonden vier slagwerkers rondom een klankschaal op een pilaar en omspeelden knap een niet-gespeelde, maar gevoelde puls. Het stuk ging naadloos over in de lieflijke Lullaby van Andrzej Panufnik, die door een warm floers van kwarttonen schemerde. Daarna etaleerden Lucas en Arthur Jussen hun geweldige muzikale vertelkracht en interactie in Bachs Concert voor twee klavieren BWV 1060.

Zwoegerig

Bach was de opmaat naar Tabakova’s nieuwe dubbelconcert Together remember to dance, maar al in het eufemistisch ‘Together’ getitelde eerste deel bleken alle elementen elkaar tegen te werken. Een troebel strijkerscluster eclipseerde de zichtbare arbeid van de Jussens, die op onhoorbare arpeggio’s zwoegden. Een wankele beat bracht lijn aan, maar het gaf de muziek geen vleugels.

Het tweede deel begon als een soort Mondscheinsonate voor solo piano, die werd uitgebouwd tot weinig originele romantische filmmuziek. In het opzwepende slotdeel ‘Dance’ stonden chromatische friemel-ostinato’s tegenover een onregelmatig beukend ritme en moesten de Jussens wederom flink aan de bak. Maar het klankbeeld bleef diffuus en de lang aangekondigde climax ontbeerde peper.

Veel inspanning

Wat wil Tabakova met dit stuk? Van een interessante visie op de ongebruikelijke bezetting ontbrak ieder spoor. Van spanning of wisselwerking tussen beide piano’s – zoals bij Bach in iedere maat – was geen sprake, de inzet van het slagwerk bleef obligaat. Wat beklijfde was het beeld van enorm veel inspanning die in bar weinig opwinding resulteerde. Het publiek onthaalde Tabakova niettemin enthousiast.

Het verschil met de klankwereld van Bartóks Muziek voor snaren, slagwerk en celesta kon nauwelijks groter zijn. De fuga van het Andante zwol van etherisch licht tot bedwelmend zwaar en bezat een grote spankracht. Het scherp gearticuleerde Allegro bood een vinnig uitgevochten duel tussen de strijkersgroepen. Het mooist was de nachtmuziek van het derde deel, waarin viool en celesta hun spookmelodie onthecht lieten zweven.

    • Joep Stapel