Nerveuze tijden op beurs en kunstmarkt

Recordprijs Salvator Mundi

De recente prijzen voor topkunst staan voor een wereldwijde trend. Maar als prijzen oplopen, maken beleggers zich zorgen.

Het is, voor zover bekend, de hoogste prijs die ooit voor een kunstwerk is betaald: 450 miljoen dollar (380 miljoen euro) werd op woensdag bij veilinghuis Christie’s in New York neergeteld voor het schilderij Salvator Mundi, dat wordt toegeschreven aan Leonardo Da Vinci. De identiteit van de koper is vooralsnog onbekend. De op een na hoogste prijs is die voor Interchange van Willem de Kooning, dat twee jaar geleden zou zijn verkocht voor rond 300 miljoen dollar aan de baas van een Amerikaans beleggingsfonds. Vlak daaronder bevindt zich een recente reeks van recordprijzen voor onder meer Lichtenstein, Pollock, Gauguin en Klimt.

De recordprijzen die bekende werken de laatste jaren opbrengen doen denken aan het einde van de jaren tachtig. Destijds waren het Japanners die de prijzen hoog opdreven. Een versie van Van Goghs Zonnebloemen werd in 1987 gekocht door Yasuda Fire and Marine Insurance voor het destijds onvoorstelbare bedrag van 38 miljoen dollar. Er volgden onder meer Japanse aankopen van Picasso’s (37,8 miljoen en 52 miljoen) in 1988 en 1989. En in 1990 van een Renoir (78 miljoen) en Van Goghs Portret van Dr. Gachet (86,5 miljoen). Daarna knapte de zeepbel van de Japanse economie, die zelfs ruim een kwart eeuw later de schade nog niet geheel te boven is.

De recente prijzen voor topkunst weerspiegelen een wereldwijde trend. De zeer lage rentes die vrijwel wereldwijd gelden, jagen overal de prijzen van ‘activa’ omhoog. Van vastgoed tot aandelen, en van stevige overheidsleningen tot kredieten aan wankele bedrijven. Omdat er met spaargeld weinig te verdienen valt, gaan beleggers op zoek naar alternatieven en drijven daar de prijzen van op. De Amerikaanse beurzen zijn bezig aan de op een na langste ‘bull-market’ ooit: een periode waarin de koersen zonder grote correcties onafgebroken stijgen. De beurswaarde van Apple, het duurste bedrijf ter wereld, passeerde onlangs de 900 miljard dollar.

Er zat aanvankelijk logica achter deze opmars. De rente bepaalt hier het ‘noemereffect’. Om een ruw voorbeeld te geven: als de hypotheekrente 4 procent is, dan kost een huis van 2 ton elke maand 666 euro aan rentelasten (zonder andere kosten). Als de hypotheekrente daalt naar 2 procent, dan kun je voor dezelfde maandlasten een huis van 4 ton kopen. De werkelijkheid zit iets complexer in elkaar, maar volgens dit mechanisme zijn de prijzen van andere bezittingen, waaronder aandelen, eveneens hoger geworden naarmate de rente daalde.

Nu ook de bedrijfswinsten herstellen, spuiten de beurskoersen verder omhoog. De AEX-index is inmiddels terug op zijn niveau van voor de financiële crisis, en op Wall Street zijn de koersen daar al lang en breed voorbij. Maar naarmate de prijzen verder oplopen nadert het punt waarop beleggers zich zorgen gaan maken: wanneer beginnen zij de zwaartekracht te negeren en komen de koersen los van hun fundament?

Daar zijn tal van berekeningsmethoden voor. Wie, volgens de oude methode van de econoom James Tobin, de beurswaarde van bedrijven vergelijkt met hoeveel het in theorie zou kosten ze van de grond af op te bouwen, moet concluderen dat er nu al een forse overwaarde is van Amerikaanse aandelen.

Dat geldt ook voor een vergelijking van de beurskoers met de gemiddelde winst per aandeel in de afgelopen tien jaar, een methode van de econoom Robert Shiller. Die overtreft op Wall Street de piek van 2008 al ruimschoots. Nederlandse aandelen staan volgens deze berekening op een zelfde niveau als vlak voor de financiële crisis.

Wat moeten beleggers doen? Economen zijn verdeeld. Bij dit soort waardeniveaus hangt er al snel een correctie in de lucht. Maar de lage rentes die alles stutten zijn, zeker in Europa, nog lang niet voorbij. Dat zou kunnen betekenen dat de huidige koersen van activa houdbaar zijn, maar dat beleggers verder op weinig meer hoeven te rekenen. Die tweespalt kan zorgen voor nerveuze tijden: op de beurs, op de markt voor leningen of op de kunstveilingen. Want, zo geniaal als Da Vinci was, zelfs hij overwon de zwaartekracht niet.

    • Maarten Schinkel