Column

Na komkommer en Euro kijkt EU ook naar tank en torpedo

De EU gaat de militaire versnippering te lijf. Dat wordt dertig jaar na de Koude Oorlog hoog tijd, stelt Michel Kerres. Maar eenvoudig is het niet.

Landmacht-militair bij de voorbereiding op een oefening in Polen Foto Vincent Jannink/ANP

Federica moet altijd glimlachen als Jens er wéér over begint. Over de fregatten en de verkiezingen. EU-buitenland-coördinator Mogherini verklapte eens dat ze zó vaak op dezelfde conferenties spreekt als NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg, dat ze zijn anekdotes kan dromen.

In 2000 werd Stoltenberg Noors premier. Een van zijn eerste dossiers was de koop van vijf fregatten met een waarde van 2,5 miljard dollar. Stoltenberg koos de beste fregatten tegen de laagste prijs. De opdracht ging naar de Spaanse werf Navantia. Feest in La Coruna, herrie in Oslo: de Noren waren niet blij dat de order naar het buitenland ging. „Een van redenen dat ik dat jaar de verkiezingen verloor”, vertelt hij dan. „Dat heb ik dus niet herhaald en toen ben ik wél verkiezingen gaan winnen.”

Defensie behoort tot de kern van de nationale soevereiniteit. Elk ambitieus land in Europa had zijn eigen defensie-industrie, elke industrie maakte unieke wapensystemen. Die versnippering leidt tot verspilling.

De Amerikaanse marine vaart met vier verschillende fregatten, in Europa telde McKinsey er begin dit jaar 29. Hetzelfde geldt voor tanks, houwitsers en torpedo’s. Europa, becijferden de consultants, zou 30 procent kunnen besparen op defensie-uitgaven door de verschillende wapensystemen af te schaffen.

„Het is mogelijk enorm veel geld te verspillen aan defensie”, zegt Stoltenberg. „Maar het ligt extreem gevoelig de defensie-industrie te integreren.” Toch moet het gebeuren. En Mogherini mag het gaan proberen.

Samenwerking bij aanschaf en ontwikkeling van wapensystemen is één van concrete doelen van de nieuwe Europese defensiesamenwerking die begin deze week met enige fanfare in Brussel werd gelanceerd. Europa-fans zagen er al een nieuwe Europese dageraad in; de EU verstopte de doorbraak achter het gaaptrekkende codewoord ‘Pesco’, kort voor Permanent Structured Cooperation.

Pesco is vooralsnog niet veel meer dan een raamwerk voor samenwerking op defensiegebied.

Wat is Pesco? Het is eenvoudiger te zeggen wat het niet is. Het is niet de geboorte van een Europees leger. Het is geen blinkend hoofkwartier in Brussel dat gaat beslissen waar Nederlandse militairen gaan vechten. Je kunt er dan ook moeilijk het „sluipend weggeven” van Nederland in zien, zoals Thierry Baudet van Forum voor Democratie meende.

Pesco is vooralsnog niet veel meer dan een raamwerk voor samenwerking op defensiegebied, waarvoor zich 23 van 28 landen hebben aangemeld. Het wil niet alleen gezamenlijke ontwikkeling van wapens aanmoedigen, maar ook de defensiecapaciteiten beter op elkaar afstemmen en de troepentransport-logistiek verbeteren. Verder wordt gedacht aan een gezamenlijke medische eenheid en een Afrikaanse missie. Alle nuttig, maar bescheiden.

Is het dan niet „historisch”, zoals Mogherini zei? Een beetje toch wel. Het is de eerste serieuze aanloop tot defensiesamenwerking sinds de jaren vijftig, wat goed past in het tijdsgewricht. Europa voelt zich bedreigd door IS. Poetin en Trump hebben de Europeanen geleerd dat ze meer aan hun eigen defensie moeten doen.

Bij de NAVO zelf werd altijd besmuikt gelachen om de EU-dromen. Men wees er daar terecht op dat het absurd zou zijn dubbel werk te doen. Toch profiteert ook de NAVO als de EU wat meer defensie-minded wordt: na Brexit komt 80 procent van de defensie-uitgaven in de NAVO van buiten de EU. Formeel sluit de NAVO de nieuwkomer dan ook als „aanvullend” in de armen. Bij de lancering van Pesco luisterde Jens aandachtig naar Federica.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.