‘Met deuren slaan zit niet in mijn repertoire’

Onderhandelingsprijs Wiebe Draijer krijgt deze vrijdag een onderhandelingsprijs. De oud-SER-voorzitter en huidig Rabo-topman groeide uit tot de geestelijk vader van het Energieakkoord, waarvoor hij 45 partijen aan tafel nodigde.

Ruim veertig organisaties van werkgevers, energieproducenten, werknemers, milieugroepen en overheid ondertekenden in 2013 het Energieakkoord voor duurzame groei. Foto Dirk Hol/Novum

Van activist tot fabrieksdirecteur aan de onderhandelingstafel, alles mag gezegd worden, geen oplossing wordt vooraf uitgesloten. Dit ‘open proces’ was de basis voor het Energieakkoord in 2013 en wat Wiebe Draijer betreft is het concept voor herhaling vatbaar. „Denk bijvoorbeeld aan de noodzakelijke transitie van de landbouw, of beter de hele voedselketen. Denk aan de arbeidsmarkt, nu nog het traditionele domein van werkgevers en vakbonden. Door de belangen te verbreden wordt de kans op een oplossing groter”, zegt Draijer.

De huidige directievoorzitter van de Rabobank was vier jaar geleden nog voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER), het advieslichaam van de regering. Door die centrale plek in het Nederlandse poldermodel en door zijn ervaring en contacten in de energiewereld groeide hij uit tot de geestelijk vader van het Energieakkoord. Daarin worden de eerste duurzame stappen gezet die cruciaal zijn om de doelstellingen van Parijs te halen en moeten leiden tot een CO2-vrij Nederland.

„Ik wil ver blijven van het akkoord van Draijer”, benadrukt hij ongevraagd. Maar zonder hem, zo suggereren betrokkenen, was er geen akkoord geweest. „Dat hoor je mij niet zeggen. De formule van iedereen aan tafel krijgen en zorgen dat er ruimte is zodat alles gezegd kan worden, daar zitten wel mijn vingerafdrukken op, denk ik.”

Ook deze vrijdag zal de 52-jarige Draijer – ook oud-McKinseybaas – zijn rol relativeren: het Public Mediation Program (PMP) van de Universiteit van Amsterdam eert zijn werk met de PMP onderhandelingsprijs. „Dit is een prijs die ik in ontvangst mag nemen, maar het is wel een akkoord van alle partijen.”

Juist die deelname van alle partijen was volgens hem dus cruciaal. „We zijn met een klein clubje begonnen, eerst nog de sociale partners, waar we bij de SER vertrouwd mee waren. Maar ook snel met mensen van de milieubeweging. Ook zij wilden in gesprek komen in plaats van alleen maar in de rubberboot te blijven. Alarmeren was niet meer voldoende.”

Uiteindelijk praatten zo’n 45 partijen mee, van bouwers tot rijksambtenaren, van verzekeraars tot autolobbyisten. „Door die brede vertegenwoordiging werd het natuurlijk wel moeilijker om met een eindproduct te komen.”

We kregen het met hem aan de stok toen wij tijdens de gesprekken doorgingen met actievoeren. Hij was heel huiverig, maar accepteerde het uiteindelijk wel

Joris Wijnhoven, Greenpeace

Hij was het vleesgeworden poldermodel. Een man die in staat was mensen bij elkaar te brengen. Niet zoals anderen doen, met de vuist op tafel

Bernard Wientjes, VNO-NCW

‘We liepen beschamend achter’

Dat het toch gelukt is, komt volgens Draijer ook door maatschappelijke druk. „Dat iedereen mee wilde doen, gaf aan hoe groot de urgentie was. We liepen in Nederland natuurlijk beschamend achter.”

Draijer richtte een vast overlegclubje in van tien mensen die over de vier onderhandelingstafels heen konden kijken. Aan die tafels, met thema’s als ‘mobiliteit’, ‘innovatie’, ‘grote industrie en energieopwekking’ en ‘gebouwde omgeving’ zaten zo’n 25 tot 30 mensen. „Al die tafels zijn wel een keer volledig in de grindbak terechtgekomen. Cruciaal was dat het kernteam van tien mensen alles overzag en ook zaken tussen verschillende tafels kon uitruilen.”

Rond de Kerst van 2012 heeft het kernteam een tussenstand opgemaakt. „Toen was wel collectief het besef ontstaan dat we er niet uit zouden komen als iedereen zijn zin moest krijgen. Toen hebben we gezegd: gun het kernteam even de tijd om te bekijken waar we op uitkomen en dan komen we in januari terug.”

Uiteindelijk stemden alle partijen in met het akkoord, alleen de handtekening van Vereniging Eigen Huis ontbrak aan het eind van de rit. Na marathonsessies, zachte druk via het trakteren op appelbollen – „met deuren slaan zit niet in mijn stijlrepertoire” – werd in september 2013 de uitkomst gepresenteerd.

Een akkoord van 64 pagina’s waarin afspraken over energiebezuiniging, de opwekking van duurzame energie en nieuwe ‘groene’ banen werden gemaakt. Een zogeheten borgingscommissie onder leiding van oud-minister Ed Nijpels moest ervoor zorgen dat de doelstellingen werden gehaald. „Als we de uitkomst niet dreigen te halen, verzinnen we nieuwe maatregelen. Het resultaat is bindend. Of ik dat verzonnen heb? Niets wil ik mij persoonlijk toerekenen. Dit is heel slim, maar ook voor de hand liggend.”

Draijer heeft als SER-voorman feitelijk gepolderd in een gebied waar nog niet werd gepolderd. „Ja, dit was nog niet drooggelegd”, zegt hij lachend. Het was niet gemakkelijk, soms zelfs erg frustrerend, vertelt hij. „Maar dat je uit zo veel flanken tot een eenheid kan komen, vind ik eigenlijk het mooie. Iedereen heeft hierin geïnvesteerd. Milieuorganisaties hebben les gekregen om te zien wat er bij zo’n onderhandeling komt kijken. Pieter Winsemius [oud-minister, red.] was een van de mensen die dat verzorgden. Dat is toch mooi?”