Mandela spreekt uit het graf

Zuid-Afrika

In het tweede deel van zijn autobiografie probeert Nelson Mandela zijn erfenis te redden.

Nelson Mandela in Johannesburg in 2005. Foto Mike Hutchings/Reuters

Na zijn zorgvuldig geboetseerde levensverhaal in Long Walk to Freedom (1994), dat vlak na zijn vrijlating het land en de wereld voorbereidde op zijn presidentschap, moest Mandela nog wat kwijt. In De presidentiële jaren is hij dan ook vooral zelf aan het woord over zijn bijna 2000 dagen als president van Zuid-Afrika.

Kort na Mandela’s dood in december 2013 verzocht zijn weduwe Graca Machel journalist Mandla Langa er een boek van te maken. De publicatie van zijn laatste woorden komt op een politiek beladen moment. In de aanloop naar het congres waarop zijn partij een nieuwe leider kiest, dreigt zijn erfenis te worden verbrijzeld in de hebzucht en doodsnood van het kamp rond vertrekkend president Zuma.

Mandela heeft wat recht te zetten. Hij is niet het doetje dat de jonge generatie Zuid-Afrikanen nu van hem maakt. Mandela is het middelpunt van spot geworden bij studentenprotesten en hun roep om dekolonisatie van de universiteitscampus en de rest van het land. Het veel gehoorde verwijt is dat Mandela met zijn verzoeningsretoriek op de knieën ging voor de witte racisten die hem 27 jaar opsloten. Ook zou hij omwille van de macht van het ANC zijn volk hebben uitverkocht aan de markt die de ongelijkheid in stand hield. Het boek herinnert eraan wat in 1994 op het spel stond: bittereinders als generaal Constand Viljoen dreigden tot kort voor de verkiezingen met een bloedbad. Viljoen eiste van Mandela een toezegging voor een Volksstaat: een stuk land waarop Afrikaners zich konden afzonderen van de democratie Zuid-Afrika waarin Mandela’s ANC het voor het zeggen zou hebben. Mandela wist Viljoen op het laatst te overtuigen mee te doen aan de verkiezingen, maar kon niet voorkomen dat andere rechts-extremisten, onder leiding van de Afrikaners Weerstandsbeweging van Eugène Terre’Blanche aan de vooravond van de verkiezingen bommen lieten afgaan. Toch gingen de verkiezingen door.

Mandela werd president tegen zijn zin. Zelf pleitte hij voor een andere, jongere president, met meer ervaring op het internationale toneel. Tot zijn partijgenoten hem herinnerden aan zijn adagium van collectief leiderschap; zolang je daaraan vast hield, kon je nooit de fout in gaan. Mandela ging akkoord op voorwaarde dat hij slechts één termijn zou aanblijven.

Het boek bestrijdt de indruk dat Mandela slechts een showpresident was, terwijl zijn vice-president Mbeki achter de schermen het kabinet leidde. Mandela komt daarentegen naar voren als een micromanager, die zijn ministers op de huid zit en beleid bijstuurt als het hem niet bevalt. Hoewel hij verzoening als ANC-beleid verkoopt, grijpt hij in als zijn ministers het idee erachter lijken te vergeten. Zo zorgt hij ervoor dat een refrein van het volkslied uit de apartheidstijd, Die Stem, in het huidige volkslied wordt opgenomen. En de naam van het nationale rugbyteam, de Springboks, blijft per decreet van Mandela behouden. Symbolen vond hij belangrijk.

Terwijl hij dat imago naar buiten toe zorgvuldig in stand houdt, voert hij achter de schermen oorlog met zijn voorganger, die hem uit de gevangenis liet: F.W. de Klerk. Hoewel diens Nationale Partij zitting neemt in de regering van Nationale Eenheid, is De Klerk vooral een stoorzender die maar geen genoegen neemt met zijn rol als Mandela’s mindere. Als Mandela het geweld in de provincie KwaZulu-Natal niet onder controle krijgt, sneert hij naar De Klerk dat ‘het conflict een creatie van het beleid is van uw partij en uw regering’. De Klerk voelt zich zo ongemakkelijk in de rol van pispaal dat hij in 1996 opstapt.

Het boek geeft ook een hint aan de partijleden die in december een opvolger moeten kiezen voor Jacob Zuma. Mandela bevestigt dat Zuma’s rivaal, de huidige vice-president Cyril Ramaphosa, zijn aanvankelijke voorkeur had toen hij in 1994 een vice-president, en dus opvolger, moest aanstellen. Maar uiteindelijk koos hij, geadviseerd door vrienden, toch voor de afstandelijke Thabo Mbeki, vanwege diens diplomatieke kwaliteiten. Mbeki’s afstandelijkheid is waarschijnlijk de reden waarom het ANC hem in 2007 inwisselde voor de gezellige Zulu Jacob Zuma, ook al was hij gevoelig voor corruptie.

In De presidentiële jaren lijkt Mandela spijt te hebben van de loop van de geschiedenis: had hij vastgehouden aan Ramaphosa, dan was Zuma nooit zover gekomen. Het ANC kan Mandela’s fout in december alsnog herstellen door voor Ramaphosa te kiezen als Zuma’s opvolger.

De presidentiële jaren is een sluitstuk. De schrijver die de woorden van Mandela aaneenreeg, Mandla Langa, blijft op de achtergrond, klaarblijkelijk uit respect voor Mandela en zijn weduwe. Dat is jammer, want een iets meer uitgesproken standpunt over Mandela’s presidentiële jaren was spannender geweest. Nu overheerst na lezing het gevoel: alles is gezegd, het is nu klaar.