Vier jaar celstraf voor dodelijke straatrace

Samen met zijn zoon scheurde de verdachte met hoge snelheid door Loosdrecht toen hij inreed op een 19-jarige vrouw die de weg opdraaide.

Bloemen en kaarsjes op de plek langs de Nieuw-Loosdrechtsedijk waar een 19-jarige vrouw werd doodgereden vorig jaar. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Een man die vorig jaar een 19-jarige vrouw doodreed tijdens een straatrace in Loosdrecht, heeft vier jaar celstraf gekregen. Zijn zoon die met hoge snelheid achter hem aanreed, kreeg een werkstraf van 100 uur voor het veroorzaken van gevaar op de weg. De rechtbank in Lelystad acht bewezen dat hun rijgedrag een “wedstrijdmatig karakter” had en roekeloos was.

Ook kregen vader en zoon een rijontzegging van respectievelijk vijf en een jaar. De straf valt lager uit dan de eis van het Openbaar Ministerie. De officier van justitie had tegen de twee mannen vijf en drie jaar celstraf geëist en een rijontzegging van vijf jaar voor het veroorzaken van het dodelijke ongeluk.

Na een restaurantbezoek waren Walter van W. (54) in een Porsche 911 en zijn zoon Casper (32) in een Mini Cooper onderweg naar huis toen het ongeval plaatsvond. Meerdere getuigen verklaarden dat het tweetal met hoge snelheid bumperklevend achter elkaar aan scheurden, terwijl ze binnen de bebouwde kom reden over een onoverzichtelijke weg en het ook nog eens donker was.

160 kilometer per uur

Het slachtoffer draaide de weg op toen de vader tegen haar aanreed. Onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut stelde vast dat de vader 45 meter voor het ongeluk zo’n 160 kilometer per uur reed, terwijl op de weg een maximale snelheid geldt van 50 kilometer per uur.

De vrouw raakte zwaargewond en overleed twee weken na het ongeval aan haar verwondingen in het ziekenhuis. Na het ongeval bleek ook dat W. twee keer de toegestane hoeveelheid alcohol had gedronken. De rechtbank rekende het de verdachte aan dat hij al vijf keer eerder met justitie in aanraking was gekomen vanwege alcohol achter het stuur.

Verdachten ontkennen straatrace

De twee mannen hebben toegegeven dat ze te hard reden, maar altijd ontkend dat sprake was van een straatrace. Volgens hun advocaat kloppen de berekende snelheden niet. De rechtbank neemt het de vader kwalijk dat hij blijft ontkennen dat hij met “extreem hoge snelheid” reed “tegen een stortvloed aan bewijs”.

Hoewel de zoon volgens de rechtbank wel “heeft bijgedragen aan het verwerpelijke rijgedrag van zijn vader”, is het ongeval niet aan hem toe te rekenen. Omdat de zoon is vrijgesproken van dood door schuld, is er bij zijn vader geen sprake van het strafverzwarende ‘medeplegen’. Daarom valt de celstraf van de vader een jaar lager uit dan de eis.

    • Christiaan Paauwe