opinie

    • Frits Abrahams

Kiezen voor Marokko

Was ik ook zo blij voor Marokko toen het zich plaatste voor het WK voetbal? Helaas, ik kon het niet opbrengen. Je zou het kunnen toeschrijven aan jaloezie, maar ik hoop dat het iets dieper zit. Als Marokko deze prestatie had geleverd zónder zijn Marokkaanse Nederlanders, zou er voor mij geen probleem zijn geweest. Elk land gun ik die WK, zelfs de Zweden die dankzij een ten onrechte afgekeurd Nederlands doelpunt mogen deelnemen.

Maar Marokko? Nee. Het had van ‘onze’ Marokkanen moeten afblijven. Onder hen waren spelers, vooral Ziyech, die aanwinsten voor het Nederlands elftal én Nederland hadden kunnen zijn.

Voetbalcolumnist Willem Vissers van de Volkskrant denkt daar anders over. „Jazeker, ik juich voor Marokko op het WK”, schreef hij afgelopen maandag. „(…) De Leeuwen van de Atlas op het WK, het is allemaal prachtig.” Hij had alle begrip voor de keuze van de Marokkaans-Nederlandse voetballers voor Marokko.

„Als Nederlanders met Marokkaanse wortels zich hier niet helemaal thuis voelen”, schreef Vissers, „zal dat voor een deel best aan henzelf liggen, maar het komt misschien ook door discriminatie, door almaar aangezwengelde polarisatie.”

Ongeveer dezelfde mening las ik bij columnist Özcan Akyol en redacteur Studio Voetbal Nordin Ghouddani, respectievelijk van Turkse en Marokkaanse afkomst. Steeds meer allochtonen voelen zich gecriminaliseerd, constateerde Akyol in Nieuwe Revu. „De druk van de Marokkaanse voetbalbond is helemaal niet nodig: we zijn inmiddels zover gekomen dat voetballen voor Oranje bijna gelijk staat aan een soort collaboratie met vreemdelingenhaters en conservatieve christenen die bang zijn voor globalisatie.”

Ik weet wat ze bedoelen en ik deel hun bezorgdheid over de behandeling van allochtonen in Nederland, maar ik vrees dat de keus van Marokkaans-Nederlandse voetballers voor Marokko alleen maar tot nog meer polarisatie zal leiden. Ik voelde diepe teleurstelling toen Ziyech en Amrabat onlangs voor Marokko kozen. Het betekent voor Nederland een sportief verlies met een zware politiek-maatschappelijke lading. Hier koos een nieuwe generatie, nota bene geboren en getogen in Nederland, voor het land van hun (groot)ouders. Ze waren opgeleid door Nederlandse clubs, ze hadden in materieel opzicht sowieso veel aan Nederland te danken, maar nu kozen ze voor een land waar ze als burger niet hadden willen leven. Het was bovendien een achteruitgang, omdat de voetballers van een vorige lichting (Boulahrouz, Afellay, Boussatta, Maher) wél voor Nederland hadden gekozen.

Je mag het die jonge spelers niet kwalijk nemen, zij staan onder druk van hun familie en hun gemeenschap, hoor je nu vaak zeggen. Dat vermoed ik ook, maar het maakt het niet minder ernstig, het versterkt juist de indruk dat een belangrijk deel van die gemeenschap zich van Nederland afwendt. En ja, ik ben het met Vissers, Akyol en Ghouddani eens dat daar begrijpelijke redenen voor zijn, maar wat begrijpelijk is hoeft nog niet verstandig te zijn.

Als deze jongens voor het Nederlands elftal hadden gekozen, zou dat een indrukwekkend gebaar van grote symbolische waarde zijn geweest. Ze zouden het hun vijanden in Nederland minder gemakkelijk hebben gemaakt om hen en hun gemeenschap te verketteren.

    • Frits Abrahams