Foto Merlijn Doomernik

‘Jongeren afhouden van verkeerde keuzes, wat is daar fout aan?’

Tegenpropaganda-expert David Kenning

„Niet de terroristen bedreigen de westerse democratie, maar onze reacties op aanslagen”, zegt David Kenning, internationaal adviseur op het gebied van contra-propaganda, die onder meer voor president Bush werkte.

Voordat we aan de vragen toekomen, moeten we weten aan wie ze worden gesteld. In de meeste interviews is dat een onnadrukkelijk moment, maar de introductie van David Kenning kan zo vluchtig niet zijn. Daarvoor zijn er te veel mensen die niet geloven dat hij is wie hij zegt dat hij is.

Dit is wat David Kenning (63, geboren in Belfast) zegt: dat hij een counter radicalization expert is, een „expert’s expert” zelfs, die experts adviseert. Op blogs en in columns, ook in NRC, is dat in twijfel getrokken. Daar is hij een goeroe genoemd, een Raspoetin. Dat gebeurde een paar weken geleden toen Kennings naam opdook als bedenker van een ‘grijze campagne’, filmpjes die jongeren van radicalisering en gewelddadig extremisme moesten afhouden.

Kenning toont met documenten overtuigend aan dat hij een expert’s expert is – en dat hij daarover weinig kan zeggen omdat zijn expertise zich afspeelt in de wereld van de geheime diensten. Vandaar dat de rapporten en analyses die hij heeft geschreven niet openbaar zijn. In de documenten die hij laat zien, wordt hij gevraagd, geraadpleegd en bedankt door politici, ambtenaren, hoge militairen en mensen bij veiligheidsdiensten. Op een besloten bijeenkomst van het Global Counterterrorism Forum in juni 2013 hield hij The Kenning Lecture. Daar was onder meer een vertegenwoordiger van de Nederlandse NCTv aanwezig. Met enkele van zijn opdrachtgevers neemt de krant contact op en zij bevestigen Kennings weergave van zijn werkzaamheden.

David Kenning: „Van der Laan dacht als een rechter, hij zocht altijd de balans tussen individuele rechten en het algemeen belang.”. Foto Merlijn Doomernik

Burgemeester Eberhard van der Laan raakte eind 2014 zo onder de indruk van Kennings ideeën over extremisme en polarisatie, dat hij hem publiekelijk prees om zijn adviezen. Dat is het enige waarvoor Kenning Van der Laan, die in oktober overleed, niet dankbaar is. „In de vijftien jaar dat ik dit werk doe, ben ik altijd op de achtergrond gebleven. En als dat aan mij had gelegen, had ik het zo gehouden.” Sinds november vorig jaar declareert hij zijn werk voor Amsterdam niet meer, en sinds Van der Laan weg is, geeft hij de gemeente geen adviezen meer.

Tot 2002 was Kenning een merkenexpert, niet in reclame maar in strategische communicatie – „de Church of England was een van mijn klanten”. Hij werkte in Irak toen James K. Glassman, staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken onder president George W. Bush, hem wilde ontmoeten. Glassman hield zich voornamelijk bezig met het tegengaan van gewelddadig extremisme, zegt hijzelf per telefoon vanuit Washington, waar hij een adviesbureau heeft. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 had de VS „conceptuele problemen”, zegt Glassman. Kenning vat die problemen samen als: „De Amerikanen gingen de wereld uitleggen hoe geweldig hun waarden waren. Net nadat ze Irak waren binnengevallen!”

Glassman probeerde uit te dragen dat de Amerikanen niks tegen moslims hadden, dat er 3.000 moskeeën in de VS staan, dat ze zij aan zij met moslims hadden gevochten in Koeweit. „David Kenning maakte duidelijk hoe zinloos die lijn was. Mensen die je direct tegenspreekt, hebben de neiging hun standpunt te verharden – ze geloofden je toch al niet. Als je jouw boodschap wilt overbrengen, moet je dat doen aan de hand van iets waar zij zelf al in geloven. Een simpel, maar diep inzicht. Op zijn advies begonnen we met campagnes die moslims van geweld moesten afhouden, die hun lieten zien dat er andere opties waren dan geweld.” Glassman noemt Kenning, die hij vorig jaar nog om raad vroeg voor een lezing over IS, zijn „slimste en meest invloedrijke adviseur” op dit gebied.

Kleine effecten

Kenning laat filmpjes zien waaraan hij heeft meegewerkt, waarmee „regeringen” – over opdrachtgevers blijft hij discreet – invloed uitoefenen op gefrustreerde jongeren in het Midden-Oosten. Een ervan komt uit een serie die nog altijd loopt. Hij toont onderzoek naar de effectiviteit van zo’n serie. De opvattingen van tienduizenden mensen voor en nadat ze de campagne hadden gezien, en van mensen die de campagne niet hadden gezien, werden geanalyseerd. Je ziet verschuivingen naar meer tolerante opvattingen bij de campagne-kijkers. „Kleine effecten”, zegt Kenning, „maar ze groeien met de tijd.” De vergelijking met de ‘grijze campagne’ van Amsterdam dringt zich op.

Kenning pakt een vel papier en tekent met pijltjes vier manieren om de invloed van vijanden tegen te gaan. Directe confrontatie: jij hebt het fout, ik heb het goed. „Dat was de Amerikaanse methode in de tijd dat ik Jim Glassman ontmoette. Ze hadden een filmpje waarin je allemaal terroristische explosies zag, eindigend met de vraag: ‘Is dit wat je wilt?’ Het aantal nieuwe terroristen schóót omhoog.”

Tweede manier: afleiding – je moet mij niet aanvallen, maar hem. „Heel effectief gedaan in de ‘Sunni Awakening’ in 2007, toen de internationale coalitie erin slaagde soennitische stamhoofden in Irak te overtuigen dat Al Qaeda een gevaarlijker vijand was.”

Derde manier: verschuiving – uitdragen dat je niet alleen een goede moslim kunt zijn in de strijd, maar ook door hulp te bieden.

De vierde manier, „mijn manier”, zegt Kenning: „Dissolution, oplossing, ontbinding. Daarmee ondermijn je emoties die extreme overtuigingen en handelingen aanwakkeren.”

Dat was het idee achter de ‘grijze campagne’, een reeks vlogs die in opdracht van het Amsterdamse stadhuis werden gemaakt – in het geheim, het project is de experimenteerfase nooit voorbijgekomen. Het steekt Kenning dat de vlogs als gevaarlijk worden betiteld. Hij verwijst naar een inmiddels afgesloten campagne die veel kijkers in het Midden-Oosten en Noord-Afrika trok. „Daarin werden ideeën betrokken, waarvan onderzoek had aangetoond dat ze werden gekoesterd door jonge moslims die naar Irak gingen om te vechten. Heel populair. Jongeren gingen de hoofdrolspelers nadoen.”

De enige functie van deze campagne, zegt Kenning, was een vorm van anger management. „Jongeren afhouden van verkeerde keuzes. Het was geen instrument voor deradicalisering, net zo min als de Amsterdamse vlogs dat waren. Er zat geen propaganda in. De filmpjes probeerden niet te zeggen wat je moet denken, maar hoe je moet denken. Wat kan daar nou verkeerd aan zijn?”

Lees ook: Hoe de gemeente Amsterdam haar ogen en oren in de stad verloor

Band of brothers

De heftigste kritiek kreeg Kenning om zijn idee dat de oorzaak van extremistisch geweld niet van belang is voor de bestrijding ervan. Hier komt zijn opleiding als psychoanalyticus bij kijken. „Dat helpt mij door te dringen in de diepste krochten van de geest. Mensen krijgen een identiteit mee van ouders, vrienden, gemeenschap. Die dragen ze als een pak. Maar bij sommigen zit het pak niet lekker. Zij gaan op zoek naar een andere identiteit, eentje die voortkomt uit eigen ervaringen. Als zij worden afgewezen met hun nieuwe identiteit, kunnen ze in een crisis geraken door al die tegenstrijdige boodschappen. Ze kunnen niet achteruit naar hun gemeenschap – als ze dat al willen – en niet vooruit naar een nieuwe groep, want die laat hen niet toe.”

De propaganda van IS – „in essentie een mediabedrijf” – is toegesneden op dit dilemma. Hoor je nergens bij? Dan mag je bij ons horen. Kenning citeert Marlon Brando in The Wild One (1953). Hij leunt tegen de jukebox en een meisje vraagt: „What are you rebelling against?” En hij zegt: „Whadda you got?” „Het is een nihilistische revolutie”, zegt Kenning. „In deze wereldwijde band of brothers krijgt de zelfmoordaanslagpleger een nieuwe identiteit.”

Bij het tegengaan van gewelddadig extremisme kun je volgens Kenning slechts kijken naar de psychologie van het tot extremisme neigende individu. In Het Parool vatte onderzoeker Amy-Jane Gielen van de Universiteit van Amsterdam zijn denkwijze samen als zou de drijfveer van Syriëgangers „een hang naar avontuur (zijn), veroorzaakt door een achtergestelde sociaaleconomische positie”. Kenning, verbluft: „Dat heb ik nooit beweerd. Als een ‘achtergestelde sociaaleconomische positie’ de drijfveer was, zou je honderdduizenden Syriëgangers moeten hebben.”

Hij hamert er bij zijn opdrachtgevers juist op dat ze geen invloed kunnen uitoefenen op de factoren die leiden tot extremisme. „We kunnen hem zijn vriendinnetje niet teruggeven, de pijn niet wegnemen van zijn vader die hem sloeg, zijn baas niet dwingen moslims aardig te vinden. We kunnen de spanningen die worden veroorzaakt door het westers buitenlands beleid niet wegnemen. Het is zinloos om zijn religieuze overtuigingen tegen te spreken – dat neemt hij toch niet van ons aan. Tegen de tijd dat de overheid deze jongeman tegenkomt, hebben deze factoren hun werk al gedaan. Wij kunnen dus alleen nog maar wat met zijn geest. Die kunnen we weerbaar maken, open voor twijfel en voor andere ideeën.”

Gekaapt

David Kenning was vijftien toen hij in Belfast het begin van de troubles meemaakte. Een burgerrechtenbeweging van protestanten en katholieken samen werd gekaapt door de katholieke onafhankelijkheidsstrijders van de IRA. De beweging kwam op voor gelijke rechten bij lokale verkiezingen – „een volkomen legitiem doel, volkomen vreedzaam protest.” Het liep uit op een bloedige burgeroorlog. „Buurten, straten werden ineens katholiek of protestant, mijn oma moest haar huis uit omdat ze in een katholieke buurt bleek te wonen. Mensen die verhuisden, staken soms hun oude huis in brand, om het maar niet aan de ‘vijand’ te laten. Die mensen waren een paar maanden eerder nog vreedzame, vriendelijke burgers. Zo snel kan radicalisering verlopen.”

Het gekke van identiteit, zegt Kenning, is dat het bijna belangrijker is hoe de ander je aanspreekt dan hoe je naar jezelf kijkt. „Wij voelden ons geen protestanten, maar de anderen gingen ons als protestanten zien.” Dit was volgens hem het voornaamste doel van Al Qaeda’s aanslagen van 11 september: verdelen, polariseren, radicaliseren.

Daar belandt Kenning op zijn hoofdpunt. Niet de terroristen bedreigen de westerse democratie, maar onze reactie op terroristische aanslagen. „Populistische politici, populistische blogs, die steeds angst produceren. De angst staat niet in verhouding tot het reële gevaar.”

IS en populisten in het Westen hebben een gemeenschappelijk doel, zegt Kenning: het aantasten van de zachte waarden. „Van het motto van de Franse Revolutie, vrijheid, gelijkheid, broederschap, zijn de eerste twee wettelijk verankerd. Maar die derde is even wezenlijk. Dat zijn waarden als tolerantie en respect voor de ander, het cement van de samenleving. IS heeft bekendgemaakt dat te willen vernietigen, het grijze midden van vreedzaam samenleven.

De verhalen die IS produceert en verspreidt, zijn daarop gericht. Produceert? Zit bij IS ook een David Kenning-achtige persoon grijze en witte campagnes te bedenken? „Nou en of. En hij heet Abu Ont Kenning.”

Angstindustrie

Radicale islamitische groeperingen zouden volgens Kenning geen poot aan de grond krijgen zonder de weerklank die ze vinden bij hun tegenvoeters in het Westen. „De angstindustrie voedt polarisatie, daar is het de populisten én IS om te doen. Voor populisten is angst zaaien een manier om via verkiezingen aan de macht te komen. Voor moslimextremisten betekent het aandacht voor een marginale zaak. Ken jij iemand die een jihadistisch blog bezoekt? Nee, je leest er over in De Telegraaf of NRC Handelsblad.”

De opleving van identiteitsactivisme is een extra risico, zegt Kenning. Denkend aan zijn jeugd in Noord-Ierland maakt hij zich zorgen over de mogelijkheid dat een extremistische groepering een sociale beweging kaapt. „Dat kan gebeuren bij een straatbeweging, vreedzaam en met een legitiem doel, een beweging die zich op identiteit richt en slachtofferschap uitdraagt – iets waar het liberalisme zich geen raad mee weet. In Belfast verstopten extremisten zich achter de rug van vreedzame demonstranten en schoten vanuit de tweede linie op de politie. Dan greep de politie in met geweld, daar werden fouten bij gemaakt, onschuldige mensen werden gewond of gedood. Zo vergrootte het politieoptreden de steun voor extremistische ideeën.”

Lastig voor politici, ziet hij: als die te vroeg ingrijpen, belemmeren ze vreedzaam en rechtmatig protest. Als ze te laat ingrijpen, kan het extremisme al om zich heen hebben gegrepen. „Dat vereist de wijsheid van een rechter. Van der Laan dácht als een rechter, hij zocht altijd de balans tussen individuele rechten en het algemeen belang.”

Depolarisering is volgens Kenning de belangrijkste opdracht voor de nieuwe minister van Justitie en Veiligheid. „De beste remedie tegen extremisme is grote sociale cohesie.” Hij ziet hoe populistische blogs het idee van vrijheid verabsoluteren en inzetten als wapen tegen gelijkheid – „het grootste obstakel voor hun agenda”.

Hij sprak er met Van der Laan over. „De Nederlandse vrijheid is verbonden met tolerantie en solidariteit. Als dat verband ontbreekt, en de Amerikanen zijn het kwijtgeraakt, dan wordt vrijheid een last voor degene die maatschappelijk niet slaagt. Als het hier misgaat, kan de overheid je helpen. Daar is het ieder voor zich. Dat is de vrijheid van een zinkend schip. Amsterdam is geen zinkend schip, zei ik. Dat vond Eberhard geweldig.”