Recensie

In de multiculturele schaduw

Multiculturalisme

Een optimistisch boek over multiculturalisme van de Amerikaanse historica Rita Chin wordt gerelativeerd door de ontnuchterende cijfers in de essays van socioloog Ruud Koopmans.

In 2010 haastten drie Europese regeringsleiders zich om te verklaren dat het multiculturalisme mislukt was. Bondskanselier Merkel was de eerste, daarna volgden de Britse premier Cameron en de toenmalige Franse president Sarkozy. Hun opmerkingen weerspiegelden een algemeen gevoel bij de kiezers.

Die groeiende weerzin tegen multiculturalisme in Europa, dat wil zeggen in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland, wordt historisch gereconstrueerd in The Crisis of Multiculturalism in Europe van Rita Chin. Het is een boeiende vergelijking tussen deze landen, met hun verschillende koloniale verleden, staatsinrichting en lokale oplossingen.

Chin, lector geschiedenis aan de Universiteit van Michigan, ontvluchtte als baby met haar ouders Maleisië na anti-Chinese rassenrellen. Haar boek is een pleidooi om het multiculturalisme niet overboord te gooien. De verwerping ervan zou een boodschap aan immigranten zijn dat ze ‘niet langer zijn geaccepteerd als deel van de samenleving’. Dit is een boude uitspraak, omdat het Amerikaanse immigratieverleden aantoont dat assimilatiedruk niet in strijd hoeft te zijn met acceptatie.

Overal in het Westen heerst godsdienstvrijheid, ook voor nieuwkomers. De term ‘multiculturalisme’ staat voor culturele verscheidenheid van etnische groepen, maar zegt niets over de mate waarin. Als woord dook het voor het eerst op in 1941, in een Amerikaanse roman van Edward Haskell, Lance: A Story about Multicultural Men, waarin het bedoeld was als afweer tegen nazi-Duitsland.

In de jaren zestig werd de term in Amerika gebruikt in aanbevelingen om bij teksten in het leesonderwijs ook ervaringen in ‘multiculturele gebieden’ te verwerken. Multiculturalisme werd een strijdpunt voor Afro-Amerikaanse studenten die hun eigen etnische cultuur en geschiedenis van onderdrukking in het curriculum terug wilden zien.

Anders dan Amerika had Europa geen slavernij op eigen bodem gehad, uitmondend in wettelijke rassensegregatie. De massale immigratie uit niet-westerse landen kwam vaak pas in de twintigste eeuw op gang. In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk begon die eerder dan in Nederland en Duitsland met de komst van inwoners uit de voormalige koloniën, meestal bekend met de taal en cultuur van het moederland. Later begonnen fabrieken, ook in Duitsland, ‘tijdelijke’ arbeiders uit het buitenland aan te trekken. Die moesten de taal nog leren. Multiculturalisme diende toen om terugkeer na gedane arbeid te vergemakkelijken. De oliecrisis van 1973 maakte aan de behoefte aan goedkope, ongeschoolde arbeidskrachten een abrupt einde.

Wat er daarna gebeurde, is een les voor degenen die Afrikaanse bootmigranten tijdelijk werk willen aanbieden. De pogingen in het verleden zijn nooit gelukt. De gastarbeiders bleven en haalden kinderen en echtgenotes uit hun land van oorsprong. Na reorganisatie of faillissement van hun fabriek kwamen ze vaak moeilijk aan nieuw werk. In haar toespraak over multiculturalisme gaf Merkel toe dat de Duitsers er pas laat achter kwamen dat de gastarbeiders niet tijdelijk waren. Dat betekende dat ze zich moesten aanpassen aan hun nieuwe land. Het woord ‘integratie’ maakte overal school.

Terreurdaden

Nederland en het Verenigd Koninkrijk bleven vasthouden aan een multiculturele koers. In de jaren tachtig maakte de Nederlandse overheid gesubsidieerde maatschappelijke etnische ‘zuilen’, parallel aan de religieuze zuilen. Het Verenigd Koninkrijk had lokale organisaties voor etnische groepen. Zelfs het republikeinse Frankrijk kende instellingen om Algerijnen hun eigen cultuur te laten behouden. De oproep van toenmalig Front National-leider Jean-Marie Le Pen om de Franse cultuur te handhaven, was een rechtvaardiging voor minderheden om dat ook met hun eigen cultuur te doen.

Groeiende populariteit van fundamentalisme en terreurdaden van moslim-extremisten zetten de discussie op scherp. Hoe tolerant moest het Westen zijn tegenover de intoleranten? In 1989 riep de Iraanse ayatollah Khomeini alle moslims op om mee te werken aan zijn publieke doodvonnis voor schrijver Salman Rushdie, vanwege zijn boek De duivelsverzen. Daarop volgde een reeks aanslagen van moslim-extremisten in New York, Londen, Madrid, Parijs en andere steden.

Chin erkent de schaduwzijde van multiculturalisme, maar stapt te gemakkelijk over de problemen van integratie heen. Die worden wel beschreven in Assimilation oder Multikulturalismus van de Nederlandse socioloog Ruud Koopmans, hoogleraar aan de Humboldt-universiteit in Berlijn. Hij concentreert zich op de matige integratie op de arbeidsmarkt van vooral orthodoxe moslims. In het Verenigd Koninkrijk, volgens Koopmans net zo multicultureel als Nederland, komt de verzorgingsstaat minder snel te hulp. Immigranten en hun families worden daar gedwongen om hun orthodoxe ideeën aan te passen aan de noodzaak om in hun eigen bestaan te voorzien. In Nederland moet de ‘assimilatiedruk’ op een andere manier worden uitgeoefend, bijvoorbeeld door, zoals Duitsland en Oostenrijk, meer eisen te stellen aan naturalisatie. Op grond van peilingen onder moslims en niet-moslims concludeert Koopmans dat respondenten met fundamentalistische antwoorden moeilijker werk krijgen en eerder geneigd zijn tot geweld dan anderen. Collega-sociologen hebben zijn vraagstelling en de statistische bewerkingen bekritiseerd. In elk geval weerlegt Koopmans de stelling dat multicultureel beleid tot snellere integratie leidt. Zijn conclusies in eerder gepubliceerde wetenschappelijke artikelen in het boek zijn voorzichtiger dan zijn stellingname in de scherpe essays in de eerste helft. Die stilistische tweeslag maakt het boek wat onvoldragen. Speciaal over het multiculturalisme van Nederland is hij sinds hij in Duitsland woont kritischer geworden. Inmiddels is, op gesubsidieerde moslimscholen na, veel van het vroegere Nederlandse multiculturalisme verdwenen.

Een baan is niet het enige kenmerk van geslaagde integratie. Nederland heeft geen Franse banlieues of Molenbeekse toestanden. Het Verenigde Koninkrijk kampt met grote sociale verschillen en moslimterreur. 9/11, de grootste terreurdaad van de 21ste eeuw, werd deels in Hamburg gesmeed. Alle Europese landen worstelen met integratie en fundamentalisme. Koloniale geschiedenis en de herkomst van immigranten bepalen net zo goed de nationale verschillen als beleid. Chins boek kan niet worden gelezen zonder de ontnuchterende cijfers van Koopmans.