In de donkere dagen neemt de kans op een overval weer toe

Preventie winkelovervallen

Het aantal winkelovervallen neemt, na jarenlang dalen, weer toe. De gemeente adviseert winkeliers op ‘overval-hotspots’ hoe ze onheil kunnen proberen te voorkomen. „Als ik dat kogelvrije glas niet had, zou ik hier geen dag willen werken.”

Gemeentelijke voorlichters Lia van den Hoek en Dirk Nijbroek bezoeken winkeliers om ze tips te geven die de kans op een overval moeten verkleinen. Het aantal winkelovervallen vertoont sinds dit jaar weer een stijging. Foto’s Olivier Middendorp Olivier Middendorp

‘Dit deel van de straat is dood”, zegt de ondernemer in zijn belwinkel annex money transfer aan de westkant van Amsterdam. Aan de andere kant van het kruispunt is de straat druk en gezellig, met een paar supermarkten, drogisterijen, een eetwinkel. Van gevel tot gevel loopt feestverlichting die de ondernemersvereniging heeft opgehangen. Daar leeft het.

In dit deel hangen geen lampjes. In de buurt van deze zaak is nog maar een enkele winkel te zien. „De helft staat nu leeg”, zegt de ondernemer. Hij heeft er de woningcorporatie die veel panden in deze buurt bezit, op aangesproken.

Vanochtend, voor openingstijd, zijn de gemeentelijke voorlichters Lia van den Hoek en Dirk Nijbroek de belwinkel binnengegaan om de eigenaar tips te geven hoe overvallen te voorkomen. Hij staat met de armen over elkaar en zijn voeten op de banier die hij straks voor zijn deur zet, geleund tegen het veiligheidsglas dat hij zelf heeft laten aanbrengen. In de loop der jaren is hij „drie of vier keer” slachtoffer geworden van een overval of een inbraak en heeft hij zijn winkel flink aangepast. De munttelefoon van vroeger, een magneet voor gelegenheidsdieven, is weg. Voor de winkelruit laat hij ’s avonds een stevig rolluik neer. Achterin de zaak hangt een camera. Hij heeft een kluis. De ruimte achter de kassa is een vesting. Hij tikt tegen het kogelwerende glas en zegt: „Als ik dit niet had, zou ik hier geen dag willen werken.”

„Kun je op de etalage geen sticker plakken dat hier geen geld te halen is”, suggereert Lia van den Hoek.

Olivier Middendorp
Olivier Middendorp

De eigenaar kijkt zwijgend rond. Vanuit deze winkel sturen mensen geld naar een ander deel van de wereld, aan de muren hangen plakbiljetten van Western Union, EasyBill, MoneyGram. Zou een sticker op de ruit voorbijgangers van het tegendeel kunnen overtuigen?

Donkere dagen

Van den Hoek en Nijbroek gaan in opdracht van de gemeente door de stad naar winkelgebieden die veel last hebben van overvallen. Dat doen ze voor de ‘donkere dagen’, een tijd waarin de statistieken van overvallen, maar ook inbraak en straatroof een piek laten zien. Het aantal overvallen is sinds 2010 spectaculair en gestaag gedaald, van 459 overvallen in 2010 naar 186 in 2016. Maar dit jaar, zegt een woordvoerder van de gemeente, „zien we een lichte stijging, en dat zit vooral bij overvallen op ondernemers. Ten opzichte van vorig jaar, dezelfde periode, is er een stijging van 16 procent.”

In dit deel van de stad is volgens de gemeentelijke statistiekdienst OIS de criminaliteitsindex het afgelopen jaar snel verslechterd: van flink onder het regionaal gemiddelde in april 2016 tot flink erboven in augustus 2017.

Daarom lopen Van den Hoek en Nijbroek deze weken langs de ‘hotspots’ van de stad, van de Ferdinand Bolstraat in Zuid, tot Plein ’40-’45 in Nieuw-West en het Bijlmerplein in Zuidoost. Overal hebben winkeliers te kampen met criminaliteit, alleen de verschijningsvorm verschilt van buurt tot buurt, valt de gemeentelijke voorlichters op. Zo horen ze in de Spaarndammerbuurt veel voorbeelden van drugscriminaliteit: bedelen, fietsen pikken, winkeldiefstal. In de Jan Evertsenstraat hebben ze vaker verhalen over ramkraken gehoord. Elders zijn het weer vooral inbraken.

Olivier Middendorp

Van den Hoek en Nijbroek gaan van ondernemer naar ondernemer met een handzaam setje van tien tips. ‘Open en sluit uw zaak met z’n tweeën.’ ‘Beveilig uw producten.’ ‘Maak duidelijk dat er niets te halen valt.’ ‘Loop niet te koop met omzetcijfers.’

De eigenaar van de belwinkel-money transfer luistert beleefd. De laatste keer dat hij werd beroofd, liep hij de winkel uit en werd hij om de hoek door twee mannen aangevallen. Dat is de reden dat hij niet herkenbaar in de krant wil en dat er geen foto van zijn zaak mag worden getoond. Met zijn drieën rolden ze over de grond en uiteindelijk gingen de overvallers er met zijn boodschappen vandoor. Ze dachten waarschijnlijk dat hij zijn dagomzet bij zich had, maar dat stadium van naïviteit is deze ondernemer allang voorbij. Hij roomt zijn kassa regelmatig af en stopt tussentijds geld in de kluis met tijdslot, zijn geld gaat nooit rond hetzelfde tijdstip zijn winkel uit.

Daders hebben niets te verliezen

Maar winkelovervallen blijven een hardnekkig probleem. De daders hebben niks te verliezen, zegt de ondernemer. „Ze hebben geen baan, geen spaarrekening. Als ze op de balie een pakje sigaretten zien liggen, zijn ze bereid de ruit ervoor in te slaan.”

De tip ‘Begroet uw klant en maak oogcontact’ brengt hij al in praktijk. Hij schrikt ook niet van mensen die met een helm op zijn zaak binnenlopen. „Niet iedereen met een helm op is een overvaller”, zegt hij. „De postbode draagt ook een helm, en de pizzakoerier.”

Frank Cardon, veiligheidscoördinator van stadsdeel West, zegt dat de meeste overvallers mensen uit de buurt zijn. Niet voor niets is een van de tien tips ‘Verdachte situatie? Bel 112’. „Winkels worden stelselmatig in de gaten gehouden”, zegt Cardon. „Winkeliers worden soms tot hun huis toe gevolgd. Schoolkinderen worden door vriendjes uitgehoord. ‘Is jouw vader juwelier? Dan hebben jullie vast veel juwelen in huis.’ Winkeliers kunnen op verjaardagsfeestjes beter niks zeggen over hun omzet.”

Meer toezicht op straat is volgens Cardon de beste preventie. Dat denken de meeste winkeliers met wie Lia van den Hoek en Dirk Nijbroek spreken ook. Ze zouden het liefst cameratoezicht op straat hebben, maar daar is de gemeente zuinig mee – ook onder druk van politieke discussies hierover. Wel worden in de donkere dagen extra toezichthouders naar de ‘overval- en inbraakhotspots’ gestuurd, zegt Cardon. Hij verbaast zich erover dat de ondernemersverenigingen, die vrijwel in alle winkelgebieden zijn opgericht, zo zelden zelf toezicht inhuren. „Voor anderhalve euro per ondernemer heb je toezicht op straat. Maar ze willen het niet, uit angst dat een buurman niet betaalt maar wel mee profiteert.”

‘Sta niet schuw in de winkel’

In de Spaarndammerstraat zijn ze pas begonnen aan het oprichten van een ondernemersvereniging, zegt Femke Verhagen van dierenwinkel Het Vachtje. In de mand naast de kassa ligt een hondje dat, zo klein als hij is, toch overvallers afschrikt, volgens gemeentelijke voorlichter Lia van den Hoek. Verhagen wijst naar het plafond: „Dat is geen nepcamera.” Ze loopt naar de winkeldeur. Een bewegingsdetector. En een los bedieningsdoosje voor de deurbeveiliging en een alarmknop. „Misschien niet handig dat-ie naast de deur hangt.” Ze haalt hem uit de houder en legt hem op de toonbank.

De Spaarndammerbuurt staat er volgens de criminaliteitsindex beter voor dan de buurt van de belwinkel. Deze statistiek oogt als een kartelmes, waarbij de lijn tussen april en augustus dit jaar omlaag loopt – in de goede zin van het woord.

Het belangrijkste om je veilig te voelen als winkelier? „Dat je niet schuw in de wereld staat”, zegt Verhagen. „En goede contacten met de buren.” Als de buurman zijn winkel afsluit, steekt hij altijd even zijn hoofd door de deur bij Het Vachtje om te zeggen dat hij vertrekt. Dat zou tip elf kunnen zijn, noteert Lia van der Hoek.

    • Bas Blokker