Peter Muyshondt

Foto Karoly Effenberger

‘Ik ben moreel verplicht zijn dood te gebruiken voor het goede’

Interview Peter Muyshondt (46) stond als politieagent in de frontlinie van de drugsoorlog in België – tot zijn broer stierf aan een overdosis. Nu zet hij zich in voor legalisering van drugs. „Tom werd vooral gezien als risico voor mijn carrière. Ook door mij.”

Spannend was het wel, toen ze met een groepje drugsverslaafden voor het eerste naar een klimzaal gingen. Hoe zouden de andere klimmers reageren, vroeg Peter Muyshondt (46) zich af. Hij is de oprichter van klimvereniging Urban Wolf én adjunct-korpschef van een politiezone ten noorden van Antwerpen. „Ze ruiken niet altijd even fris, of zien er niet goed uit”, zegt hij. „Zou dat wel worden geapprecieerd door de rest?” Maar Urban Wolf werd al snel opgenomen in de klimgemeenschap. Afgelopen zaterdag was er nog een crowdfundingsactie voor de vereniging. Zelfgemaakte hamburgers en pannenkoeken, en een wedstrijdje. „Er kwamen veel klimmers op af, uit solidariteit.”

De vereniging heeft nu een tiental leden. Sommigen zijn al een paar jaar clean, anderen zijn bezig met afkicken. Muyshondt kijkt even om zich heen. „Vandaag komt misschien iemand die vorige week zwaar is teruggevallen. Een tengere jonge gast, die goed bezig was. Woonde weer bij zijn ouders, studie opgepakt en dan toch weer beginnen met drinken en heroïne snuiven. Ik hoop dat ik hem even kan vragen: ‘hoe ist?’ We moeten hem binnenhouden.”

Niet dat dit therapie is. Ja, Muyshondt begon de klimvereniging samen met twee vriendinnen die weliswaar in de hulpverlening zitten, maar: „Er zijn geen pauzes waarbij we vragen ‘hoe voel je je nou en wat gaat er door je heen?’ Wij klimmen, geen poespas verder. Hooguit vraag ik: ey, hoe ist?”

Veel meer gaat het om het sociale aspect. Wie verslaafd is, komt in een negatieve spiraal terecht waarin steeds meer familieleden en vrienden uit hun leven verdwijnen, zegt hij. „Ze zijn verwaarloosd, opgelicht, of beroofd.” Wat dan nog resteert, is een klein, benauwd wereldje van dealers en andere gebruikers. Geen omgeving waar je positieve prikkels krijgt om te stoppen met de verslaving. „Door het klimmen komen ze – al is het maar voor een paar uur – uit dat negatieve circuit.”

All the way

Elf jaar geleden nam Muyshondt voor het eerst een verslaafde mee naar de klimwand. Het idee ontstond na de dood van Tom, zijn verslaafde broer, datzelfde jaar. Een overdosis van heroïne, cocaïne en medicijnen was hem fataal geworden. Een paar dagen eerder was hij ontsnapt uit de kliniek waar hij de zoveelste poging ondernam om te stoppen met drugs. „Ik denk dat hij op een gegeven moment, na al die pogingen, heeft gedacht: ‘Ik wil er van af, ik ga all the way’. Hij was het zo beu, dat terugvallen.”

De Muyshondts groeiden op in Edegem en Zoersel, randgemeenten van Antwerpen. Ze waren met z’n vijven: pa, ma, Peter, Tom en een oudere zus. Toen die zus op haar negende de diagnose schizofrenie en borderline kreeg, veranderde alles voor het gezin. Peter Muyshondts was toen zes, Tom net geboren. „Tot mijn zesde leefde ik met een zus die normaal was. En ineens werd ze in een isoleercel gestopt.” Vanaf dat moment leefde de familie met de dreiging van een psychose. „Er was continu spanning thuis.”

Op zijn vijftiende bood de cadettenschool, een soort militaire middelbare school, uitkomst. Voor de opleiding moest Peter Muyshondts naar een internaat en kwam hij in een andere omgeving. Er was discipline, orde en vooral: niet de spanning van thuis. „Maar mijn broer kon niet weg, die was nog maar negen. En ik kwam bijna niet meer thuis. Ik vermoed dat de stress hem ertoe aanzette om al op zijn veertiende te beginnen met drugs.”

Toffe gast

Aanvankelijk ging het om cannabis. Tom werd betrapt en moest naar een instelling. Juist dáár ontdekte hij heroïne. Verslaafd keerde hij terug in de maatschappij. „Hij kon het heel goed verborgen houden”, zegt Peter Muyshondt. “Totdat we bij onze ouders thuis spuiten vonden.” Tom werd steeds onhandelbaarder, wat ertoe leidde dat hij het huis uit moest. Hij belandde op straat, in het circuit van andere gebruikers en dealers. Hij kwam steeds met justitie in aanraking.

Ondertussen maakte Peter Muyshondt na zijn militaire opleiding carrière bij de politie. Hij trouwde, kreeg kinderen, deed het kortom op alle fronten beter dan zijn broer. „Ik was als een spiegel voor hem. Mijn ouders zeiden de hele tijd tegen Tom: ‘kijk eens naar uw Peter’. Hij werd vooral gezien als een risico voor mijn politiecarrière. Ook door mij.”

In de jaren na Toms dood werkte Muyshondt zich op tot adjunct-korpschef. Wat bleef knagen, is dat zijn broer te boek staat als verslaafde, of „een marginale”, zoals Peters collega’s bij de Antwerpse politie zouden zeggen. „Terwijl het over mijn broer ging.”

‘De roes van de heroïne was voor hem een vlucht.’

In 2015, negen jaar na Toms dood, schreef hij het autobiografische Broers waren we. Hij wilde Tom zijn waardigheid teruggeven en stelde ook zichzelf vragen. Had hij niet eens wat vaker ‘hoe ist’ moeten zeggen? Had hij hem niet in de steek gelaten? „Doel van dat boek is dat je je gaat afvragen voor wie van de twee broers je sympathie moet krijgen. Het zou heel gemakkelijk zijn om te kiezen voor mij, de politieman met zijn goede carrière. Terwijl Tom een toffe gast was. Er ging alleen heel veel in zijn hoofd om, en die drugs hielpen hem om dat te ontvluchten.”

Goede kaarten

Na het schrijven begon Muyshondt ook vraagtekens te zetten bij het drugsbeleid dat hij moet uitvoeren. „Ik was opgeleid in de ‘war on drugs’, puur om het te bestrijden.” Maar over het waarom achter dat verbod werden binnen de politie amper vragen gesteld. „Negentig procent van de druggebruikers ontwikkelt nooit een verslaving, bleek uit onderzoek van de VN. Die andere tien procent ontwikkelt vaak een verslaving door een trauma, een chemische huishouding die mank loopt, of misère thuis. En dat laatste was met Tom aan de hand: de roes van de heroïne was voor hem een vlucht. Dat los je niet op met meer gevangenisstraf.”

Dat Tom niet werd geholpen maar het stempel ‘crimineel’ kreeg en ook zo werd behandeld, bracht de adjunct-korpschef tot een radicale conclusie: het verbod op drugs richt méér schade aan dan de drugs zelf. Repressie duwt verslaafden alleen maar verder richting criminaliteit, en houdt de verslaving in stand.

„Ik za in Amsterdam hoe verslaafden daar worden behandeld, met die gebruikersruimtes. Het houdt hen mensen van de straat, en ze kunnen geholpen worden. Wij in België hebben zelfs dat nog steeds niet… Ik besefte dat ik als leidinggevende bij de politie goede kaarten heb om dat verhaal te vertellen.”

‘Mijn broer stierf aan overdosis. En toch zeg ik: maak alle drugs legaal’, kopte Het Laatste Nieuws afgelopen september. Bij het verhaal in de grootste krant van België stond een foto van Peter Muyshondt in politie-uniform in de haven van Antwerpen. „Dat heeft me zever opgeleverd met de leiding, zeg. Had ik daar gestaan in uniform en gezegd ’we moeten méér repressie, méér speurders’, dan zou niemand verbaasd zijn. Dat is zó fout!”

Geen promotie

Muyshondts ‘coming out’ als activist was een voorbode voor zijn in het najaar verschenen boek Beleid op speed, dat leest als een aanklacht tegen het verbod op drugs. „Daarmee kom ik aan het bestaansrecht van de politie”, zegt hij. „Het is moeilijk om bijvoorbeeld rondtrekkende bendes die stelen te pakken, maar mensen controleren die een paar gram drugs hebben, is véél makkelijker. Rol je echter één organisatie op, dan springen er weer drie in dat gat. De markt blijft.”

Dergelijke uitspraken maken hem er bij zijn leidinggevenden niet populairder op. „Zolang ik als agent nog effectief de drugwetgeving toepas, mag ik mijn persoonlijke mening verkondigen.” Maar promotie zit er niet meer in. Schouderophalend: „Ik zit nu goed. Als ik zou doorgroeien naar korpschef, kom ik in het establishment en word ik beoordeeld door net die mensen die het niet konden verkroppen dat ik me in uniform liet fotograferen. Dan moet ik ineens een neutrale positie innemen. En dat kan ik niet meer. Ik ben moreel verplicht de dood van mijn broer te gebruiken voor het goede.”

Is dat ergens geen rouwverwerking? “Neuh, niet meer. Als je iemand verliest, speelt dat altijd mee. Maar het is niet zo dat ik iedere avond naar zijn foto kijk en een traan wegpink. Ik wil aan zijn dood ook niet verdienen; de opbrengst van het boek gaat naar de organisatie Anyone’s Child, die opkomt voor de nabestaanden van drugsslachtoffers.”

Het liefst zou hij een boerderij voor verslaafden beginnen, waar iedereen een belangrijke rol heeft en zo uit het drugscircuit kan breken. „Samen de beesten verzorgen, het land bewerken en mensen opleiden.” Hij zag hoe het kan, in het Italiaanse San Patrignano. Daar werken 1.400 verslaafden en ex-verslaafden samen op het land.

Maar ja, de centen he? Voor nu volstaat het klimmen.

Peter Muyshondt loopt op een jongen af. Hij heeft net een blauwe route beklommen, de moeilijkste graad, en staat uit te puffen.

„Hoe ist, alles goe?”

    • Philippus Zandstra