Hulpverleners jeugdzorg wantrouwen elkaar

Onderzoek

Wantrouwen, afwachten, en verantwoordelijkheden afschuiven. Bij hulp aan kinderen in nood wordt slecht samengewerkt.

Beeld ter illustratie ANP / Roos Koole

Professionals die in ‘multidisciplinaire teams’ kinderen moeten helpen, werken niet goed samen. Ze wantrouwen elkaar en praten bij casusbesprekingen meer over elkaars verantwoordelijkheden dan over de nood van het kind of het gezin.

Dat concluderen onderzoekers van de Fontys Hogeschool op basis van interviews en 116 casuïstiekbesprekingen bij negen organisaties. Hun bevindingen staan in een deze vrijdag te verschijnen bundel over kindermishandeling, een uitgave van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

De studie geeft een ontnuchterend beeld van hoe de zogenoemde ‘transformatie’ van de jeugdzorg in de praktijk werkt. In theorie werken schuldhulpverleners, wijkteamwerkers, leerplichtambtenaren, jeugdartsen en andere vakmensen sinds de overheveling van de jeugdzorg naar gemeenten in 2015 samen in teams om de zorg voor kinderen tijdig in goede banen te leiden.

Dat de praktijk vaak afwijkt is binnen de jeugdzorgsector op zich bekend: een veelgehoorde klacht is dat wijkteams ‘zoekende zijn’ en worstelen met hun opdracht. Dit onderzoek, verricht bij teams in zowel stedelijke als niet-stedelijke gemeenten in Noord-Brabant, laat van binnenuit zien hoe de worsteling van de teams eruitziet.

Lees hier een artikel met eerdere kritiek, van specialistische jeugdzorginstellingen, op wijkteams.

Als gesprekken eindigen weten de wijkteamwerkers vaak nog steeds niet welke stappen ze met het gezin moeten zetten. Dat doet zich bij veel casusbesprekingen voor, schrijven de onderzoekers. „In plaats van initiatief te nemen zitten professionals een beetje op elkaar te wachten of proberen ze de regie over een casus op elkaar af te schuiven.”

Hulpverleners wantrouwen elkaar ook omdat ze elkaar vaak als incompetent zien, blijkt uit de studie. „Een chaos, wat een chaos”, zegt een gedragswetenschapper die net met een wijkteamwerker over een uithuisplaatsing heeft gesproken. „Deze wijkwerker is vast een heel goede jeugdverpleegkundige. Maar dit soort complexe casussen, daar heeft ze helemaal geen zicht op.”

De conclusie van de onderzoekers: „Het gedroomde domeinoverstijgende en multidisciplinaire samenwerken komt vooralsnog niet van de grond.”