Foto Bram Petraeus

Abdelkader Benali over hardlopen: ‘Even niks, héérlijk’

Abdelkader Benali

Schrijver en theatermaker Abdelkader Benali kreeg als tiener een fascinatie voor hardlopen. Voor de Zevenheuvelenloop, zondag, presenteerde hij een nieuw boek over zijn hobby.

Te midden van een stoet lopers die zondag uit Nijmegen vertrekt, Groesbeek aantipt en na vijftien kilometer zwoegen over zeven heuvelen terugkeert in Nijmegen, bevindt zich Abdelkader Benali (41). Hij zal zoals altijd het uiterste van zichzelf vergen. Écht hardlopen, hè. Geen joggen, ben je gek. Dat is sjokken.

Hardlopen is de metafoor van zijn leven. Benali staat nooit stil. Zijn benen malen maar door, evenals zijn gedachten. Hardlopen is ook zijn spiritualiteit, weergegeven in boeken, bundels en columns. Benali loopt, rent, denkt, treedt op, bemint, voedt op, leest voor en gaat tussendoor ook wel eens zitten. Op die momenten van contemplatie schrijft hij onder meer over hardlopen; heel liefdevol.

Zijn nieuwste hardloopboek, Asfalt, Zand & Stenen, is vrijdag tijdens de persconferentie van de Zevenheuvelenloop gepresenteerd en wordt zondag gevolgd door een signeersessie. Daarna laat hij zich oplossen in de meute van 26.000 lopers en rent hij over die zeven heuvelen.

Innige band met hardlopen

De boreling is niet geheel nieuw, maar een bundeling van twee romans, Marathonloper en Zandloper, aangevuld met columns uit hardlooptijdschrift Losse Veter en „wat losse dingen die ik op de plank had liggen”. Het boek is vooral een weerslag van Benali’s innige band met hardlopen, de sport die zo weinig Marokkaanse Nederlanders beoefenen – „voetbal is zó dominant” – maar de schrijver en theatermaker steeds weer tot lyriek drijven.

Zijn inspiratiebron was Saïd Aouita, de lichtvoetige Marokkaan die Benali als elfjarige knul in 1987 in Rome wereldkampioen op de 5.000 meter zag worden. Van binnen ontvlamde een begeerte. „Er won een Marokkaan, dat maakte diepe indruk. Die fabuleuze manier van lopen, heel lichtvoetig. En dan die versnelling. Aouita was de absolute kampioen. Hij had iets van een Griekse god. Ik stond op en dacht maar één ding: ik wil ook hardlopen.”

Abdelkader volgde zijn instinct, ging naar buiten, trok met schoolkrijt een streep en vele stappen verder, aan het eind van de straat, nog één. „Het zal zo’n 50 meter zijn geweest”, schat hij. De opgewonden jongen wond een koord met daaraan een stopwatch om zijn hand – „gekocht bij de Blokker” – en „begon het spel tegen de tijd, het spel tegen de sterfelijkheid. En ik vond het geweldig”.

Ik besefte dat ik door die schemering kon heenlopen, weg van huis, weg van de straat, op weg naar een nieuw avontuur.

Zijn fanatisme putte hem uit. En maar rennen, heen en weer. En maar klokken: 10-zoveel, 9-zoveel, 11-zoveel. Het kind ontdekte het spel. En Abdelkader ontdekte de controle over de tijd, maar vooral het absolutisme van het gevecht tegen de tijd. En de euforie. „Dat gevoel van macht in mijn lichaam, geweldig. Ik kon het lichaam om een boodschap sturen.”

Er opende zich een nieuwe wereld voor Abdelkader. Vanaf de Berkelselaan keek hij nadien vaak naar de schemering die over Rotterdam neerdaalde. En hij fantaseerde over de wereld achter die schemering. „Ik besefte dat ik door die schemering kon heenlopen, weg van huis, weg van de straat, op weg naar een nieuw avontuur. Van binnen zei een stem: ga daar eens kijken, wat daar op je wacht. Dat had een sterke impact. Het lichaam wilde dat ook; dat zei tegen mij: ga maar.”

Foto Bram Petraeus

Een hardloper was geboren. Maar geen toploper. Benali ontdekte bij de atletiekvereniging PAC al snel zijn beperkingen. Met een beminnelijke lach: „Kijk naar mijn lengte: 1,84 meter. Kijk naar mijn bouw: zware botten.” De top hoefde ook niet. Een strandloop, een cross of een bruggenloop buiten Rotterdam wond hem al genoeg op. Kon-ie van de spanning niet slapen. En hoe kom je op de plaats van bestemming? „Naar Vlaardingen, met de trein, dat was een heel verre reis.”

Benali vond bij PAC nestwarmte bij blanke, intellectuele, bloedfanatieke, mannen, die voor zijn gevoel van een andere planeet kwamen, maar hem innig omarmden. Nieuwe signalen, nieuwe impulsen, Benali slurpte ze gulzig op. „Want in mijn wereld was niemand bloedfanatiek; daar was iedereen moe, van het harde werken. En in mijn wereld studeerde ook niemand. Ik zou de eerste zijn.”

Tweede natuur

Hardlopen werd zijn tweede natuur. Meer, meer; verder, verder. En hij ging erover schrijven. Over de marathon, minutieus beschreven, in Marathonloper. En hij trainde een maand in Ifrane, nabij Fez, waar het atletiekcentrum van de Marokkaanse bond is gevestigd – met Zandloper als literair resultaat. Hij rende op de baan, een zandveldje, meer was het niet, waar olympisch kampioen Hicham El Guerrouj een officieus wereldrecord op de 1.500 meter had gelopen. „En daar wordt nog met mythisch respect over gesproken.”

De marathon lonkte. De kennismaking was niet gepland, in Boedapest, waar Benali als gastschrijver verbleef en onvoorbereid door een loopmaatje werd getriggerd. Spontaan schreef hij zich in. Zij: ‘Abdelkader, je bent gek.’ Hij: ‘Ik zie wel waar het eindigt.’ Benali: „Maar het ging fantastisch. Ik liep 3.02,00 uur. Ik was blij en trots.”

De marathon confronteerde hem later met schema’s. Omdat hij steeds sneller wilde. Hij onderwierp zich ter voorbereiding op de marathon van Amsterdam in 2011 aan zo’n regiem. Vond-ie eigenlijk wel lekker. „Het schema wordt je horizon. Ik ademde volgens schema, ik at volgens schema en ik ging naar het toilet volgens schema. Het schema neemt alle onrust weg. Zolang je je maar concentreert op het schema komt alles goed.”

Stond ik half psychotisch aan de start van een marathon. Terwijl de truc is helemaal leeg aan de start te komen.

Het kwam goed: 2.43,27 uur, een toptijd voor een recreant. Benali genoot van de endorfine die zo na de 30ste kilometer bezit van hem nam. „Ik kwam in een flow, zo van: niemand kan mij nog passeren. Gebeurde ook niet. Ik ervoer de opluchting van een winnaar. Zo van: ik heers. Dat mijn lichaam tot meer in staat was dan ik dacht, was een krachtig gevoel.”

Maar een marathonloper kan ook doorslaan, zijn geest en lichaam tormenteren, weet hij. De loper kende een fase waarin hij alles uitploos over verzorging. Gebiologeerd door drankjes, voeding, door werkelijk alles. Met stress als contraproductief resultaat. „Stond ik half psychotisch aan de start van een marathon. Terwijl de truc is helemaal leeg aan de start te komen, zonder ideeën, zonder doel. Weg met die opdrachten, je moet in een soort leegte komen, een soort zen. Verwachtingen maken veel kapot. De beste loper is de loper die zijn vrijheid claimt.”

Foto Bram Petraeus

Een pijnlijk leerproces, evenals de fase waarin Benali afstand nam van hardlopen. Dat was in zijn Leidse studententijd. Het klassieke studentenleven, besprenkeld met spiritualiën in combinatie met jolijt, bracht hem in geestelijk verval. Ziektes, depressiviteit en slapeloosheid teisterden zijn leven. Tot hij in een wakkere nacht, instinctief, zijn afkeer van de ochtend bruuskeerde en om vier uur, na lange tijd, de hardloopschoenen aantrok. Een wedergeboorte. „Met niemand op straat liep ik de ochtend tegemoet. Daar vond ik de liefde voor het hardlopen terug. En mijn gezondheid.”

Sindsdien is hardlopen weer het ijkpunt in zijn drukke bestaan. Tussen de aandacht voor vrouw en dochter en zijn theatertour met harpiste Lavinia Meijer poogt hij twee keer per week te rennen. Want hardlopen is voor hem gereguleerd escapisme. „Het leven is complex. Even niks, héérlijk. Een fantastische manier om aan mijn relatie te ontkomen. Door hard te lopen zeg je even: dáááág. Al die lijntjes waarmee je vastzit aan de werkelijkheid snijd je even door. Waarna de thuiskomst extra prettig is.”

Ontdekkingsreis

Hardlopen is voor Benali ook een ontdekkingsreis. In het buitenland een manier die nieuwe wereld te ontdekken. Zijn routine: bij aankomst op Google Maps een park zoeken. Waarna hij in Sheffield op een begraafplaats belandde en noodgedwongen daar zijn rondjes liep. Hardlopen is voor Benali de manier een nieuwe stad naar zich toe te trekken. En dan neemt hij voor lief dat in het Uhuru Park van Nairobi maraboes hem met peilloze verbazing aankijken en daklozen verstoord hun slaperige hoofd heffen met een blik van: wat is dat voor een gek?

Een gek op schoenen. Gesponsorde schoenen nog wel. Het resultaat van een eerder interview gelardeerd met een foto waarop hij zijn Brooks-schoenen strikte. Kreeg-ie een belletje van de sportfirma. Of Benali een gratis paar wilde hebben? Sedertdien heeft hij een stille overeenkomst en ontvangt de amateurloper jaarlijks een doos met hardloopspullen.

Mensen zeggen wel eens: ik wil gaan hardlopen, maar vind het zo lastig. Dat geldt voor iedereen.

Maar versleten schoenen weggooien? Zelden. Schoenen met een herinnering bewaart hij zeker. Zoals die van de marathon in Amsterdam. Die waren ook speciaal vanwege de talisman die hij aan een schoen had gespeld. Het boze oog, om het onheil op afstand te houden. Die schoen en vele andere liggen op zolder, zorgvuldig opgeborgen in dozen. „Ik kijk er nooit naar, maar ik weet dat ik emotioneel word als ik die dozen bij een eventuele verhuizing openmaak. Zo’n aandenken doe je niet weg.”

Voor Benali is hardlopen een traject zonder finish, dat hij hartstochtelijk aflegt. Zo zijn hardlopers: altijd gemotiveerd. „Dat je alleen al de deur uitgaat is zo’n bewijs van motivatie. Mensen zeggen wel eens: ik wil gaan hardlopen, maar vind het zo lastig. Dat geldt voor iedereen. De moeilijkste kilometer is de eerste kilometer. Van de bank afkomen is moeilijk, voor ons allemaal. Daarna is alles makkelijk. Als je echt wilt hardlopen, ben je al bezig om hardloper te worden.”