Gezag Nationale Politie in gevaar

Evaluatie centralisering politie

Vier jaar na de invoering van één landelijk politiekorps is de conclusie: deze centralisering is geen succes. En dat heeft gevolgen.

Agenten lopen mee tijdens de Vlaggenparade op de Waalbrug.Foto Piroschka van de Wouw / ANP.

Is de Nationale Politie mislukt? Zó ver wil de commissie-Kuijken die de invoering onderzocht niet gaan in haar donderdag gepresenteerde rapport. Maar er is wel erg veel misgegaan, blijkt uit de conclusies: steeds meer agenten zijn ziek, de eerste nationale korpschef moest onder druk aftreden, en de invoering van een gecentraliseerde landelijke politieorganisatie is ook na bijna drie jaar vertraging nog niet af.

Cruciale doelen van de centralisering van de politie zijn niet gerealiseerd. Integendeel: zo is de politie niet efficiënter geworden of doelen zijn niet meetbaar. Bovendien zijn op ingrijpende punten vanaf het begin verkeerde keuzes gemaakt. De grootste fout, concludeert de door het ministerie ingestelde evaluatiecommissie na vier jaar onderzoek: de minister heeft een te machtige positie binnen de politie gekregen.

Lees ook: Het interview met Wim Kuijken: ‘Burgemeesters en het OM moeten de handschoen oppakken’

Minder macht minister

Kortom, het lijkt toch wel erg op een mislukking, die Nationale Politie. De omvorming van 26 politiekorpsen tot één Nationale Politie in 2013 was de grootste centralisatie van de afgelopen jaren, bedacht door het kabinet-Rutte I (VVD, CDA, met steun van PVV) en uitgevoerd door Rutte II (VVD, PvdA) onder leiding van minister Ivo Opstelten (VVD) en twee kortstondige VVD-opvolgers. Ex-topambtenaar Wim Kuijken, die de evaluatie leidde, stelt de net aangetreden minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus (CDA) nu voor een nieuwe vraag: wat moet er gebeuren om de landelijke politie-organisatie bijna vijf jaar na haar oprichting nog tot een succes te maken?

Belangrijkste aanbeveling aan Grapperhaus: zijn eigen macht moet kleiner, en die van de korpschef en burgemeesters juist weer groter. Dat is niet alleen een interessante opdracht aan een minister die net aangetreden is en nog moet laten zien wat hij waard is. Er schuilt en passant ook een hard oordeel in over wat er de afgelopen jaren gebeurde: tot nu toe kreeg de eerste nationale korpschef, wijlen Gerard Bouman, de schuld van de invoeringsproblemen. Vorig jaar trad hij terug. Nu zegt de commissie-Kuijken: niet de korpschef is het probleem, maar de minister.

Lees ook het advies: ‘Geef minister minder te zeggen over politie’

Hoe komt dat? Volgens de commissie heeft de minister „te veel rollen” gekregen. Daarom wordt de Nationale Politie nu te „centralistisch” geleid. De minister is toezichthouder én opdrachtgever van de politie, schrijft én ondertekent de begrotingen van het korps. Daardoor is er te weinig ruimte voor lokale prioriteiten.

Want hoeveel agenten een lokale burgemeester – die het gezag over de agenten in zijn gemeente heeft – mag inzetten en waar; daarover beslist niet de burgemeester maar de minister.

In juni schreven de commissarissen van de koning in een brandbrief dat het platteland „politieloos” dreigt te worden, waardoor criminelen vrij spel krijgen. De commissie ziet een toename van lokale handhavers en particuliere beveiligers die niet onder de politie vallen. Zo proberen lokale overheden het gat te vullen dat de politie laat vallen.

Kuijken waarschuwt in NRC dat de politie een serieus gezagsprobleem dreigt te krijgen: „De politie moet er de regie over voeren. Anders krijg je straks weer allerlei lokale korpsen, met een eigen uniform.”

    • Mark Lievisse Adriaanse