Jeanine Lemmens: „Ik zit niet achterover in mijn stoel te wachten tot een rechter een keer wat zegt.”

Foto David van Dam

‘Ga er maar van uit dat kinderopvang duurder wordt’

Jeanine Lemmens

Kinderopvangbedrijf Smallsteps wil het ‘flitsfaillissement’ waar het bekend van is graag achter zich laten. Daar is nog wel een uitspraak van de rechter voor nodig. „Laten we in godsnaam hopen dat er duidelijkheid komt.”

Jeanine Lemmens heeft ‘Bianca’ nog vers in het geheugen zitten, ook al gaan haar twee dochters allang niet meer naar de kinderopvang. Bianca was hun leidster. Dat zij nog steeds niet vergeten is, „zegt iets over de band tussen ouders en leidsters”.

Dus nee: het stoort haar niet dat kinderopvangorganisatie Smallsteps, waarvan Lemmens bestuursvoorzitter is, vooral bekend is van de rechtszaak die tegen het bedrijf loopt. Vakbond FNV begon die zaak namens de duizend werknemers die drie jaar geleden tijdens een omstreden flitsfaillissement hun baan verloren.

En nee, ze denkt niet dat veel ouders hun kinderen daarna van de crèches en buitenschoolse opvang van Smallsteps hebben afgehaald. Want ouders zijn toch echt meer bezig met de zorg voor hun kinderen dan met het bedrijf dat daar achter zit.

Ze heeft, sinds haar aantreden anderhalf jaar geleden, nog geen interviews gegeven („ik had geen zin om mij te verdedigen”). Maar nu wil ze de 2.600 werknemers die het faillissement en de doorstart direct daarna wél „overleefd hebben” een gezicht geven. Want ook voor de achterblijvers waren de gebeurtenissen in de zomer van 2014 „heel, heel traumatisch”.

Ze werd argwanend ontvangen als nieuwe bestuursvoorzitter. Werknemers vroegen: „Hoe lang blijf jíj?” Maar Lemmens is van plan om te blijven, ze is voor deze baan „nota bene” naar Nederland verhuisd vanuit het Verenigd Koninkrijk. Daar was ze de baas van de Britse tak van Weight Watchers, het Amerikaanse dieetbedrijf.

Op haar nieuwe werkplek zaten de krantenkoppen over ‘willekeurige ontslagen’ en bestuurders die zichzelf ondanks alles bonussen uitkeerden nog vers in het geheugen. Lemmens liet de stemming onder het personeel peilen. „We zaten onder de 5,5. Dat viel me eigenlijk nog mee. Nu zit dat cijfer ver boven de 7. Vergelijkbaar met de rest van de branche.”

Smallsteps is volgens Lemmens (47) „uit de as herrezen”. Na jarenlange crisis in de kinderopvangsector, stijgen de cijfers weer. Volgens het CBS keerde de Belastingdienst in 2016 voor 823.000 kinderen kinderopvangtoeslag uit, een jaar eerder waren dat er nog 764.000.

Smallsteps is klaar om te groeien, zegt Lemmens. Maandag maakt het bedrijf een overname bekend van het Rotterdamse kinderopvangbedrijf Zus en Zo, met 30 vestigingen. Daarmee komt Smallsteps op 245 en vangt het 25.000 kinderen op. Het is de op één na grootste kinderopvangorganisatie van Nederland.

Voor alle ontslagen werknemers zal het wel wrang zijn dat Smallsteps weer uitbreidt.

„Ja. Maar sommigen van hen solliciteren nu ook bij ons. Enkele tientallen mensen die tijdens het faillissement ontslagen zijn, werken hier nu weer.”

Op zaterdag 5 juli 2014 ging Estro, de grootste kinderopvangorganisatie van Nederland, failliet. Nog dezelfde dag kwam er een doorstart: de Britse investeerder HIG Capital, een van de oude eigenaren, zette een deel van het bedrijf voort onder de naam Smallsteps. Van de 3.600 ontslagen werknemers werden er 2.600 weer in dienst genomen. Zo’n flitsfaillissement, een ‘pre-pack’, is omstreden. Vakbond FNV en vier ontslagen oud-werknemers begonnen een rechtszaak, omdat zij vinden dat het faillissement is misbruikt om van personeel af te komen. Ze willen dat de ontslagen werknemers die werkten bij vestigingen die een doorstart hebben gemaakt (zo’n zeshonderd mensen), hun baan terugkrijgen en financieel gecompenseerd worden.

Lees over het flitsfaillissement ook: Wij zijn even een paar uur failliet

De kantonrechter heeft advies gevraagd bij het Europees Hof van Justitie. Dat bepaalde dat werknemers in een pre-pack niet zomaar ontslagen mogen worden, zoals in een gewoon faillissement – een overwinning voor de FNV dus. De Nederlandse rechter doet waarschijnlijk begin volgend jaar uitspraak. Lemmens is „optimistisch dat er een oplossing komt die recht doet aan de situatie”.

Wat is volgens u de oplossing?

„De rechter moet een afweging maken. Je betreurt natuurlijk dat je uiteindelijk niet al die werknemers hebt kunnen overnemen. Je weet ook dat het niet kon en ook niet kan. Op dat smalle pad moet je naar een oplossing zoeken. Of dat dan een stuk genoegdoening is, dat weet ik niet.”

Dat laat u over aan de rechter?

„Onder andere, ja. Maar ik zit niet achterover in mijn stoel te wachten tot een rechter een keer wat zegt. Je probeert toch te kijken wat je kunt doen. Maar ondanks het feit dat men best wel beseft dat we allemáál een beetje aan zet zijn, is dat niet een hele gemakkelijke opgave.”

Als Smallsteps verliest en miljoenen moet betalen, dan zijn de gevolgen voor het bedrijf desastreus.

„Daar doel ik natuurlijk op, maar ik ga daar niet van uit. We kunnen dit niet uitgummen, het is gebeurd. Ik verdedig mijn werknemers. Wat ik niet verdedig, waar ik niet eens een mening over heb, is de pre-pack. Het lijkt alsof ik vóór die pre-pack ben, omdat ik me verdedig voor de rechter, maar maak die vergissing niet. Laten we in godsnaam hopen dat dit hele ding leidt tot duidelijkheid over pre-packzaken.”

Hoe kunt u het flitsfaillissement verdedigen terwijl u er geen mening over heeft?

„Ik denk dat alle stakeholders in dit verhaal mij inmiddels prima kennen en weten hoe ik hierin sta. Dat is wat ik erover te zeggen heb.”

Estro ging mede failliet door de hoge schuldenlast. Wat vindt u ervan dat een buitenlandse investeerder zoveel invloed heeft op een organisatie met een maatschappelijke taak?

„Ja, nou, het doet er niet zo toe wat ik ervan vind. We hebben in Nederland besloten dat kinderopvang onder de marktwerking valt. De verdeling is ongeveer fiftyfifty tussen commerciële kinderopvang en kinderopvang die in handen is van stichtingen. We hanteren allemaal dezelfde wet, de tarieven worden vastgesteld door de overheid, de lonen liggen vast in de CAO. Het speelveld is dus voor iedereen hetzelfde.”

Rekent u erop dat eigenaar HIG Smallsteps snel verkoopt, nu het weer beter gaat?

„Ik denk dat we realistisch moeten zijn: het model van HIG is bedrijven in moeilijkheden weer op de rit krijgen. Het is dus niet gek als ze nadenken over een verkoop. Ik vind het voor Smallsteps belangrijk om dan een goede strategische partner te vinden. Of dat nou een pensioenfonds is, of een grote kinderopvangorganisatie: als ze die maatschappelijke snaar nog wat beter raken dan een private-equitybedrijf, zien we daar wel de voordelen van in.”

Hoe is uw relatie met HIG? Ze zijn vast niet blij met de rechtszaak.

„We hebben ze meegenomen in onze visie dat je dit soort dingen beter op de Nederlandse manier kunt aanvliegen dan op de Angelsaksische manier – hard erin met advocaten. Ik vind ze coöperatief. Ze hebben er ook belang bij, ook zij zitten vast. Wij hadden de overname vanuit ons moederbedrijf Kids Foundation niet kunnen doen zonder hen. HIG heeft die volledig gefinancierd.”

Helpt uw ervaring met de Angelsaksische werkwijze, als voormalig directeur van de Britse Weight Watchers?

„Ik denk het wel, je overbrugt zo makkelijker de verschillen. Ik heb begrip voor de positie van de vakbonden hier. Die is toch anders in andere landen. Ik moest ze uitleggen dat ze daar niet zo bang voor hoeven zijn. Wij hebben werknemers en werkgevers die over het algemeen proberen om bruggen te slaan. Ze zijn bij HIG slim genoeg om dat te bevatten, dus ik ben niet eens zo ongelukkig met onze aandeelhouder. Maar ik zie de eigenaar van een bedrijf als een passant, en de ene passant past beter bij ons dan de andere.”

De rust keert, na jaren van crisis en fluctuerende overheidssubsidies, nog niet terug in de kinderopvangbranche. Vanaf 1 januari treedt er nieuwe regelgeving in werking, die de kwaliteit moet verhogen. Zo moet bijvoorbeeld elk kind een mentor krijgen, moet er altijd iemand aanwezig zijn met een kinder-EHBO-diploma en worden er eisen gesteld aan het taalniveau van de werknemers. Nul-jarigen mogen nog maximaal twee vaste pedagogisch medewerkers hebben, van wie er minimaal één aanwezig moet zijn als het kind op de crèche is. Ook moeten zij aanvullend geschoold worden om met baby’s te mogen werken. Per 1 januari 2019 geldt bovendien het principe van één leidster per drie baby’s, nu is dat nog vier baby’s.

Die maatregelen zijn nodig, vindt Lemmens. „Mensen brengen hun kostbaarste bezit hiernaartoe. Maar we maken ons wel zorgen over de betaalbaarheid ervan.” De kinderopvang is een branche, zegt ze, waarin nieuwe maatregelen zelden wetenschappelijk onderbouwd worden. „Ik ken bijvoorbeeld geen onderzoek waaruit blijkt dat het hebben van twee vaste gezichten écht van invloed is op het wel en wee van een nul-jarige.”

U voorspelt dus dat de kinderopvang weer duurder wordt?

„Wat denk je zelf als je deze maatregelen hoort? De schattingen over de extra kosten variëren nogal, maar ga er maar vanuit dat het tussen de 5 en 12 procent ligt. Sinds een paar jaar is er een mooie balans waarin de overheid, de werkgever en de ouders elk een derde van de opvangkosten betalen. De nieuwe rekening zal hetzelfde stramien hebben.”

In het verleden is gebleken dat ouders hun kinderen van de crèche halen als de kosten stijgen.

„Ik hoop niet dat dat gaat gebeuren. Na alles wat de kinderopvang heeft doorgemaakt… De kinderopvang is zeer toe aan een stabiel beleid, een stabiel vooruitzicht. Er zijn wel zorgen dat ouders gaan denken: nu wordt het me te duur.”