Eigen baas op je vijftigste

Ondernemen

Vijftigers Anne Raaymakers en Carin Wormsbecher begonnen laat met ondernemen. Die kans zouden meer vrouwen moeten pakken. „Te oud ben je nooit.”

Anne Raaymakers (56) begon acht jaar geleden een eigen online marketingbedrijf. Foto Remco Koers

Je moet het maar durven: op je 48ste je goedlopende psychotherapiepraktijk stopzetten om iets compleet nieuws te beginnen in een sector die je nauwelijks kent. En dat terwijl je ook een alleenstaande moeder bent van drie kinderen.

Anne Raaymakers (56) moet in elk geval flink wat lef hebben gehad toen zij acht jaar geleden dit besluit nam. Het pakte goed uit, want ondertussen draait haar online marketingbedrijf Fanfactor jaarlijks tonnen omzet. Raaymakers werkt 30 uur per week, gaat veel op reis én huurt ieder jaar een huis met zwembad waar de hele familie, inclusief haar vier kleinkinderen vakantie komt vieren.

„Ik ontmoet regelmatig vrouwen met eenzelfde ondernemersdroom, die de moed dreigen te verliezen”, vertelt Raaymakers. „Ze denken dat het er vanwege hun leeftijd niet meer inzit. Aan hen wil ik laten zien dat het wél kan. Te oud ben je nooit, het gaat hooguit wat trager.”

Vrouwen die zich jaren in dienst hebben gesteld van hun gezin, geliefde of werkgever en dan ineens denken: nu is het klaar, nu ik ben aan de beurt

Steeds meer vrouwen gaan ondernemen, blijkt uit onderzoek van het CBS. In 2016 was voor het eerst zelfs de meerderheid van de parttime starters vrouw. Opvallend is dat ook het aantal ondernemende 55-plussers toeneemt. Volgens het CBS komt dat onder meer omdat mensen langer actief blijven en de pensioengerechtigde leeftijd wordt verhoogd. Het is niet duidelijk of in die laatste categorie ook vooral vrouwen zitten die een onderneming starten. Maar volgens bedrijfskundige en loopbaancoach voor vrouwen Vreneli Stadelmaier (55) is het „echt een ding” – vrouwen van 45-plus die dromen over een nieuwe stap, zoals een eigen bedrijf. „Ik kom ze steeds vaker tegen. Vrouwen die zich jaren in dienst hebben gesteld van hun gezin, geliefde of werkgever en dan ineens denken: nu is het klaar, nu ik ben aan de beurt.” Stadelmaier runt zelf al tien jaar haar eigen coachingsbedrijf SheConsult.

Hoe verklaart ze dit omslagpunt? „Er speelt van alles mee: van het legenestsyndroom tot overgangsklachten waardoor de behoeftes van vrouwen kunnen veranderen.” Tegelijkertijd denken deze vrouwen volgens Stadelmaier vaak dat het ze niet zal lukken. Want hoe doe je dat eigenlijk, een bedrijf starten? En wie zit er op te wachten?

Het zijn vragen die Raaymakers ook vaak krijgt van andere vrouwen. Haar belangrijkste advies: onderzoek eerst of jouw droomplan wel klanten oplevert. Zelf werkte ze jarenlang als therapeut terwijl dat werk niet echt bij haar paste, vertelt ze. „Problemen van cliënten nam ik vaak mee naar huis. Ik werd er doodongelukkig van.” Omdat Raaymakers meer mensen tegelijk wilde helpen, startte ze met bedrijfsworkshops voor mensen met presentatieangst. Die sloegen aan, en dus besloot ze te onderzoeken over welke onderwerpen ze nog meer workshops zou kunnen geven.

‘Als zij het kan, kan ik het ook’

Omdat ze haar klanten in die periode meestal via sites als LinkedIn vond, vroegen mensen steeds vaker of ze eens wilde uitleggen hoe haar dat lukte. Dat is hoe ze terecht kwam in de online wereld. „In 2010 organiseerde ik m’n eerste evenement over sociale media. Dat was meteen een succes. Veel ondernemers hadden geen idee hoe je sociale media kon gebruiken om klanten te werven, dus dat bleek een gat in de markt.”

Saillant detail: Raaymakers is niet opgegroeid met computers. Sterker nog: ze wist zelf praktisch niets van het internet toen ze begon. „Ik stortte me er helemaal in, wilde alles weten.” Nog steeds organiseert ze vier keer per jaar een evenement, waarop ze zelf de enige spreker is. De 180 kaartjes raken elke keer uitverkocht. Haar leeftijd bleek juist een pré, constateerde Raaymakers. „Veel klanten, veertig plussers vooral, herkennen zich in mij en denken: als zij het kan, kan ik het ook!”

Carin Wormsbecher (58) nam na het overlijden van haar man de leiding van een drukkerij op zich. Foto Remco Koers

Het ondernemersverhaal van Carin Wormsbecher (58) begon anders. Haar functie als directeur-eigenaar van Wedding, een drukkerij in Harderwijk, zou tijdelijk zijn. Hooguit twee jaar – totdat ze iemand anders had gevonden die wél verstand van ondernemen had. Wormsbecher is begin veertig als haar echtgenoot onverwachts een hersenbloeding krijgt, en overlijdt. „De dagen na Gerards dood werd ik bevangen door een bijna verstikkend gevoel van machteloosheid”, vertelt Wormsbecher. „Hij overleed in mijn bijzijn, maar ik kon hem niet redden.” Dat gevoel verdwijnt als collega’s vragen hoe het nu verder moet met de drukkerij waar Gerard de dagelijkse leiding over had. „Ik wilde Wedding niet óók nog verliezen. Ik had geen keuze: ik moest het gaan doen.”

Maar wat doe je als je opeens een bedrijf met veertien medewerkers (allen hoofdkostwinners) moet leiden, terwijl je zoiets nog nooit hebt gedaan? Wormsbecher deed het als volgt: ze riep iedereen bij elkaar en deelde openhartig haar zorgen. Zij zou er alles aan doen om de drukkerij te laten voortbestaan, maar niet zonder hun hulp. „Wat wist ik van papier snijden of ingewikkelde calculaties? Iedereen pakte op wat nodig was en iedereen ondersteunde elkaar. Ze voelden zich samen verantwoordelijk.”

Met die openheid heeft Wormsbecher de drukkerij waarschijnlijk gered. Want nu, bijna twintig jaar later, staat zij nog steeds aan het roer en gaat het zelfs beter dan ooit. „De eerste twee jaar zocht ik iemand om in Gerards stoel te gaan zitten. Het leek niet aan de orde dat ik dat zelf zou worden. Maar zonder dat ik het in gaten had, groeide ik in die leidersrol.”

Impostor syndrome

In haar boek F*ck die onzekerheid, dat in 2014 uitkwam, schrijft loopbaancoach Stadelmaier dat vrouwen vaak last hebben van het impostor syndrome, oftewel de angst om door de mand te vallen. Hun succes wijten ze aan externe factoren en ze betwijfelen vaak of ze eigenlijk wel echt zo succesvol zijn. Het is Raaymakers en Wormsbecher ogenschijnlijk goed gelukt om met dit soort angsten om te gaan, wat heeft hen daarbij geholpen?

Raaymakers: „Toen de kinderen oud genoeg waren, ben ik weer gaan studeren. Dat was altijd een punt van onzekerheid, omdat ik daarvoor alleen de mavo had gedaan. Word maar verpleegster, dan verdien je meteen geld, zei mijn moeder. Ze had nog vijf kinderen, dus kon het extra inkomen goed gebruiken.” Toen Raaymakers na haar veertigste eindelijk de kans kreeg te studeren, is ze daar nooit meer mee gestopt. „Dat heeft me meer zelfvertrouwen gegeven.”

Ik had altijd een diepgeworteld idee dat ik niet zo slim was

Ook voor Wormsbecher vormde studie een drempel. Als kind kwam ze niet gemakkelijk mee op school en het duurde lang voordat ze het idee dat je alleen maar intelligent kon zijn als je had gestudeerd los kon laten. „Mijn zus was altijd zes keer sneller klaar met alles en haalde veel hogere cijfers. Ik had altijd een diepgeworteld idee dat ik niet zo slim was.” Haar succes met de drukkerij heeft dat gevoel veranderd. „Ik heb hier nooit zelf voor gekozen, maar het is mijn droombaan. Door dicht bij mezelf te blijven is het altijd goed gegaan. Sinds 1 januari werk ik samen met een zakelijk partner die bij alle grote uitgevers in Nederland heeft gewerkt én heeft gestudeerd. Maar daar voel ik me totaal niet onzeker over.”

Manwijf

Ook Wormsbecher ziet vrouwelijke leeftijdsgenoten worstelen. Ze willen bijvoorbeeld een bedrijf starten, maar denken dat het offer te groot is. „Een veelgehoord misverstand is dat je als ondernemer minstens 60 uur per week moet werken”, zegt Wormsbecher. Ze noemt dat een „typisch mannelijke manier van ondernemen”. „Mijn man deed dat ook, maar was vaak erg inefficiënt. Dan zat hij een middag te bomen met een papierleverancier, en ging het ook veel over andere dingen. Dat kan veel slimmer. Een kwestie van prioriteiten stellen.”

Zijn er wel genoeg vrouwelijke rolmodellen? „De bekende succesvolle vrouwen in Nederland zijn niet de vrouwen in wie ik mij herken”, zegt Raaymakers. „Ik ben geen harde zakenvrouw, maar juist zachtaardig, geduldig en gezellig.” Raaymakers zocht daarom andere rolmodellen via internet. Ze kwam uit bij vrouwen in Amerika en Canada en haar allergrootste rolmodel: Oprah Winfrey. „Zij is zakelijk, maar tegelijk ambitieus en warm.”

Stadelmaier hoort vaak van vrouwen die zij begeleidt dat ze ‘geen manwijf’ willen worden. Tegelijkertijd geldt volgens haar: als je weigert mee te spelen, krijg je ook de bal niet. „Denk aan het vrouwenvoetbal. Het is hetzelfde spel met dezelfde regels, maar het is tóch heel vrouwelijk voetbal. Dat is ontstaan doordat veel vrouwen er samen in geloofden.”

Vier tips voor ondernemen op latere leeftijd

  1. Je bent nooit te oud

    Carin Wormsbecher: „Als je jong bent en een bedrijf start, ben je flexibeler. Maar als veertiger heb je meer mensenkennis en ken je jezelf beter. Als je verlangen groot genoeg is, red je het altijd, ongeacht je leeftijd.” Ga niet schipperen, adviseert ze. „Zet alles in op één doel. Die drive heb je nodig om het voor elkaar te krijgen.”

  2. Vind je ‘sweet spot’

    „Zoek het punt tussen dat wat jij het liefste doet én dat wat je klanten graag willen”, zegt Anne Raaymakers. „De sweet spot noem ik dat. Stel dat jij er al jaren van droomt om gidsreizen te organiseren. Bekijk dan eerst of daar wel écht vraag naar is. Toen ik stopte met mijn psychotherapiepraktijk wist ik alleen dat ik ‘iets met online’ wilde. Vervolgens ben ik gaan onderzoeken waar behoefte aan was.”

  3. Verzamel mensen om je heen die in je geloven

    Carin Wormsbecher: „Mijn vrienden en familie hebben mij altijd gesteund. Zij waren veel positiever over mijn kwaliteiten dan ik. Op een belangrijk moment zei mijn zus: jij gaat potverdorie niet achter de geraniums verdwijnen, je gaat het gewoon doen! Dat gaf zelfvertrouwen en dat heb je nodig, zeker als je aan iets nieuws begint. Zoek desnoods een coach die je kan stimuleren op momenten dat je aan jezelf twijfelt.”

  4. Leer van je rolmodellen

    Anne Raaymakers: „Toen ik met mijn bedrijf begon, ben ik op zoek gegaan naar vrouwen van wie ik kon leren. In Nederland vond ik die niet. Succesvolle ondernemers zijn er wel, maar ik herkende me niet in hen. Door verder te googelen vond ik vrouwen in Amerika en Canada die me inspireerden.” Ze ging actief naar hen toe.

    „Ik volgde hun cursussen en bezocht evenementen. Dat heeft me veel zelfvertrouwen opgeleverd.”