Opinie

Een broodje paling is als een broodje panda: dat eet je niet

De paling sterft uit terwijl we kissebissen over beperking van de vangst. Bescherming en herstel blijft onbesproken, schrijft Rob van Westrienen.

Een vissersboot met paling legt aan op de visafslag van Harderwijk Foto: ANP / Bart Maat

Begin december behandelt de Visserijraad een voorstel om de vangst op paling in de Europese kustwateren niet langer toe te staan. Het voorstel vormt een merkwaardig contrast met het besluit dat er vanaf 1 december 2017 weer palingfuiken gezet mogen worden in het Natura 2000-gebied Volkerak: zulke gebieden zijn beschermd vanwege de Vogel- en of Habitatrichtlijn. Het toestaan van vangst in beschermde natuurgebieden is een kortetermijnstrategie die vooral weerstand oproept en bovendien zorgt voor juridische strijd en andere vormen van energieverlies. Dat kunnen we ons niet veroorloven want we hebben juist alle energie nodig om deze schitterende vis voor de toekomst te behouden.

Het volwassen palingbestand is de afgelopen vijftig jaar met 95 procent gedaald en de intrek van glasaal – de jonge paling – is minder dan drie procent van wat het in de jaren tachtig van de vorige eeuw was. Op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten staat de paling in de categorie ‘met uitsterven bedreigd’ wat betekent dat het voortbestaan van de populatie er slechter voor staat dan een soort als de reuzenpanda. Paling eten kan echt niet: een broodje panda doen we tenslotte ook niet.

Het palingbestand is de afgelopen vijftig jaar met 95 procent gedaald

De kust- en deltawateren, zoals het Volkerak, vormen de laatste bolwerken waar paling tegenwoordig nog in noemenswaardige aantallen voorkomt. De roep om nu ook in dit soort beschermde Natura 2000-gebieden fuiken te gaan zetten, laat zien dat het met het zelfregulerend vermogen van de sector niet best gesteld is. In plaats van verduurzaming, investeert de visserij in uitbreiding en behoud van mogelijkheden om aal te vangen en in pr die consumenten moet doen geloven dat er zoiets bestaat als ‘duurzame paling’. Dat dat niet het geval is bewijst ook de reclamecodecommissie, die in haar uitspraak in 2011 al oordeelde dat er sprake is van misleiding vanuit de visserijsector.

Juridische touwtrekkerij

Maar die misleiding is goed beschouwd klein bier in vergelijking met de toestand waarin de paling zich bevindt. Want hoeveel juridische touwtrekkerij je er ook tegenaan gooit, wie naar de cijfers kijkt ziet dat er een achterhoedegevecht geleverd wordt. Een verbod alleen is niet genoeg en daarom moeten we de discussie van het juridische strijdtoneel zien te verplaatsen naar het gezamenlijk investeren in onderzoek en bescherming. Er is heel wat nodig om onze delta zodanig te herstellen dat trekvissen zoals de paling zich er weer thuis voelen.

Na de Europese richtlijn (2007) en het Nederlandse aalbeheerplan (2009) moeten de maatregelen van het papier af komen en zorgen dat de natuurlijke dynamiek in onze delta weer hersteld wordt. Het zou goed zijn als minister Schouten bij de aankomende Visserijraad niet alleen het vangstverbod steunt maar ook werk maakt van een effectief herstelprogramma voor de paling in eigen land.