Opinie

De aanval op het liberale denken komt van binnenuit

Wees niet naïef, betoogt Het illiberale denken wint terrein binnen Europa. Tijd voor een tegenoffensief.

Illustratie Hajo

MH17 is slechts een stok om Rusland mee te slaan. Het bewijs is „allemaal politiek” en het is „naïef” om te denken dat het Nederlandse Openbaar Ministerie onafhankelijk is. Dit zijn geen teksten op een of ander obscuur internetforum. Het stond zaterdag in NRC, opgetekend uit de mond van ‘Kremlin-ideoloog’ Aleksandr Doegin. Tel daar zijn lange flirt met het fascisme bij op en het maakt het (terecht) makkelijk hem af te doen als gek, of de zoveelste complotdenker.

Toch zou dat onverstandig zijn. Doegins opmerkingen zijn onderdeel van een bredere filosofie. Een aanval op het liberale denken, het idee van waarheid, individualisme en de liberale wereldorde. Daar stelt Doegin waarheidsrelativisme, traditionalisme en een multipolaire wereldorde tegenover. Een radicale afwijzing van de liberale politieke theorie en onze democratische rechtsstaat die daarvan een uitdrukking is.

Het is natuurlijk al verontrustend dat iemand als Doegin een luisterend oor lijkt te vinden bij Poetin. Daarbij lijkt Doegin bovendien een zekere aantrekkingskracht uit te oefenen op radicaal- en extreemrechts in Europa. Zo verscheen zijn boek De vierde politieke theorie in 2012 in een Engelse vertaling met een voorwoord van Alain Soral, een voor antisemitisme veroordeelde Franse schrijver en in 2007 campagnemedewerker van Front National.

Belangrijker nog is de bredere aanval op het democratisch-rechtsstatelijke denken. Daarvan is Doegins troebele denken een extreme exponent, maar hij staat geenszins alleen. Ook in Europa krijgen illiberale ideeën voet aan de grond. Het zijn andere varianten, die we niet een-op-een gelijk moeten stellen met de reactionaire opvattingen van Doegin, maar ze delen diens afwijzing van de liberale democratie.

Lees hier het interview met Aleksandr Doegin: ‘De steun voor Trump was symbolisch’.

In juli 2014 sprak de Hongaarse premier Viktor Orbán zijn beruchte ‘illiberale staat’-toespraak uit op een zomerkamp voor studenten. Zijn partij Fidesz had toen net de verkiezingen gewonnen en haar tweederde meerderheid in het Hongaarse parlement weten te handhaven. Orbán hield zijn gehoor voor dat de liberale democratie haar langste tijd heeft gehad. Liberale staten kunnen op het toekomstige wereldtoneel niet meer mee. Hij wees expliciet naar Rusland en Turkije als voorbeelden van succesvolle niet-liberale staten. Ook Hongarije moest een illiberale staat worden, gebouwd op een “speciale, nationale benadering”. De Hongaarse natie is „niet zomaar een groep individuen”, maar een „gemeenschap die georganiseerd moet worden”.

Zijn verzet tegen het liberale denken is een constante. De West-Europese EU-lidstaten zijn volgens Orbán bijvoorbeeld de facto immigrantenlanden geworden vanwege hun liberale karakter, met alle gevolgen van dien: terrorisme en onveiligheid. Hongarije baseert zich daarentegen op „soevereiniteit en de christelijke sociale leer”. Met de verkiezingen van voorjaar 2018 in het vooruitzicht wordt Orbáns retoriek venijniger, meer paranoïde en krijgt die zelfs een antisemitische bijklank. Zo startte de overheid een postercampagne met een foto van de Hongaars-Joodse filantroop George Soros, glimlachend naast de tekst ‘Laat Soros niet het laatst lachen’. Orbán spreekt over een „Soros-plan” dat bedoeld is om Hongarije te dwingen óók een immigrantenland te worden. Een alliantie gevormd in Brussel, het “Soros Rijk”, zou daaraan werken. Het staat niet op internetfora, maar op de website van de Hongaarse overheid.

De Hongaarse premier Orbán vindt dat de liberale democratie zijn langste tijd gehad heeft

Na bijna acht jaar Fidesz aan de macht in Hongarije weten we inmiddels wat dit denken in de praktijk betekent. Juristen en politicologen hebben de ontwikkelingen in Orbáns ‘illiberale staat’ nauwgezet gedocumenteerd. Het Hongaarse Constitutioneel Hof werd vleugellam gemaakt, zijn toetsingsbevoegdheid beperkt en de kritische voorzitter werd met zogenaamd neutrale wetten uit het hof gewipt. Hertekende kiesdistricten zorgden ervoor dat Fidesz in 2014 met 45 procent van de stemmen een tweederde meerderheid aan zetels haalde in het parlement. Vorig najaar werd de belangrijkste oppositiekrant gesloten; dit jaar werd een prominente universiteit met sluiting bedreigd. Neutrale instituties als de Centrale Bank en het Openbaar Ministerie veranderden in door Fidesz-bemande organen. Constitutioneel recht-expert en Princeton-hoogleraar Kim Lane Scheppele stelde in 2013 al dat het voor de Hongaarse oppositie praktisch onmogelijk is geworden om verkiezingen te winnen. Het is er sindsdien niet beter op geworden.

Orbán gaat komend voorjaar voor zijn derde opeenvolgende termijn en de collega’s van regeringspartij PiS in Polen beginnen zijn draaiboek aardig te volgen. Kortom: Doegins ideeën zijn minder exotisch dan ze lijken, ook Europa moet haar eigen variaties op het illiberale denken serieus nemen. Dat begint allereerst met een intellectuele verdediging van de liberale democratie. Des te belangrijker nu de Verenigde Staten op dit punt voorlopig niet thuis lijken te geven.

Daarnaast dient de EU haar instrumentarium op orde te krijgen zodat ze op de grootste ontsporingen binnen haar lidstaten kan reageren. Het illiberale denken kan heel reële gevolgen hebben. Kijk naar de manier waarop de rechterlijke onafhankelijkheid onder druk staat in Polen. Zolang Orbán aan de macht is, heeft Timmermans dreigen met het opschorten van de Poolse lidmaatschapsrechten echter geen enkele zin. Hongarije heeft in die zware procedure een veto – en dat weet Polen. De escalatieladder zal moeten worden uitgebreid met minder ingrijpende, eenvoudiger op te leggen, sancties. Bijvoorbeeld door te kijken naar EU-subsidies, zoals ook de Adviesraad Internationale Vraagstukken onlangs aan de Nederlandse regering adviseerde. Hongarije is een grote netto-ontvanger van EU-geld – waarom zou de EU meebetalen aan de opbouw van een illiberale staat in haar midden? Daar zou het nieuwe kabinet werk van kunnen maken in Brussel. Maar dan moet het CDA misschien wel eerst even bellen met Fidesz, haar Europese fractiegenoot.

Lees ook: Hubert Smeets over de aantrekkingskracht van autoritaire leiders: Autoritaire leiders bieden het gewone volk een vaderland.