De-man-heeft-altijd-zin – en andere seksfabels op het hakblok

Seksuologe Ellen Laan

Over seksualiteit bestaan hardnekkige misverstanden. Ze doen al meer dan een eeuw de ronde en komen ook in de #MeToo-discussie van de laatste weken langs. Seksuoloog Ellen Laan stelt er zes waarheden tegenover.

Illustratie Marloes Haarmans

Over de slachtoffers van de Amerikaanse stand up comedian Louis CK, die op een hotelkamer masturbeerde in het bijzijn van vrouwen, wordt wel gezegd: ‘Ze hadden toch kunnen weglopen?’ Maar zo simpel is het niet, zegt seksuoloog Ellen Laan. „Door de gedachte dat zo’n masturberende vent je ook nog kan verkrachten, kun je verstijven in doodsangst.”

Door die doodsangst kunnen vrouwen ook een vochtige vagina krijgen. „Doodsangst zet alle bloedvaten open, dus ook die in de genitaliën. Mannen die naakt voor een vuurpeloton staan, krijgen daardoor soms een full blown-erectie”, vertelt hoogleraar Laan, die in het Academisch Medisch Centrum werkt. Deze lichamelijke reacties van mannen en vrouwen lijken op seksuele opwinding, maar zijn dat dus niet.

Misverstanden en misvattingen duiken voortdurend op in debatten over seksualiteit en sekseverschillen, zoals de huidige #MeToo-discussie – naast mythen zoals die over de man als jager. Al decennia ontmantelt Laan deze misvattingen en mythen met internationaal toonaangevend onderzoek. Onlangs deed ze dat samen met collega-seksuoloog Rik van Lunsen voor het grote publiek in het veelgeprezen boek Seks! Een leven lang leren (besproken in de Wetenschapsbijlage van 11 & 12 maart), dat vele wetenswaardigheden biedt. Zoals: bij iedereen ligt de ‘liefdeskaart’ van seksuele voorkeuren al vast rond het achtste levensjaar.

Mythen over seks zijn vaak meer dan een eeuw oud, en hardnekkig, weet Laan: „Ze leven voort in ons taalgebruik. Veel mensen blijven maar praten over ‘libido’, het manlijke lustbegrip dat Freud ooit bedacht. Maar het woord libido moet gewoon de prullenbak in.” Daarover zo meer, net als over bijvoorbeeld het hormoon testosteron. Want mythen en misvattingen zoals die van de man als ‘testosteron-bom’ zijn ook schadelijk voor de #MeToo-discussie, vindt Laan. „Als je een stofje – testosteron in dit geval – verantwoordelijk maakt voor seksueel gedrag, dan is de dader zelf niet meer verantwoordelijk.”

Om die mistflarden weg te blazen vertelt Laan graag wat wetenschappelijk onderzoek de afgelopen decennia heeft opgeleverd aan inzichten over seksueel gedrag. „Onder meer dat dat niet uitsluitend wordt bepaald door biologie, de psyche of de samenleving, maar door een samenspel van deze factoren.” Hoe dat werkt, legt Laan uit met zes stellingen.

1: Als seksuele wezens verschillen mannen en vrouwen heel weinig

Een populair idee is dat mannen ‘van Mars’ komen en vrouwen ‘van Venus’. Totaal verschillende wezens. Laan: „We zijn vooral heel erg hetzelfde. Het enige verschil is hoe het genitale eindorgaan eruitziet.” Ze toont plaatjes van vulva’s en penissen. Bij mannen is het orgaan zichtbaar buiten het lichaam, bij vrouwen goeddeels onzichtbaar, ín het lichaam.

Toch lijken het mannelijke en vrouwelijke geslachtsorgaan enorm op elkaar. De penis heeft een gevoelige top – de eikel – en zwellichamen, die volstromen met bloed bij opwinding: een erectie. In de vaginawand liggen ook zwellichamen die volstromen met bloed bij opwinding: de vaginawand wordt vochtig. Dat gebeurt bij vrouwen ook in de rem-slaap, net als bij mannen: de ‘ochtenderectie’. De glans – die nu ten onrechte clitoris wordt genoemd – is de gevoelige top van de centimeters lange clitoris, die ook vooral binnenin zit.

„Het grote verschil is dus de zichtbaarheid van de respons op seksuele prikkels, zoals in een erotische film.” Om die van de vrouw te kunnen zien, heb je in het laboratorium een meetinstrument nodig: „Een klein tamponnetje dat een vrouw zelf inbrengt. Ze gaat in een kamertje zitten met een deur die alleen de proefpersoon open en dicht kan doen, zet een koptelefoon op en kijkt een vrouwvriendelijke pornofilm.”

De ‘tampon’ registreert de doorbloeding van de vaginawand, die zichtbaar wordt gemaakt in een grafiek. Laan toont een plaatje van een razendsnel stijgende lijn: „Iedereen reageert binnen enkele seconden. Vrouwen en mannen. Dat vind ik nog steeds fascinerend, dat wij behept zijn met een ‘module’ in ons brein die maakt dat we met doorbloeding reageren op bloot.”

2: Libido bestaat niet

Een hardnekkig, honderd jaar oud idee is dat de man altijd zin heeft in seks. Volgens deze ‘stoomketeltheorie’ is de man een vat vol lust dat ontladen moet worden om overdruk te voorkomen. In dit ‘driftmodel’ van Freud, die het begrip ‘libido’ muntte, gaat de man daarvoor op zoek naar seks. Vrouwen daarentegen zouden door externe prikkels zin krijgen, een idee dat ook is opgenomen in het handboek voor psychiatrie, DSM-5. „Dat klopt wel, maar over mannen wordt dat niet gezegd. Dat is echt heel raar.”

Want in werkelijkheid worden zowel mannen als vrouwen uitsluitend opgewonden door prikkels. „Waarom denk je dat er zo’n gigantische seksindustrie is? Omdat mannen spontaan zin hebben? Nee, omdat ze op zoek gaan naar die prikkels en ze nodig hebben om zin te krijgen.” Net als vrouwen. „Porno kan helpen om je te focussen op een seksuele situatie. Porno geeft een quick fix, een prikkel die ook snel weer verdwijnt. Met de intense opwinding waar we zo naar verlangen, en die vaak samengaat met verliefdheid, heeft het weinig te maken.”

De lichamelijke reactie bereidt je voor op de volledige seksuele opwinding. Die krijg je bijvoorbeeld door fantaseren bij soloseks, of strelen bij partnerseks. Dan komt de seksuele opwinding die ertoe leidt dat er in het brein enige spieractiviteit is te zien.

Dat is onderzocht door vrouwen verschillende soorten films te laten kijken en de motorische activiteit in het ruggenmerg te registreren. Een neutrale film deed niks, een vrouwvriendelijk erotische film wekte net zoveel motorische activiteit als een angstfilm. „De neiging tot actie die wordt opgeroepen door de erotische film is wat je ervaart als ‘zin’.”

Illustratie Marloes Haarmans

3: Testosteron is geen ‘macho-hormoon’

Het hormoon testosteron speelt een belangrijke rol bij het zin krijgen in seks bij mannen én vrouwen. „Heb je er te weinig van, dan zijn ons brein en onze geslachtsdelen minder gevoelig voor seksuele prikkels. Zit je in de normale range, dan doet de hoeveelheid testosteron er niet toe voor je zin. Het hormoon is niet iets dat je ‘aanzet’ tot seks.”

Toch is dat laatste een wijdverbreide gedachte. Op veel plekken, maar ook in een column in deze krant zijn mannen bestempeld als ‘testosteronbommen’ – het stofje wordt verantwoordelijk gehouden voor macho-gedrag en zelfs seksueel overschrijdend gedrag. „Maar er is geen enkel bewijs dat mannen die zich schuldig maken aan grensoverschrijdend seksueel gedrag meer testosteron hebben dan mannen die dat niet doen. Dat is goed onderzocht.”

Mannen hebben wel tien keer zoveel testosteron als vrouwen. Die ‘overvloed’ hebben ze vooral nodig om „de spermafabriekjes werkend te houden”. Voor de voortplanting dus, niet voor de seks.

Niettemin worden aan de verschillen in hormoonniveaus biologische verschillen tussen mannen en vrouwen opgehangen. „Het idee is dan: mannen hebben testosteron, zijn actief en jagers; vrouwen hebben oestrogeen, zijn passief en afwachtend. Maar waarom noemen we testosteron het manlijk geslachtshormoon en oestrogeen het vrouwelijk, terwijl vrouwen vier keer zoveel testosteron als oestrogeen hebben?”

Voor testosteron geldt overigens wel: use it or lose it. „Als je in principe voldoende testosteron hebt, maar helemaal nooit seks, dan stopt de aanmaak van het hormoon – je ziet dat wel bij oudere stellen of mensen die hun partner zijn verloren en niet aan soloseks doen. De rol van testosteron is dus complex: gedrag beïnvloedt óók je biologie.”

4: Mannen worden bij seks meer beloond dan vrouwen

Als het niet de hormonen zijn, wat maakt dan dat vrouwen in heteroseksuele relaties gemiddeld minder zin in seks hebben dan mannen? „Die zin wordt onder meer bepaald door de verwachtingen die we hebben van hoe lekker de seks zal zijn – dus vooral of je een orgasme krijgt. Een orgasme is geen extraatje, maar het is noodzakelijk voor het beloningssysteem in het brein. Als seks je niet meer oplevert dan een ‘niesbui van onderen’, zoals Anja Meulenbelt ooit schreef, waarom zou je er dan zin in hebben?”

Robuuste onderzoeken over meerdere decennia tonen „een enorme ‘orgasm gap’, waarbij heteroseksuele mannen bijna altijd klaarkomen en heteroseksuele vrouwen heel vaak niet.”

Dat komt vooral doordat de coïtus verreweg de meest voorkomende vorm van heteroseksuele seks is. „Bij gemeenschap wordt de clitoris aan de binnenkant gestimuleerd en als de opwinding groot genoeg is, kúnnen vrouwen op die manier klaarkomen.” Maar dat is slechts een minderheid.

De meeste vrouwen komen klaar als de glans wordt (bij)gestimuleerd, leert ook een recent onderzoek van Laan onder ruim 250 mannen en vrouwen. „Bij stimuleren van de glans komt 67 procent van de vrouwen klaar, bij gemeenschap maar 25 procent. Van de mannen komt ruim 90 procent klaar door coïtus. Voor mannen is seks dus veel lonender dan voor vrouwen. Vrouwen moeten geen seks zonder beloning meer accepteren.”

Dat doen ze nu vaak nog wel. Onderzoek leert dat de vrijpartij vaak niet wordt voortgezet als hij wel is klaargekomen en zij niet. „Dus die vrouwen moeten zeggen: ‘hé, ik wil ook, en neuken is voor mij niet de beste manier’. Een man moet niet een orgasme geven, maar een vrouw moet een orgasme nemen.”

Dat is wel een beetje een mijnenveld, erkent Laan. Ze vroeg mannen en vrouwen te reageren op de stelling: als ik opgewonden word door wat mijn partner met mij doet, dan is het redelijk dat ik ook een orgasme krijg. Een kleine meerderheid van de mannen en vrouwen zei daarop ja. „In mijn oordeel hierover ben ik eerlijk gezegd dubbel, omdat ik streef naar gelijkheid tussen man en vrouw. Bij vrouwen vind ik dit idee een vorm van emancipatie. Bij mannen zeg ik: dit kan, zodra het buiten de context van een door beiden gewenst seksueel contact valt, een uiting zijn van het vermeende recht op seks.” En daarmee zitten we midden in de #MeToo-discussie.

5: Blauwe ballen bestaan niet

Wat maakt dat mannen zich schuldig maken aan seksueel wangedrag? Laan, die benadrukt geen expert te zijn in daders, zegt voorzichtig: „De belangrijkste oorzaak is, denk ik, de machtsverschillen tussen mannen en vrouwen.”

Kijk je daarbij naar de seks, dan spelen volgens haar twee ideeën een rol; één is het recht op seks. „Het idee dat als jij opgewonden wordt van mijn korte rokje, dat míjn probleem is. Dat zie je in culturen waarin vrouwen gesluierd gaan of rokken tot de enkel dragen. Niet mannen zijn dan verantwoordelijk voor wat hen seksueel beroert, maar de vrouw die blijkbaar prikkelt.”

En dan is er nog de oude, maar hardnekkige mythe dat als een man een erectie heeft, hij klaar móét komen. „Anders zou hij blue balls krijgen. Maar er is geen fysiologische reden voor een onmiddellijke zaadlozing. Als je een tijd geen (solo)seks hebt, krijg je ’s nachts een zaadlozing. Toch zijn hele generaties vrouwen gemanipuleerd met deze mythe van de blauwe ballen.”

6: Alleen echte gelijkheid tussen man en vrouw helpt

Het enige waarmee je seksueel wangedrag kunt voorkomen is volgens Laan een (seksuele) opvoeding die uitgaat van volledige gelijkheid van mannen en vrouwen. „Het benadrukken van verschillen tussen jongens en meisjes vergroot de kans op grensoverschrijdend gedrag, doordat mannen vrouwen echt als totaal andere wezens zien.”

Daarom moeten we benadrukken dat jongens en meisjes vooral gelijk zijn, ook seksueel. „Mannen moeten leren dat vrouwen ook seksuele wezens zijn, precies zoals zijzelf. Als we het idee van mannen-van-Mars en vrouwen-van-Venus actief bestrijden, zou het grensoverschrijdend gedrag best eens kunnen verminderen.”

Daarbij is het volgens haar belangrijk om in de voorlichting de nadruk te leggen op het seksuele plezier. „Dan leer je dat heel veel seksuele gedragingen oké zijn, zolang je grenzen van een ander niet overschrijdt. Als het voor mannen en vrouwen vanzelfsprekend is dat zij gelijke partners zijn bij seksueel plezier, dan kun je sámen de grenzen opzoeken – en niet alleen maar de een die van de ander.”