Opinie

    • Hubert Smeets

Autoritaire leiders bieden het gewone volk een vaderland

Poetin en Orbán zijn een lichtend voorbeeld voor autoritaire democraten in het Westen. wijt het aan de teloorgang van de lagere middenklasse.

Illustratie: Hajo

Hongarije, dat sinds 1999 bescherming zoekt bij de NAVO, en Rusland, dat de NAVO juist als voornaamste ‘veiligheidsgevaar’ ziet, hebben twee dingen gemeen. Beide landen zijn bang voor de pluriforme democratie in het Westen. En beide zijn een lichtend voorbeeld voor een groeiende groep autoritaire democraten in datzelfde Westen.

De eerste overeenkomst openbaarde zich deze week treffend. De Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken riep woensdag de Amerikaanse ambassadeur op het matje wegens het voornemen van de VS om in Hongarije provinciale mediaprojecten te subsidiëren. Illegale „inmenging”, aldus de minister. Hongarije kent sinds deze zomer namelijk een wet tegen ‘buitenlandse agenten’. In Rusland, waar zo’n wet al vijf jaar bestaat, haalde de Doema die deze week ook van stal tegen buitenlandse media als CNN. Dat was een represaille van Moskou tegen het heilloze plan van Washington om de Kremlin-zenders RT en Sputnik in de VS als foreign agent te registreren.

In een paar dagen maakten president Poetin en premier Orbán zo duidelijk dat zij, samen met de Poolse leider Kaczynski, de vaandeldragers zijn van de autoritair democratische stroming die de aanval heeft geopend op het pluriform democratische establishment. Hun boodschap? Zij hebben het antwoord op al die ‘grachtengordels’ in de wereld. Zij kunnen dus een halt toeroepen aan al die vaderlandsloze lieden, die op elke plek gedijen omdat er overal caffè latte is, maar intussen geen last hebben van de ‘onderkant’ omdat die alleen in hun buurt binnendringt om er schoon te maken.

Ze vertolken de brede anti-stemming die in bijna heel Europa is opgerukt: anti-hoofdstedelijke elite, anti-islam, anti-migratie, anti-kosmopolitisch en anti-Brussel. En ondanks Trump soms ook anti-Amerikaans. Anti-EU is namelijk niet automatisch pro-Kremlin.

Donderdag sprak ik met een Slowaakse studente aan de Universiteit van Tilburg, die van Poetin niets moet hebben maar vindt dat de Amerikanen eveneens niets op het continent hebben te zoeken.

De aanhang voor zo’n autoritaire democratie à la het Oosten wint ook in Nederland terrein, aldus het Sociaal Cultureel Planbureau. Volgens het uit 2016 daterende onderzoek Gedeelde waarden en een weerbare democratie vindt een kleine meerderheid (51 procent) der Nederlanders dat technocraten het meer en meer zouden moeten overnemen van de regering. Een grote minderheid (37 procent) opteert zelfs voor sterke leider die „zich niet druk hoeft te maken om het parlement en verkiezingen”.

Voor de elite is migreren een keuze, voor de onderkant een noodzaak

Er zijn talrijke verklaringen voor de populariteit van dit model, dat in noord, oost en west een rechts karakter heeft en in het zuiden ook een linkse verschijningsvorm. Laat ik er hier een uitlichten: de gestage teloorgang van de lagere middenklasse.

Middengroepen zijn nationaal gebonden. Aan de top en op de bodem van de arbeidsmarkt zijn de werkenden grenzeloos. Een topchirurg of manager kan in de hele wereld terecht, een schoonmaker of inpakker ook. Voor de elite is migreren een keuze, voor de onderkant een noodzaak. De middenklasse kan echter geen kant op.

Als gevangenen van hun territorium wordt ze daarom bij uitstek bedreigd door de vierde industriële revolutie, die het arbeids- en productieproces steeds meer op zijn kop zet. De economische basis van hun leven was andro-centrisch: winst en verlies draaiden om de mens en hoe je die kon inzetten of, in marxistische termen, ‘uitbuiten’.

Nu wordt het fundament data-centrisch. De robot kan steeds meer dingen net zo goed of beter dan de mens. Ook iets complexere juridische procedures kunnen we overlaten aan diens kunstmatige intelligentie. Het zal niet blijven bij verkeersboetes of incasso’s. Topadvocaten ontspringen de dans. Doorsnee juristen zijn dan het haasje.

Deze ontwikkeling bedreigt de arbeid van de middenklasse diepgaand. Het historische besef dat nieuwe sprongen in arbeidsproductiviteit ook nieuwe kansen bieden, is niet a priori aan haar besteed. Net zo min als de modieuze managementtheorie dat iedereen individueel in zijn eigen dynamiek (stilstand is achteruitgang) moet investeren. Het pluriforme model – compromissen, leven en laten leven – biedt de nu nog werkende middenklasse te weinig soelaas. De autoritaire democratische voormannen pretenderen dat wel te hebben. Zij bieden immers de nostalgische toekomstfantasie dat zij zullen doorpakken om het gewone volk te beschermen tegen de gevaren van buiten.

Lees ook: Bastiaan Rijpkema over de opkomst van illiberale denken in Europa: De aanval op het liberale denken komt van binnenuit.
    • Hubert Smeets