De slag om stroom

Energiemarkt Stroom verkopen, dat is toch de taak voor energiebedrijven als Nuon en Essent? Inderdaad, maar ook een publiek netwerkbedrijf als Alliander blaast zijn partijtje op de stroommarkt mee. Met confrontaties tot gevolg.

De controlekamer van Alliander in Arnhem. Foto Lex van Lieshout/ANP

Het leek zo duidelijk, toen de oude energiebedrijven moesten worden gesplitst. Voortaan had je netwerkbedrijven en energieleveranciers. Bij de leveranciers koop je energie, de netwerkbedrijven zijn er voor de infrastructuur – zeg maar de elektriciteits- en de gasleidingen.

Dat bevordert marktwerking in de energiemarkt. En de netwerkbedrijvenzorgen er, via hun monopoliepositie als ‘netbeheerder’, met overheidsgeld voor dat de energie-infrastructuur in Nederland altijd op orde blijft.

Maar waar die waterscheiding tussen netbeheer en markt ligt, is in de dagelijkse praktijk minder helder. De onduidelijkheid leidt tot spanningen tussen energiebedrijven en netwerkbedrijven waarbij het zelfs tot confrontaties voor de rechter komt – al twee keer eerder deze herfst en vorige week beslechtte het gerechtshof nog een conflict. Cruciale vraag: welke taken rond energie laten we over aan de markt, en wat moet in publieke handen zijn?

Bij die rechtszaken komen we zo. Eerst naar de Amsterdamse Moezelhaven, ver in het Westelijk Havengebied, voor de praktijk. Precies een week geleden organiseerde Alliander, het grootste netwerkbedrijf van Nederland, daar een groot onthaal. Er was een horecaschip aangemeerd om een nieuw product van Alliander-dochter EXE (Energy eXchange Enablers) te presenteren. Zo’n zeventig zakelijke belangstellenden zaten in een volle zaal op het bovendek. Beneden werd de pers voorgelicht, in een kajuit met chesterfieldfauteuils en petits fours op tafel.

Het product, vertelden de heren van EXE, het havenbedrijf en Alliander, is een eigen handelsplatform voor stroom. „Entrnce is het eerste onafhankelijke handelsplatform voor elektriciteit”, vertelde hoofd start-ups Erik van der Ende van Alliander, dat grotendeels in handen is van de provincies Gelderland, Friesland en Noord-Holland. „Bedrijven die stroom willen afnemen die lokaal is opgewekt, kunnen nu zelf de regie nemen.”

Bedrijven en burgers die stroom willen afnemen van één bepaalde bron – dat is een nieuwe ontwikkeling. Omdat ze denken zo geld te kunnen besparen, of omdat ze groene stroom willen van, bijvoorbeeld, de zonnepanelen van de buren. Half oktober kondigden AkzoNobel, DSM, Google en Philips aan dat ze direct stroom gaan afnemen van windpark Krammer in Zeeland, dat door burgers gefinancierd is. En er zijn nieuwe energieleveranciers (zoals Vandebron en Powerpeers) die „stroom van de buren” aanbieden aan lokale afnemers.

Alliander-dochter EXE ontwikkelde een platform waarop stroomproducenten en (grote) klanten die elkaar gevonden hebben, hun stroom onderling kunnen verkopen. De eerste klant, die in stilte al in december vorig jaar begon, is de Port of Amsterdam – vandaar de boot in de Moezelhaven. Het neemt sindsdien direct stroom af van afvalverwerker AEB. „We hebben het contract met onze energieleverancier opgezegd. Nu besparen we 15 procent op onze elektriciteit”, zegt Robin Schipper van het havenbedrijf. De tweede klant, windenergie-makelaar OutSmart, wil windenergie uit Terneuzen direct gaan aanbieden aan lokale bedrijven.

Lees ook: Voor energiereuzen is ‘groen’ geen luxe meer, maar een kwestie van overleven

Prijs verandert elk kwartier

Het platform werkt met speciale zelflerende software, want stroomhandel is een ingewikkelde bedoening. De prijs verandert elk kwartier en de hoeveelheid stroom op het net moet haarfijn afgeregeld blijven. Voor de Port of Amsterdam werkt het, zegt Robin Schipper: „We kopen zelden meer te veel of te weinig stroom. En we slaan een aantal stappen in de keten over.”

Energieleveranciers, zoals Nuon, Engie of Eneco, hoeven er dus niet meer aan te pas te komen. En dat is pikant. Want stroom verkopen – dat was toch een taak voor de energiebedrijven? Klopt, zegt Van der Ende, en dus handelt Alliander niet. „We hebben puur en alleen een onafhankelijke rol. Het platform zorgt voor de noodzakelijke administratie. We maken energie toegankelijk voor iedereen. Dat zien we als onze taak als netbeheerder.”

De leveranciers staan dus níét buitenspel, vinden de mensen van EXE. Leveranciers kunnen het platform gaan gebruiken om zelf klanten en producenten te koppelen. Maar, zegt Van der Ende ook: de leveranciers staan tot nog toe „wat defensief” tegenover de nieuwe initiatieven van Alliander. „We krijgen er over het algemeen geen applaus voor.”

Waarmee we bij de rechtszaken zijn aangeland. Die gaan ook over Alliander, en dat is geen toeval. Alliander is het grootste netwerkbedrijf van Nederland, met 3 miljoen klanten in Noord-Holland, Friesland, Flevoland en Gelderland. Het is ook het netwerkbedrijf dat, in 2009, als eerste afsplitste – van Nuon. Het is het enige netwerkbedrijf dat zijn netbeheerder een eigen naam gaf (Liander) en sterk inzet op commerciële spin-offs, zoals EXE met handelsplatform Entrnce. „Ze zijn redelijk uniek”, zegt woordvoerder Lukas van Fessem van collega-netbeheerder Stedin.

En daar komt het tot botsingen.

Op 14 september deed de rechter in Rotterdam uitspraak in een zaak die leveranciers Nuon en Essent hadden aangespannen tegen de Autoriteit Consument & Markt (ACM), de toezichthouder. De zaak ging over allerlei nieuwe commerciële activiteiten van Alliander die, vonden de energieleveranciers, niet tot de taken van een netwerkbedrijf behoren. Zoals energieadvies, software die apparaten kan aan- en uitschakelen naar gelang de actuele stroomprijs, en het handelsplatform Entrnce, dat toen nog in ontwikkeling was en Eos heette.

De ACM had in 2016 met die activiteiten ingestemd, maar de grootste leveranciers van Nederland vochten die uitspraak aan voor de rechter. De toezichthouder won. Allianders commerciële activiteiten zijn „niet wezensvreemd”, oordeelde de rechter, want ze „hebben betrekking op aan het netbeheer verwante dienstverlening”.

Maar de kwestie is daarmee allerminst afgedaan. Tekenend is dat de rechter juist vorige week uitspraak deed in een tweede zaak, nu tussen Alliander-dochter Allego en Nuon. Die ging over de vraag of Allego wel laadpalen aan gemeentes mag aanbieden inclusief stroomcontract bij Vandebron. Alleen als die constructie volkomen helder is, oordeelde het gerechtshof in Arnhem. Anders dreigt een dwangsom.

Je zit met overheidsgeld een commerciële partij in de wielen te rijden

Lars Falch, Powerpeers

Kracht van de markt

De ACM worstelt met de materie. In mei hield ACM-bestuurslid Henk Don een toespraak in Tilburg over de „rol van de markt in de energietransitie”. „Op korte termijn lijkt het vaak aantrekkelijk als overheidsbedrijven, zoals netbeheerders, nieuwe activiteiten oppakken”, sprak Don. Maar, vervolgde hij, „we vergeten soms te makkelijk dat de kracht van de markt ons uiteindelijk beter vooruit kan helpen”.

Ook toenmalig minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) onderkende in een nota voor de Tweede Kamer de spanning. Als de neutraliteit van de netbeheerder in het geding komt, kan het volgens hem „de marktontwikkeling” afremmen „(…) wanneer marktpartijen vrezen voor concurrentie van een netbeheerder”.

Nieuwe wetgeving moet voor duidelijkheid zorgen, vindt ook ACM. En daar snakken meer partijen naar. „Ik hoop dat dit de laatste rechtszaak was”, zegt woordvoerder Anouk IJfs van Nuon. „De wet is niet helder genoeg. We hopen dat er snel een wet komt die dit voor eens en altijd regelt.”

Entrnce laat zien waar het wringt. Alliander had het goed aangevoeld: de ‘markt’ staat niet te applaudisseren. „Je ziet dat één specifiek netwerkbedrijf een commerciële rol aanneemt”, zegt directeur Lars Falch van Powerpeers naar aanleiding van de lancering. Powerpeers, een zusterbedrijf van Nuon, is een energieleverancier. Het bedrijf geeft klanten de mogelijkheid om groene stroom te kopen van de zonnepanelen van de buren, of bijvoorbeeld van de windmolen van de boer om de hoek.

Falch betoogt: Entrnce is nou juist níét zo’n activiteit die, zoals de ACM voor zich ziet, in een behoefte voorziet die de markt laat liggen. Zijn bedrijf ontwikkelde al zo’n platform en wil juist licenties verkopen aan vooral buitenlandse partijen. Falch: „Je zit met overheidsgeld een commerciële partij in de wielen te rijden. Wij kunnen niet concurreren met een bedrijf dat gereguleerde inkomsten inzet voor nieuwe commerciële activiteiten. Dit vermindert de marktwerking.”

De woordvoerder van netbeheerder Stedin legt uit dat zijn bedrijf die marktwerking een belangrijke maatstaf vindt. „We werken samen met start-ups, maar we letten er dan wel op dat we geen zaken oppikken die de markt ook kan oppikken.”

Falch zou liever zien dat netwerkbedrijven eerst hun basisdienstverlening op orde krijgen. „Alliander niet uitgezonderd. Wij hebben van hen bijvoorbeeld data uit slimme meters nodig. Die krijgen we heel vaak te laat.”

Volgens Frans Rooijers van onderzoeksbureau CE Delft heeft de politiek de zaak te lang op zijn beloop gelaten. Over wetgeving die de rol van netwerkbedrijven duidelijker afbakent, wordt in Den Haag al vijf jaar gepraat (zie kader). „We hebben het afgelopen jaar op dit vlak weinig activiteit in de Tweede Kamer gezien”, zegt Rooijers. „Het gaat om complexe wetgeving, dus de nieuwe Kamerleden en ook minister Wiebes hebben tijd nodig om zich in te werken. Tegelijkertijd zie je dat de sector terecht wacht op politieke keuzes. Maar dat kan wel tot het voorjaar duren.”

En die impasse komt op een verkeerd moment, nu de energietransitie zich aandient. Denk aan het aardgasvrij maken van woningen. Daarbij gaat het om grote investeringen en is niemand gebaat bij onduidelijke regels. „Veel gemeentes proberen nu hun verantwoordelijkheid te nemen, maar verder dan praten komt het vaak niet”, ervaart Rooijers in de praktijk. „Gemeentes lopen snel tegen de grenzen van hun bevoegdheden aan en tegen de grote financiële consequenties. Daarom wachten ze op de landelijke politiek.”

Tot die tijd zullen aanvaringen voor de ACM of zelfs voor de rechter wel blijven voorkomen. Wat Entrnce betreft: nu het handelsplatform gereed is, is de ACM opnieuw geïnteresseerd. Hun woordvoerder: „We gaan ernaar kijken.”

Dit artikel is gecorrigeerd. Alliander heeft niet 5,7 miljoen klanten, maar zoveel aansluitingen. Het netwerkbedrijf heeft 3 miljoen klanten, de meesten met een stroom- en een gasaansluiting.

    • Hester van Santen
    • Erik van der Walle