Column

Zelfbeheersing in een manische economie

Zo hoog als in Duitsland was het deze keer niet, maar de Nederlandse economie blijft doordenderen. In het derde kwartaal groeide het bruto binnenlands product met 0,4 procent van kwartaal op kwartaal, na in het tweede kwartaal met maar liefst 1,5 procent te zijn toegenomen. Ten opzichte van een jaar eerder bedraagt de groei nu 3 procent, en er is al berekend dat er in het vierde kwartaal niet eens meer kwartaalgroei hoeft te zijn om die jaargroei vol te houden. Zo stevenen we keurig af op de 3,3 procent groei die het Centraal Planbureau voor heel 2017 voorziet.

Dat krijg je er van, in ons noordwestelijke hoekje van de eurozone, met een monetaire stimulering die totaal niet bij ons past. Wat te doen? Op Europees niveau is het antwoord bekend. Als je één beleid voert voor achttien verschillende landen, dan kan dat onmogelijk bij iedereen passen – of je het nu eens bent met dat beleid of niet. En dus is het aan elk afzonderlijk land om zelf maatregelen te nemen. In het geval van Nederland is dat: nationaal op de rem gaan staan, terwijl de rest van de wereld synchroon gas geeft.

De Verenigde Staten zijn op weg naar de meest langdurige economische expansie ooit: hij duurt nu al honderd maanden, en een recente poll van financieel persbureau Bloomberg onder economen liet zien dat zij gemiddeld nog twee jaar een groei verwachten. Opkomend Azië, en zelfs Japan, zetten door.

Nog niet zo lang geleden braken economen zich het hoofd over de vraag waarom de wereldhandel minder toenam dan de mondiale economische groei. Argumenten volop: robots die dichter bij huis kunnen produceren, aanvoerketens die verkorten, een publieke weerzin tegen vrijhandel, toenemend protectionisme.

Dat lijkt allemaal prematuur te zijn geweest. Onlangs zei de Wereldhandelsorganisatie een groei van de wereldhandel van 3,6 procent te verwachten in 2017, tegen een mondiale economische groei van 2,8 procent (tegen heersende wisselkoersen). Groei van de wereldhandel werkt als doping voor Nederland. Welkom terug, globalisering.

Nederland gaat nationaal op de rem staan, terwijl de rest van de wereld synchroon gas geeft

Zijn we goed in de zelfbeheersing die nodig is om de zaak niet uit de hand te laten lopen? Nederland heeft een ‘lange balans’: veel vermogen, veel schulden. Dat maakt een economie manisch-depressief. In de boom-jaren aan het eind van de vorige eeuw groeide het pensioenvermogen zo hard, dat afdrachten werden verlicht of zelfs afgeschaft. Dat joeg de economie toen extra aan. Tijdens de afgelopen crisis, waarbij de financiële markten inzakten en de rentes recordlaagte bereikte, moest er juist middenin de misère op pensioenen worden gekort. Op de woningmarkt jagen stijgende huizenprijzen uitgaven en schulden nu aan. Net zoals inzakkende huizenprijzen middenin de crisis de uitgaven drukten en voor extra aflossingen zorgden.

Dat alles vraagt om goed management van onze economie. Politiek is dat lastig. Er is voor een recordbedrag bezuinigd en omgebogen na de crisis. We veroveren nu de misgelopen welvaartsgroei enkel nog terug. De burger, eveneens kiezer, voelt dat aan. Zijn koopkracht in Nederland overschrijdt pas dit jaar werkelijk die van 2009, en dan nog met maar 0,3 procent. Dat is acht jaar stagnatie. Dat maakt de eis begrijpelijk dat wij ook eens ouderwets mogen meegenieten van de conjuncturele opleving. En toch: zelfbeheersing is geen luxe. Eens komt de volgende recessie. En niemand wil dat die ook maar in de verste verte lijkt op de vorige.

Maarten Schinkel schrijft elke donderdag over financiële markten en economie.