Opinie

    • Arnout Koeman

Wiebes, aan de slag met duurzaamheid

Kartelwetgeving hoeft samenwerking bij duurzaamheid niet in de weg te staan, schrijft . En de nieuwe minister hoeft er niet eens voor naar Brussel.
Eric Wiebes (VDD) als kandidaatminister voor Economische Zaken en Klimaat in de Stadhouderskamer voor een gesprek met formateur Mark Rutte. Foto Bas Czerwinski/ANP

Sinds twee weken is er een Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De naamswijziging moet de ambitie van de nieuwe regering onderstrepen dat Nederland duurzamer moet worden. Ook ondernemingen kunnen en moeten hun steentje bijdragen. Maar in het recente verleden is duidelijk geworden dat het mededingingsrecht de duurzaamheidsafspraken tussen ondernemingen in de weg kan staan.

Afspraken tussen ondernemingen over duurzaamheid vallen vaak onder het Europese of Nederlandse kartelverbod, omdat ze concurrentie beperken. Zie het SER-Energieakkoord. Daarin was afgesproken dat een aantal verouderde en dus relatief sterk vervuilende kolencentrales gesloten zou worden met als doel om onder meer CO2-emissies te verminderen. Een afspraak dus tussen energiebedrijven over de te produceren hoeveelheid elektriciteit en de inzet van productiemiddelen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) oordeelde echter dat deze afspraak de concurrentie beperkte – het zou immers niet langer mogelijk zijn om goedkope kolenenergie aan te bieden – en onder het kartelverbod viel. De sluiting van de kolencentrales was dus niet toegestaan.

Datzelfde lot was de ‘Kip van Morgen’ beschoren. Bij deze duurzaamheidsafspraak probeerde de pluimveesector de goedkope plofkip te vervangen voor duurzamer maar duurder kippenvlees. Deze afspraak was volgens de ACM evenmin toegestaan.

Een aanpassing van het Nederlandse mededingingsrecht is echter geen oplossing voor dit probleem, zo betoogde hoogleraar Mededingingsrecht Anna Gerbrandy op 20 oktober in haar ‘Europa column’ in NRC, die daarom pleitte voor een aanpassing op Europees niveau.

Niet naar Brussel

Het is de vraag of dat kan. Want de Nederlandse overheid sloeg deze weg al eens eerder tevergeefs in. Gelukkig zijn er nog andere oplossingen dan de route naar Brussel, en die lijken ook nog eens sneller en beter.

Zoals de oplossing die minister Kamp afgelopen voorjaar ter consultatie presenteerde: het wetsvoorstel Ruimte voor Duurzaamheidsinitiatieven. Op basis van dit wetsvoorstel kan de minister initiatiefnemers van zulke plannen tegemoet komen met specifieke regelgeving. Die initiatieven ontsnappen daarmee aan de toets van het mededingingsrecht. Want de Europese en Nederlandse kartelverboden gelden niet voor overheidsregulering, ook niet als die gevolgen heeft op de markt.

Lees hier de Europa-column van Anna Gerbrandy: Regeerakkoord vergeet EU bij voorstellen mededingingsrecht

Een tweede oplossing is te vinden in de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. Dit hof heeft meerdere keren geoordeeld dat bepaalde overeenkomsten met een niet-economisch doel ondanks hun concurrentiebeperkende karakter een legitiem publiek belang dienden waardoor die beperking aanvaardbaar werd geacht. Zo’n beperking was dan ‘inherent’ aan het nagestreefde doel, aldus het hof, waardoor de overeenkomst niet in strijd was met het mededingingsrecht.

Snelle wetgeving

Als het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat zijn nieuwe naam eer wil aandoen, is deze oplossing snel in een Nederlandse wet vastgelegd. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een ACM-toetsing vooraf. Diezelfde snelheid is haalbaar voor het concept wetsvoorstel Ruimte voor Duurzaamheidsinitiatieven, dat dus al een consultatieronde doorstaan heeft.

Wat de gevolgen voor het klimaat ook zullen zijn, het regeerakkoord van Rutte III heeft in elk geval de combinatie mededingingsrecht en duurzaamheid de komende vier jaar prominent op de agenda gezet. Ondernemingen, de Nederlandse maatschappij en het milieu zullen de nationale wetgever dankbaar zijn voor de extra steun voor meer duurzaamheid. Bovendien kan de Minister van Economische Zaken en Klimaat direct duidelijk maken dat deze combinatie verder gaat dan een nieuw bordje op de gevel.

    • Arnout Koeman