‘Waarom gaan ouders niet op opvoedcursus?’

Krijn van Beek over kindermishandeling Nederland loopt voorop in de aanpak van geweld tegen kinderen. Althans: in theorie, zo leert een boek uitgebracht daags voor de Week tegen Kindermishandeling.

iStock

De lijst met gevolgen is lang. Ben je mishandeld als kind, dan loop je later meer risico op psychische en lichamelijke klachten, chronische pijn, sociale problemen, leerproblemen en het vertonen van crimineel gedrag.

Nog meer slecht nieuws: kindermishandeling is hardnekkig. Het aantal gevallen ervan is al sinds 2005 stabiel, benadrukken de samenstellers van een deze vrijdag verschenen bundel over het onderwerp, een uitgave van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Titel: 1 op de 4. Dat is een verwijzing naar het aantal Nederlanders dat slachtoffer is of ooit was van kindermishandeling of verwaarlozing, aldus de samenstellers. Tot kindermishandeling rekent de Jeugdwet (2015) seksueel misbruik, lichamelijke of psychische mishandeling of verwaarlozing, en het getuige zijn van huiselijk geweld.

Krijn van Beek, oud-secretaris van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling en oprichter van Policy Design Studio, adviesbureau in de publieke sector, is medesamensteller van de bundel.

Waarom is kindermishandeling zo hardnekkig?

„Alleen al omdat kindermishandeling wordt overgedragen van generatie op generatie. Het is een bekend fenomeen: mensen die slecht behandeld zijn als kind, lopen zodra ze zélf kinderen krijgen grote kans dezelfde fouten te maken als hun ouders. Los daarvan: mishandeling is niet een onderwerp dat je makkelijk bespreekt met, zeg, buren die je ervan verdenkt hun kinderen te slaan. Er is sprake van een enorme verlegenheid, en die speelt ons als samenleving parten.”

Tegelijkertijd schrijft u: Nederland behoort tot de koplopers als het gaat om methodieken, interventies en protocollen bij de aanpak van kindermishandeling. Die baten niet?

„Ze zijn over het algemeen niet erg succesvol, nee. Op allerlei manieren niet. De samenwerking tussen zorg en justitie die nog maar in de kinderschoenen staat, professionals die niet goed weten wat ze moeten doen…”

We hebben het hier toch over gemotiveerde vakmensen? Jeugdzorgwerkers, pedagogen, noem maar op…

„Ook hier speelt verlegenheid een rol. Het is ingewikkeld om mensen aan te spreken op gedrag dat ze zelf, in veel gevallen, idealiter ook niet willen vertonen. Als je in een gezin binnenkomt als jeugdzorgwerker, wil je een vertrouwensband opbouwen. Hoe maak je het geweld bespreekbaar zonder dat jou onmiddellijk de deur weer wordt gewezen? Daar worstelen hulpverleners mee.

Hoe maak je het geweld bespreekbaar zonder dat jou onmiddellijk de deur weer wordt gewezen?

„Ook blijkt uit onderzoek dat hulpverleners wel aandacht besteden aan onderliggende problemen van geweld, zoals schulden of verslaving, maar dat geweld als afzonderlijk issue ondersneeuwt.”

Dus Nederland kent veel slimme interventies, maar van mens tot mens staan we nog steeds met de mond vol tanden.

„Dat speelt een belangrijke rol, ja. Maar ook de samenleving heeft een rol. Wij, burgers, laten het probleem over aan professionals. We zien het niet als een vraagstuk dat wij als maatschappij moeten oplossen.”

Dat zou moeten?

„Het zou goed zijn als we onze opvoedkundige kennis en idealen veel meer met elkaar zouden delen.”

Welk opvoedkundig ideaal?

„Heel simpel: kinderen opvoeden zonder geweld. Ook zonder pedagogische tik, ja. Een kind leert er niets van. De norm moet zo verankerd raken dat er bij jou, als jij je kind een klap geeft, een lampje gaat branden van: ai, dit deugt niet.

„Vergelijk het met dronken autorijden. Het normbesef heeft hier een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Van ‘moet kunnen’ naar breed gedeelde afkeuring. We praten erover in de kroeg: wie rijdt er vanavond? Over verantwoord grootbrengen van onze kinderen zijn we stil.”

Zweden is in het boek een lichtend voorbeeld. Als eerste land ter wereld verbood het in 1979 alle vormen van geweld tegen kinderen. Tegelijkertijd begon een grootscheepse campagne om die norm uit te dragen. Op tv, op radio, elk huishouden kreeg de folder Kun je je kind succesvol opvoeden zonder slaan?

Van Beek: „Kindermishandeling in Zweden is niet uitgebannen, maar komt er minder voor dan in Nederland.”

In Zweden krijgen aankomende ouders via de jeugdgezondheidszorg een boek over opvoeden, staat in uw boek.

„Ja. Je zou willen dat dat ook hier normaal zou zijn. Wij gaan met onze hondjes op puppytraining – bij onze baby’s denken we: dat kunnen we zelf wel. Maar een kind is ingewikkeld. Waarschijnlijk ingewikkelder dan een hond. Nieuwsgierigheid naar hoe je dat goed doet, een kind grootbrengen, is iets wat we als samenleving kunnen zaaien. Via zo’n boek, via cursussen. Waarom richten we ons als land vooral gretig op zwangerschapscursussen? Waarom gaan aankomende ouders niet met z’n allen op opvoedcursus?

Wellicht omdat veel Nederlanders de opvoeding zien als iets achter de eigen voordeur?

„En het gaat dus niet goed, achter die voordeur. Burgers hebben een rol, de overheid heeft een rol. De overheid moet uitdragen dat kindermishandeling een enorm groot thema is, groter dan terrorisme, groter dan tal van onderwerpen waar we ons wél druk over maken. Dit klinkt allemaal heel zwaar, maar je kunt het onderwerp ook lichter maken. Dat móét misschien zelfs. In de zin van: makkelijker bespreekbaar. Een overheid die stimuleert dat er voorlichtingsprogramma’s komen – zeg, op scholen – over de lol van het grootbrengen van een kind. Als je daar geld en energie in stopt, in programma’s die het opvoedrepertoire van ouders verrijken, bestrijd je kindermishandeling misschien wel beter dan via meldpunten en interventies.”

Een overheid die de lol van opvoeden propageert, wordt betutteling verweten.

„Nee. De overheid moet alleen uitdragen wat onacceptabel is: geweld tegen kinderen. En vervolgens stimuleert de overheid een cultuur van voorlichting, zodat opvoeders hun gereedschapskist kunnen uitbreiden. Wélk programma ouders kiezen, moeten ze vooral zelf weten. Als het maar aan die norm van geweldloosheid voldoet. Is dat betuttelend? Nee. Dat gaat over de bescherming van kinderen.”