Vier mooie plekken om te surfen (met twee binnen Europa)

Surfen is geen sport maar een lifestyle, schrijft .

Foto Istock

1. Hawaï, Malediven, Bali

Surfen was ooit een sport, maar is nu uitgegroeid tot een heuse lifestyle met alles d’r op en d’r an. De reiswereld speelt daar handig op in. Dus niet meer alleen een golf en een plank, maar het hele Umfelt daaromheen; van kleding (Havaianas slippers) en haardracht (blonde highlights) tot restaurants (biologisch met bier) en overnachtingen (camper of Inn). Locaties met de beroemdste hoge golven (Hawaï, Malediven, Bali) buitelen over elkaar heen om liefhebbers te trekken door ter plekke een soort surfreservaten te bouwen met alle lifestyledingen die een surfer behoeft. Buitenstaanders voelen zich daar snel niet meer thuis want één faux pas (een Speedo in plaats van een slobberzwembroek bijvoorbeeld) is al genoeg om er met de nek te worden aangekeken.

Lees ook: Helaas kan iedereen surfen

2. Malibu

Ooit was Malibu hét surfparadijs. Tot rocksterren, filmsterren en miljardairs het er overnamen. Nu pakt die kuststreek de oude draad weer op. De golven zijn nog steeds even hoog en breed, maar tussen de huizen van een miljoen of vijftig per stuk, verrijzen weer typische surfplekken. Eten bij Neptune’s Net, niet meer dan een aftandse strandhut, maar de surfdudes staan er geduldig in de rij voor de fish and chips. Ook Sunlife Organics is zo’n hotspot: surffoto’s aan de muur bekijken terwijl je slurpt aan een biologische smoothie of kokosnootwater. Enige middel van vervoer om daar in stijl aan te komen is de plank of een racefiets. Slapen doet men in een Inn: The Native (anno 1947) is helemaal in zijn oude luister hersteld (nog steeds zonder airco of televisie).

The Native in Malibu.

3. Sennen Cove

Je hoeft niet altijd ver te gaan om goed te kunnen surfen. Sennen Cove, Newquay in het Engelse Cornwall is slechts een uurtje of wat vliegen. Cornwall heeft z’n dure bourgeois regio, maar ook de surfcentra waar de surfminnende wereld samenkomt. Links- en rechtsdraaiende golven trekken immers aan. Eten bij Ben Tunnicliffe, Sennen Cove waar de buitenbar is gemaakt van kleurrijk sloophout en hars, die lijkt op een Piet Hein Eek avant la lettre. Een dj arriveert als de zon ondergaat en men knabbelt op met de hengel gevangen vis. Surfers slapen niet in hotels, dus op naar Whitesands Lodge, een camping direct aan de kust met self catering tipi’s (wigwammen) en yurts (hutten afkomstig van nomaden uit Centraal-Azië). Barbecueën mag. Ze zijn hier niet zo dol op de veelkleurige wetsuits à la Mailbu en Bali, maar meer op rustig zwart.

Bekijk ook deze spectaculaire fotoserie over een surfschool in het noorden van Noorwegen

4. Hossegor

Het Shifting Sands Surf Camp in Hossegor.

Hossegor klinkt erg on-Frans, maar het is dé surflocatie van dat land, onderaan de westkust richting Spaanse kust. Door allerlei werkzaamheden aan de riviermonding was het enige tijd niet je dat, maar dat is nu allemaal opgelost en de golven golven weer sky high. Shifting Sands Surf Camp is dé plek: twee huizen met een tiental kamers (de meeste met stapelbedden) die worden gerund door een internationale mix surfdudes uit Australië, Zuid-Afrika, Tsjechië en nog zowat landen. Het is alsof je met een groep vrienden bij vrienden thuis logeert, want als vanzelf ga je dingen samen doen (pingpong, biljarten, bier drinken en natuurlijk surfen). Wie even aan de surfsfeer wil ontsnappen en een wat meer mondain strandleven wil opsnuiven, kan terecht in Biarritz.

    • Ivo Weyel