Column

Stef Blok en de vrouwtjes

Japke-d. Bouma schrijft elke week over de taal die ze om zich heen hoort. Deze week: ‘een zekere mate van irrationaliteit’ van Stef Blok.

O jongens als ik taalkundig érgens van genoten heb deze week, dan was het wel van het interview met voormalig VVD-minister Stef Blok in de Volkskrant, woensdag. Er zaten zo veel taalschatten in, dat ik me af en toe net een parelduiker voelde.

In de inleiding al, daar werd Blok gepresenteerd als „het anker van de VVD”. Ik stel me dan altijd iemand voor die ervoor zorgt dat iedereen muurvast komt te zitten en niet meer voor-, danwel achteruit te branden is. Maar Blok was ook iemand die „het ministerie van Justitie kalmeerde” – ik neem aan met warme handdoeken nadat al die VVD’ers moesten vertrekken; iemand die „de woningmarkt saneerde” – god wat is die opgeknapt, inderdaad; en iemand „die graag de feiten op een rijtje” zet – „problemen lostrekken”, noemt Blok dat zelf. Ik kan me niet zoveel voorstellen bij problemen lostrekken. Ik zie eerder de korst van een wond voor me die je eraf trekt omdat je niet kan wachten tot het uit zichzelf geheeld is, maar dat zal wel weer aan mij liggen.

Zijn werk als politicus snapte ik wel. Dat omschreef Blok als „lijnen uitzetten, politieke thema’s agenderen en verkiezingen winnen”. Schitterend. Ik zag hem uitrijden met zijn kalkkarretje, een smetteloos grasveld tegemoet: „Even aan de kant mevrouwtje, ik moet even een paar lijnen uitzetten, politieke thema’s agenderen en de verkiezingen winnen.” Een man naar mijn hart.

Even aan de kant mevrouwtje, ik moet even een paar lijnen uitzetten, politieke thema’s agenderen en de verkiezingen winnen

Maar het meest interessant vond ik hoe Stef Blok naar de vrouwtjes kijkt. Natuurlijk was het heel goed om ze erbij te hebben, op je werk, zei hij. Maar dan vooral „om op de mensen te letten”, als „aanvulling” op de mannen die de lijnen, de agenda’s en de verkiezingen doen. Het vinden van een vaste partner zag hij als „een belangrijke halte in zijn leven”. Hij waardeerde vrouwen het meest om „hun zorgzaamheid en vrolijkheid” en wist dat „statistisch gezien vrouwen vaker aandacht voor het menselijke” hebben dan mannen.

Dat wist ik allemaal niet. Ik dacht aan de vrouw van Stef Blok als een bushalte waar Stef al jaren op zijn aansluiting staat te wachten. Ik dacht aan de wetenschappers die hadden gezocht naar typisch vrouwelijke en typisch mannelijke eigenschappen maar nooit bewijs hadden gevonden voor het bestaan van mannen- of vrouwenbreinen. Ik ging twijfelen aan Bloks uitspraak dat hij de feiten graag op een rijtje zet.

Gelukkig zei hij daarna dat vrouwen „een zekere mate van irrationaliteit met zich meebrengen die iemand zoals ik, die erg in zijn hoofd zit, goed doet”. O man, dat heb ik ook, die zekere mate van irrationaliteit! Ik weet soms niet waar ik het allemaal moet laten! Als ik ergens heenrijd met mijn aanhangwagentje vol irrationaliteit ben ik soms uren naar een parkeerplaats aan het zoeken waar ik het allemaal kwijt kan. Wij vrouwen sturen elkaar ook tips hoe je je zekere mate van irrationaliteit het handigste kan meenemen naar je werk, op vakantie en hoe je het thuis efficiënt kan bewaren in praktische, ik zou bijna zeggen, rationele, opbergdozen. En superfijn dat we Blok daarmee zo goed doen.

Ik had graag gezien dat Blok ons vrouwen de weg had gewezen hoe we ons hoofd weer ín komen. Maar eigenlijk hoopte ik stiekem ook een beetje dat hij zelf weer lekker in zijn eigen hoofd zou gaan zitten en het deurtje op slot zou doen.

Maar dat zal wel weer wat te irrationeel zijn gedacht.